Op deze pagina staan de cijfers van de indicator 'Voldoen aan Beweegrichtlijnen'. Deze indicator wordt gebruikt voor het monitoren van het thema Inclusie en diversiteit van het Sportakkoord II.

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor (CBS en RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))

Methode: Methoden en bronnen | Voldoen aan de Beweegrichtlijnen

Nieuwe cijfers verwacht: 2027

Cijfers van de indicator

Nationaal

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen 2001-2025*^' over en ga naar de datatabel

De helft van de Nederlanders voldoet

In 2025 voldeed 47% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder aan de Beweegrichtlijnen. Van de Nederlanders voldeed 52% aan het onderdeel (1) matig of zwaar intensieve inspanning en 82% aan het onderdeel (2) spier- en botversterkende activiteiten. Dit is vergelijkbaar met het voorgaande jaar en het niveau van 2018.

Trend over tijd

Tussen 2001 en 2020 is er een licht stijgende trend te zien voor zowel het voldoen aan de matig tot zwaar intensieve activiteiten als spier- en botversterkende activiteiten. Na 2020 is er een daling te zien, maar vanaf 2023 is er weer een lichte stijging zichtbaar. In de Sport Toekomstverkenning wordt geconcludeerd dat Nederlanders in toekomst net zo actief zijn als nu en wellicht iets meer.

Regionaal

Voldoen aan de Beweegrichtlijnen per GGD-regio

Volgens de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 voldoet gemiddeld 48,9% van de volwassenen van 18 jaar en ouder  aan de beweegrichtlijnen. Per GGD-regio varieert het percentage van 41,5 tot 57,1%. Meer gegevens over dit onderwerp zijn te vinden door op de kaart te klikken.

Vergelijk met andere kaart

Gerelateerde kaarten

Meer informatie

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 GGD’en, CBS en RIVM

Lokaal

Voldoen aan de Beweegrichtlijnen per gemeente

Volgens de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 voldoet gemiddeld 48,9% van de volwassenen van 18 jaar en ouder  aan de beweegrichtlijnen. Per gemeente varieert het percentage van 33,9 tot 67,2%. Meer gegevens over dit onderwerp zijn te vinden door op de kaart te klikken.

Vergelijk met andere kaart

Gerelateerde kaarten

Meer informatie

Cijfers per wijk en buurt

Het RIVM heeft cijfers over gezondheid en leefstijl berekend voor alle wijken en buurten in Nederland op basis van de Gezondheidsmonitor van GGD’en, CBS en RIVM. Omdat er vaak te weinig respondenten per wijk of buurt zijn, gebruikt het RIVM het 'SMAP'-model waarmee de cijfers geschat kunnen worden. Meer informatie over de gebruikte methode staat bij verantwoording.

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 GGD’en, CBS en RIVM

Verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar geslacht 2001-2025*' over en ga naar de datatabel

Kleine verschillen tussen mannen en vrouwen

Van de Nederlanders van 4 jaar en ouder voldeed in 2025 50% van de mannen en 44% van de vrouwen aan de Beweegrichtlijnen. Dit verschil komt voornamelijk doordat mannen vaker voldoen aan het onderdeel matig of zwaar intensieve inspanning dan vrouwen.

Tussen 2001 en 2016 zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen klein en wisselen ze elkaar af in wie het vaakst voldoet aan de Beweegrichtlijnen. Over het algemeen laten ze beide een licht stijgende trend zien tot en met 2020. Tussen 2021 en 2022 is  een daling te zien in het voldoen aan de Beweegrichtlijnen voor zowel mannen als vrouwen. Vanaf 2023 stabiliseert deze daling voor vrouwen, terwijl mannen tot 2025 een lichte stijging laten zien.

Leeftijd

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar leeftijd 2001-2025*^' over en ga naar de datatabel

Kinderen voldoen het vaakst

Het percentage Nederlanders dat voldoende beweegt verschilt per leeftijdsgroep. In 2025 voldeden kinderen (4 t/m 11 jaar) het vaakst aan de Beweegrichtlijnen (60%), gevolgd door 18 t/m 64-jarigen (48%). Voor ouderen (65 plussers) en jongeren (12 t/m 17 jaar) ligt dit percentage lager (voor beide groepen 41%).

