Op deze pagina staan de cijfers van de indicator 'Het aandeel van de scholen in het primair onderwijs dat vakleerkracht en/of groepsleerkracht met bevoegdheid inzet'. Deze indicator wordt gebruikt voor het monitoren van het thema Vaardig in bewegen van het Sportakkoord II.
Bron: Monitor bewegingsonderwijs en sport primair onderwijs (Mulier Instituut)
Methode: Methoden en bronnen | Vak- of groepsleerkracht geeft bewegingsonderwijs
Nieuwe cijfers verwacht: 2029
Cijfers van de indicator
Landelijke cijfers
Sla de grafiek 'Inzet bevoegde leerkrachten voor bewegingsonderwijs op groepsniveau' over en ga naar de datatabelBij meer dan de helft van de basisscholen verzorgt uitsluitend een vakleerkrachten bewegingsonderwijs in groep 3 t/m 8
In schooljaar 2024/2025 werd op 54% van de basisscholen het bewegingsonderwijs in de groepen 3 t/m 8 uitsluitend door een bevoegde vakleerkracht verzorgd. Voor de groepen 1 en 2 was dit 22%. Op een kwart van de basisscholen (24%) wordt het bewegingsonderwijs in de groepen 3 t/m 8 door zowel een bevoegde groeps- als vakleerkracht verzorgd, en soms alleen door een bevoegde groepsleerkracht (11%). Voor de groepen 1 en 2 wordt het bewegingsonderwijs bij 38% van de basisscholen uitsluitend gegeven door een bevoegde groepsleerkracht, en bij 34% in combinatie met een vakleerkracht. Vrijwel nooit wordt bewegingsonderwijs gegeven door alleen onbevoegde mensen (groep 1 en 2 en 3 t/m 8: 1%).
Voor het schooljaar 2024/2025 is de vraagstelling voor de indicator verbeterd door ook te vragen naar onbevoegde mensen. Hierdoor kunnen de cijfers niet meer worden vergeleken met de eerdere meetjaren. Zie voor de eerdere meetjaren het tabje 'landelijke trend tot 2020/2021'.
Landelijke trend tot 2020/2021
Sla de grafiek 'Inzet groeps- en vakleerkrachten voor bewegingsonderwijs op groepsniveau' over en ga naar de datatabelVaker vakleerkracht in de bovenbouw
Voor het schooljaar 2024/2025 is de vraagstelling voor de indicator verbeterd door ook te vragen naar onbevoegde mensen. Hierdoor kunnen de cijfers niet meer worden vergeleken met de meetjaren daarvoor. Zie voor het meest recente meetjaar het tabje 'landelijke cijfers'.
In schooljaar 2020/2021 werd op 44% van de basisscholen het bewegingsonderwijs in de groepen 3 t/m 8 alleen door een vakleerkracht verzorgd. Voor de groepen 1- 2 was dit 13%. Op een derde van de basisscholen wordt het bewegingsonderwijs zowel door een vakleerkracht als een groepsleerkracht verzorgd (groep 1-2: 31% en groep 3 t/m 8: 33%). Op ruim de helft van de basisscholen wordt het bewegingsonderwijs in groep 1-2 alleen door groepsleerkrachten verzorgd (56%), in de groepen 3 t/m 8 is dit het geval op 24% van de basisscholen. De inzet van vakleerkrachten is gestegen ten opzichte van 2012/13 en 2016/17.
Mate van stedelijkheid
Sla de grafiek 'Inzet groeps- en vakleerkrachten voor bewegingsonderwijs in groep 3 t/m 8 naar mate van stedelijkheid' over en ga naar de datatabelVaker vakleerkrachten in zeer sterk stedelijk gebied
In zeer sterk stedelijke gebieden werden in groep 3 t/m 8 in het schooljaar 2020/2021 vaker vakleerkrachten ingezet dan in minder stedelijke gebieden. In niet en weinig stedelijke gebieden werd bewegingsonderwijs het vaakst verzorgd door een groepsleerkracht.
Cijfers voor schooljaar 2024/2025 volgen in maart 2026.
Regionaal (Nielsen regio)
Sla de grafiek 'Inzet groeps- en vakleerkrachten voor bewegingsonderwijs in groep 3 t/m 8 naar regio' over en ga naar de datatabelGrote verschillen tussen regio’s bij de inzet van vakleerkrachten
In de drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag (plus randgemeenten) worden op alle scholen vakleerkrachten ingezet, waarvan bij 91% alleen vakleerkrachten het bewegingsonderwijs in de groepen 3 t/m 8 verzorgen. In de zuidelijke provincies (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg) wordt op 29% van de scholen alleen een vakleerkracht ingezet in de groepen 3 t/m 8 (12%) en op 35% alleen groepsleerkrachten.
Cijfers voor schooljaar 2024/2025 volgen in maart 2026.
Meer informatie
Monitoring Sportakkoord II
De indicator op deze pagina wordt gebruikt om de voortgang van het Sportakkoord II (SAII) te monitoren. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) brengt lange-termijn-indicatoren in beeld, waarbij een verandering op de lange-termijn beoogd wordt. Deze cijfers kunnen niet direct worden verbonden aan de acties van het SAII, maar geven wel inzicht in de context van het thema. Voor een overzicht van alle thema’s en de bijbehorende indicatoren, zie de webpagina Monitoring Sportakkoord II of de publicatie Lange-termijn-indicatoren voor monitoring van Sportakkoord II.
Het thema Vaardig in bewegen van het sportakkoord gaat over kansen voor ieder kind en iedere jongere om vaardig en veelzijdig te sporten en te bewegen, waarbij plezier en ontwikkeling centraal staan. Hier wordt aan gewerkt omdat de basis voor een leven lang sporten en bewegen wordt gelegd tijdens de jeugd. Op deze pagina staan de indicatoren die worden gebruikt om dit thema te monitoren.