Op deze pagina staan de cijfers van de indicator 'Financiële kosten voor sport als ervaren belemmering'. Deze indicator wordt gebruikt voor het monitoren van het thema Inclusie en diversiteit van het Sportakkoord II.
Bron: Vrijetijdsomnibus (VTO) (CBS, bewerking: Mulier Instituut)
Methode: Methoden en bronnen | Financiële kosten voor sport als ervaren belemmering
Nieuwe cijfers verwacht: 2027
Cijfers van de indicator
Totale bevolking
Sla de grafiek 'Financiële kosten voor sport als ervaren belemmering, 2024' over en ga naar de datatabelRuim de helft vindt de kosten om te sporten te hoog
Ruim de helft (55%) van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder vond in 2024 de kosten om te sporten in het algemeen te hoog. Voor 20% van de Nederlanders bleef er na het betalen van de vaste lasten te weinig geld over voor eigen sportieve activiteiten. Bijna een derde (29%) besteed het geld liever aan andere dingen dan aan sportieve activiteiten. Daarnaast ervaren mensen die niet sporten financiële kosten voor sport vaker als belemmering dan mensen die minimaal eens in het jaar sporten.
Cijfers van verschillende groepen in de bevolking
Inkomen
Sla de grafiek 'Financiële kosten voor sport als ervaren belemmering naar inkomen, 2024' over en ga naar de datatabelVaker kosten belemmering bij lagere inkomens
In 2024 vond 66% van de mensen met een lager inkomen de kosten om te sporten te hoog. Dit percentage ligt lager bij midden- en hoge inkomens (56% en 45%). Ook geven vooral mensen met een laag inkomen aan dat er na het betalen van vaste lasten weinig geld overblijft voor sportieve activiteiten (38%). Bovendien besteden zij geld liever aan andere dingen dan aan sportactiviteiten (40%). Ook hier neemt het percentage aanzienlijk af bij de hogere inkomens.
Geslacht
Sla de grafiek 'Financiële kosten voor sport als ervaren belemmering naar geslacht, 2024' over en ga naar de datatabelVrouwen vinden kosten sport vaker te hoog
In 2024 vond 64% van de vrouwen en 46% van de mannen van 18 jaar en ouder de kosten om te sporten te hoog. Bovendien was een kwart van de vrouwen (26%) het eens met de stelling dat er na het betalen van de vaste lasten weinig geld overblijft voor sportieve activiteiten. Bij mannen was dit 14%. Vrouwen besteden geld daarnaast iets vaker liever aan andere dingen dan aan sportactiviteiten (32% tegenover 27% bij mannen).
Leeftijd
Sla de grafiek 'Financiële kosten voor sport als ervaren belemmering naar leeftijd, 2024' over en ga naar de datatabelKosten sport vaker belemmering bij jongere volwassenen dan bij ouderen
Volwassenen in de leeftijd 18 tot en met 34 jaar en 35 tot en met 54 jaar vinden de kosten om te sporten vaker te hoog (56% en 60%) dan 55 tot en met 69-jarigen en 70-plussers. Ook geven zij vaker aan dat na het betalen van de vaste lasten er te weinig geld overblijft voor sportieve activiteiten. Jongvolwassen (18-34 jaar) besteden vaker hun geld liever aan andere dingen dan aan sportieve activiteiten (33%). Ouderen (70 jaar en ouder) zijn het met al deze stellingen het minst vaak eens.
Beperking
Sla de grafiek 'Financiële kosten voor sport als ervaren belemmering naar beperking, 2024' over en ga naar de datatabelMensen met beperking ervaren kosten sport vaker als drempel
Nederlanders met een beperking vinden de kosten om te sporten in het algemeen vaker te hoog (60%) dan mensen zonder beperking (52%). Ook geven zij vaker aan dat na het betalen van de vaste lasten te weinig geld overblijft voor sportieve activiteiten (28%). Ruim een derde van de mensen met een beperking (35%) zegt hun geld liever aan andere dingen dan aan sportieve activiteiten te besteden. Tegenover een kwart van de Nederlanders zonder beperking (26%).
Meer informatie
Monitoring Sportakkoord II
De indicator op deze pagina wordt gebruikt om de voortgang van het Sportakkoord II (SAII) te monitoren. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) brengt lange-termijn-indicatoren in beeld, waarbij een verandering op de lange-termijn beoogd wordt. Deze cijfers kunnen niet direct worden verbonden aan de acties van het SAII, maar geven wel inzicht in de context van het thema. Voor een overzicht van alle thema’s en de bijbehorende indicatoren, zie de webpagina Monitoring Sportakkoord II of de publicatie Lange-termijn-indicatoren voor monitoring van Sportakkoord II.
Het thema Inclusie en diversiteit van het sportakkoord gaat over een sportsector die toegankelijk en laagdrempelig is: iedereen kan meedoen en er is kansengelijkheid in en door sport- en beweegdeelname. Op deze pagina staan de indicatoren die worden gebruikt om dit thema te monitoren.