Over de tijd is te zien dat ouderen steeds meer zijn gaan bewegen.  Voor volwassenen is het percentage dat voldoende beweegt gelijk gebleven tussen 2021 en 2025. Het percentage jongeren dat voldoende beweegt varieert over tijd, met een dip in 2021 en 2022, maar is sinds 2024 weer op het niveau van 2019 en 2020. Er is een grote stijging te zien binnen deze groep tussen 2018 en 2019 (bijna 7 procentpunt). Dit kan grotendeels verklaard worden doordat vanaf 2019 bewegingsonderwijs nagevraagd is voor jongeren, wat meetelt voor het voldoen aan de Beweegrichtlijnen^. Voor kinderen was dit al het geval.

Zie ook de Themapagina kinderen en jongeren voor verdere cijfers voor voldoen aan Beweegrichtlijnen onder 4- t/m 24-jarigen.

Opleidingsniveau

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar niveau hoogst voltooide opleiding 2001-2025*' over en ga naar de datatabel

Verschillen tussen opleidingsniveaus zijn groot

Het percentage Nederlanders van 25 jaar en ouder dat voldoende beweegt neemt toe met het opleidingsniveau. In 2025 was het percentage hbo'ers en wo'ers dat voldoet aan de Beweegrichtlijnen meer dan anderhalf keer zo groot als het percentage onder mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma (53% versus 33%).

Van 2001 tot 2018 laten  de Nederlanders met een hbo- of wo-opleiding een stijging zien. Het percentage voldoen aan de Beweegrichtlijnen is voor de andere twee opleidingsgroepen tot 2018 min of meer stabiel over de tijd. Tussen 2020 en 2022 is het aandeel dat voldoet aan de Beweegrichtlijnen gedaald voor mensen met een havo-, vwo- of mbo-diploma en hbo'ers en universitair geschoolden. Voor die laatste groep is tussen 2022 en 2025 weer een stijging zichtbaar. Voor de overige opleidingsniveaus is het aandeel dat voldoet sinds 2022 stabiel gebleven.

Langdurige aandoening/beperking

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar langdurige aandoening/beperking 2014-2025*' over en ga naar de datatabel

Mensen met een beperking voldoen minder vaak

In 2025 voldeden Nederlanders van 12 jaar en ouder met een lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) en/of een langdurige aandoening minder vaak aan de Beweegrichtlijnen dan mensen zonder aandoening of beperking (51%). Dit percentage was het laagst bij mensen met zowel een lichamelijke beperking als een langdurige aandoening; slechts 20% voldeed. Onder mensen met alleen een lichamelijke beperking was het percentage dat voldoet aan de Beweegrichtlijnen niet significant lager (36%) dan bij mensen met alleen een langdurige aandoening (43%). 

*De vraag over het hebben van een lichamelijke beperking is in 2015 aan een kleiner deel van de onderzoeksgroep gesteld dan gebruikelijk. Hierdoor zijn de aantallen waarop het cijfer gebaseerd is klein.

Type aandoening

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar type aandoening 2025' over en ga naar de datatabel

Voldoen aan Beweegrichtlijnen verschilt per type aandoening 

Van de Nederlanders van 18 jaar en ouder met een langdurige aandoening voldoet 37% aan de Beweegrichtlijnen, maar dit percentage verschilt per type aandoening. Ter illustratie, in 2025 varieerde dit percentage van 29% (mensen met diabetes) tot 46% (mensen met een allergie).

Aan respondenten is van een aantal veel voorkomende  ziekten/aandoeningen gevraagd of ze deze recent (nu of in de afgelopen 12 maanden) hebben gehad. Daarnaast is van een aantal langdurige ziekten gevraagd of ze ooit in het leven zijn vastgesteld (hartinfarct, diabetes, beroerte).

Type beperking

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar type lichamelijke beperking 2010-2025*' over en ga naar de datatabel

Mensen met een motorische beperking voldoen het minst vaak

In 2025 voldeden Nederlanders van 12 jaar en ouder met een visuele (34%) of een auditieve (32%) beperking vaker aan de Beweegrichtlijnen dan degenen met een motorische beperking (15%).

Sinds 2010 is type beperking nagevraagd. Over de tijd varieert in alle drie de groepen het percentage dat voldoet aan de Beweegrichtlijnen. Ten opzichte van 2010 zijn de percentages in 2025 vergelijkbaar.

*De vraag over het hebben van een lichamelijke beperking is in 2015 aan een kleiner deel van de onderzoeksgroep gesteld dan gebruikelijk. Hierdoor zijn de aantallen waarop het cijfer gebaseerd is klein.

Ervaren gezondheid

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar ervaren gezondheid, 2025' over en ga naar de datatabel

Mensen met een (zeer) slechte ervaren gezondheid voldoen het minst

In 2025 voldeden Nederlanders van 4 jaar en ouder vaker aan de de Beweegrichtlijnen naarmate zij hun gezondheid beter beoordeelden. Het verschil in het aandeel dat voldoet is groot tussen mensen met een (zeer) slechte ervaren gezondheid (21%) en mensen met een zeer goede ervaren gezondheid (61%).

De cijfers vanaf 2014 zijn te vinden in het onderstaande Exceldocument.

Psychische gezondheid

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar psychische gezondheid 2025' over en ga naar de datatabel

Mensen met angst- of depressiegevoelens voldoen minder vaak

In 2025 voldeden Nederlanders van 12 jaar en ouder met angst- of depressiegevoelens minder vaak aan de beweegrichtlijnen (43%) dan degenen zonder angst- of depressiegevoelens (48%).

De cijfers vanaf 2014 zijn te vinden in het onderstaande Exceldocument.

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Het voldoen aan de beweegrichtlijnen is ook uitgesplitst  naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Mate van overgewicht
  • Wekelijkse sporters

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.  Dit bestand wordt medio 2026 bijgewerkt met de cijfers uit 2025.

Lichamelijke beperking

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar lichamelijke beperking, 2001-2025*' over en ga naar de datatabel

Mensen met een lichamelijke beperking voldoen minder vaak

In 2025 voldeed 24% van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder met een lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) aan de Beweegrichtlijnen, terwijl het aandeel mensen zonder een beperking dat voldeed 49% was. In alle meetjaren (sinds 2014) is het aandeel van de bevolking dat voldoet aan de Beweegrichtlijnen hoger onder mensen zonder lichamelijke beperking.

Huishoudinkomen

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar huishoudinkomen, 2001-2025*' over en ga naar de datatabel

Mensen met een hoog huishoudinkomen voldoen vaker

Mensen met een middel tot hoog huishoudinkomen (kwintiel 3, 4 en 5) voldeden in 2025 vaker aan de Beweegrichtlijnen (45-53%) dan mensen met een lager inkomen (38%). Dit geldt in meer of mindere mate voor alle meetjaren sinds 2014. Het aandeel dat voldoet varieert licht over de tijd, waarbij er geen duidelijke trend zichtbaar is tussen 2014 en 2025.

Huishoudinkomen*opleiding

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar huishoudinkomen en opleiding, 2025' over en ga naar de datatabel

Mensen met basisonderwijs, vmbo of mbo1 én een laag inkomen voldoen het minst vaak

Van de mensen die een laag inkomen en als hoogst voltooide opleiding het basisonderwijs, vmbo of mbo1 hebben, voldoet in 2025 slechts een kwart aan de Beweegrichtlijnen (25%). Binnen deze opleidingsgroep voldoet echter 49% van de mensen met een hoog inkomen (kwintiel 5). Onder mensen met een havo, vwo of mbo 2-4 diploma, of een hbo of wo diploma voldoet 33-56% aan de Beweegrichtlijnen. Binnen de opleidingsgroep Hbo en wo is het verschil in voldoen tussen de lage en hoge inkomens kleiner.

Herkomst

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar herkomst, 2022-2025*' over en ga naar de datatabel

Nederlandse bevolking die geboren is buiten Europa voldoet minder vaak aan de Beweegrichtlijnen

In 2025 voldeed 48% van de Nederlandse bevolking zonder migratieachtergrond aan de Beweegrichtlijnen. Dit percentage is vergelijkbaar voor Nederlanders waarvan de ouders in Europa zijn geboren (49%), maar is lager voor Nederlanders waarvan de ouder(s) buiten Europa zijn geboren (41%) en mensen die zelf buiten Europa zijn geboren (40%).

Vanaf 2022 is er een nieuwe herkomstindeling. Zie voor eerdere meetjaren onderstaand Excelbestand. 

Herkomst*geslacht

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar herkomst en geslacht, 2025' over en ga naar de datatabel

Vrouwen voldoen minder vaak, ongeacht herkomst

Er zijn geringe (niet-significante) verschillen te zien tussen mannen en vrouwen binnen de herkomstgroepen. Het verschil is wel groot binnen de groep mensen die is geboren in een land buiten Europa: hierbinnen voldeed in 2025 48% van de mannen en 34% van de vrouwen aan de Beweegrichtlijnen.

Seksuele voorkeur

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar seksuele voorkeur, 2014-2025*' over en ga naar de datatabel

Geen verschil op basis van seksuele voorkeur

In 2025 voldeden mensen met een homoseksuele of lesbische voorkeur even vaak aan de Beweegrichtlijnen (51%) als mensen met een andere seksuele voorkeur (44-47%). Er is geen significant verschil tussen de groepen.

* t/m 2021 is seksuele voorkeur uitgevraagd in twee categorieën, vanaf 2022 is dit uitgevraagd in vier categorieën. De categorie 'aseksuele voorkeur' omvatte in de databron een onvoldoende aantal personen om betrouwbare cijfers over beweeggedrag te presenteren.

Seksuele voorkeur*geslacht

Sla de grafiek 'Voldoen aan de Beweegrichtlijnen naar seksuele voorkeur en geslacht, 2025' over en ga naar de datatabel

Onder mensen met heteroseksuele voorkeur voldoen mannen vaker aan de Beweegrichtlijnen

Mannen met een homoseksuele, biseksuele of aseksuele voorkeur voldeden in 2025 ongeveer even vaak aan de Beweegrichtlijnen (50%) als vrouwen met deze seksuele voorkeur (45%) (geen significant verschil*). Onder mensen met een heteroseksuele voorkeur voldoen mannen vaker aan de richtlijnen (49%) dan vrouwen (45%).

* Het is waarschijnlijk dat dit verschil niet significant is doordat deze groep erg klein is, waardoor de spreiding groot is.

In het statistiekjaar 2020 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en kwam er dus alleen via internet respons binnen. Om hiermee om te kunnen gaan is het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruik gemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarneming. Meer informatie hierover kunt u vinden in deze nota). Ook in 2021 had de waarneming voor de Gezondheidsenquête te kampen met verstoringen, als gevolg van corona(maatregelen). Daar is op dezelfde manier mee omgegaan als in 2020. Bij de interpretatie van de cijfers van 2020 en 2021 moet rekening worden gehouden dat de COVID-19-pandemie en de daarmee gepaard gaande maatregelen mogelijk invloed kunnen hebben gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewde zelf.

Het invoeren en optimaliseren van de doelgroepenbenadering in 2021 heeft bij enkele uitkomstvariabelen invloed gehad op de cijfers. Er is door CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek), RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en Trimbos-instituut aanvullend onderzoek gedaan, waarbij de waarneemstrategie van 2021 is gesimuleerd op de data van 2014 tot en met 2019. Op die manier kon geschat worden hoe voor die jaren de uitkomsten op enkele kernvariabelen zouden zijn geweest als toen al de waarneemstrategie van 2021 was toegepast. Bij de kernvariabelen over het gebruik van niet-voorgeschreven medicijnen, roken, dagelijks roken, overmatig alcoholgebruik en het voldoen aan de beweegrichtlijnen werden in sommige jaren verschillen gevonden tussen de gepubliceerde en gesimuleerde uitkomsten. Deze verschillen werden met name in de jaren 2014 t/m 2017 gevonden. Over de aanvullende analyses is een nota geschreven, waarin wordt geadviseerd om uit te blijven gaan van de gepubliceerde cijfers van voorgaande jaren. Meer over deze analyse en de uitkomsten is te vinden in de nota: Dataverzamelingsproces Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2014-2021.

Vanaf 2019 zijn vragen over beweegonderwijs op school aan de vragenlijst toegevoegd om een beter beeld te krijgen van het beweeggedrag van jongeren. Dit wil zeggen dat aan jongeren vanaf 12 jaar die basisonderwijs, praktijkonderwijs, VMBO, HAVO, VWO of MBO volgen, vragen zijn toegevoegd over gymlessen op school en beweeg- en sportactiviteiten die zijn geregeld vanuit school. Hierdoor zijn de cijfers over de beweegrichtlijnen, met name die over jongeren, vanaf 2019 minder goed vergelijkbaar met de cijfers van voor 2019.

Meer informatie

Monitoring Sportakkoord II

De indicator op deze pagina wordt gebruikt om de voortgang van het Sportakkoord II (SAII) te monitoren. Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) brengt lange-termijn-indicatoren in beeld, waarbij een verandering op de lange-termijn beoogd wordt. Deze cijfers kunnen niet direct worden verbonden aan de acties van het SAII, maar geven wel inzicht in de context van het thema. Voor een overzicht van alle thema’s en de bijbehorende indicatoren, zie de webpagina Monitoring Sportakkoord II of de publicatie Lange-termijn-indicatoren voor monitoring van Sportakkoord II.

Het thema Inclusie en diversiteit van het sportakkoord gaat over een sportsector die toegankelijk en laagdrempelig is: iedereen kan meedoen en er is kansengelijkheid in en door sport- en beweegdeelname. Op deze pagina staan de indicatoren die worden gebruikt om dit thema te monitoren.