Het nationale sportakkoord omvat een aantal thema's. De voortgang op het thema 'Vaardig in bewegen' wordt gemonitord aan de hand van onderstaande indicatoren:

 

Beweegrichtlijnen

Overzicht

Cijfers over de indicator Beweegrichtlijnen worden hieronder gepresenteerd voor de  groep 4 t/m 11 jarige in de Nederlands bevolking. Verschillende beweegactiviteiten (zoals buitenspelen) die door deze groep worden gedaan zijn hieronder weergegeven. Voldoen aan de beweegrichtlijnen is ook één van de 20 kernindicatoren sport en bewegen. 

Regiocijfers

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

55% van de kinderen beweegt voldoende

In 2018 voldeed 55% van de Nederlandse kinderen (4 t/m 11 jaar) aan de beweegrichtlijnen. Dit is vergelijkbaar met cijfers uit 2016 en 2017. Oost-, West- en Zuid-Nederland laten ongeveer dezelfde cijfers zien. De 4 t/m 11 jarigen in Noord-Nederland voldeden iets vaker aan de beweegrichtlijnen in 2018 in vergelijking met eerdere jaren.

Activiteiten

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Buitenspelen is belangrijk voor kinderen

Nederlandse kinderen (4 t/m 11 jaar) halen hun beweging voornamelijk uit buitenspelen, thuis (gemiddeld bijna 8 uur per week) en op school (gemiddeld 5 uur per week). In totaal besteden kinderen gemiddeld per week zo'n 13 uur aan buitenspelen. Daarnaast zijn wandelen, fietsen en sporten met gemiddeld 2 uur per week belangrijk. Kinderen besteden ruim 21 uur per week aan beweegactiviteiten; dat is gemiddeld 3 uur per dag. Deze rangorde uit 2018 is vergelijkbaar met cijfers uit 2016 en 2017.

 

Bron:  Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBSCentraal Bureau voor de Statistiek  i.s.m het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2016-2018). 
Methode: Zie webpagina kernindicator 'Beweegrichtlijnen'
Nieuwe cijfers: 2020

Onderwijstijd voor sport en bewegen in het basisonderwijs

Regulier basisonderwijs

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Geen verandering in lestijd bewegingsonderwijs

Wat betreft de lestijd en het aantal lessen bewegingsonderwijs op de basisschool zijn er in het schooljaar 2016/2017 geen verschillen ten opzichte van de eerste meting in het schooljaar 2012/2013. Vier op de tien scholen bieden groep 1 en 2 drie tot vijf lessen bewegingsonderwijs aan. In de groepen 3 t/m 8 krijgen de kinderen op drie kwart van de scholen twee lessen bewegingsonderwijs per week, vrijwel alle andere scholen geven één les per week.

 

Naast scholen voor regulier basisonderwijs zijn er in Nederland scholen voor speciaal basisonderwijs en voor speciaal onderwijs. Het speciaal basisonderwijs is voor kinderen met een (betrekkelijk) laag intelligentieniveau of een leerachterstand. Het speciaal onderwijs is voor kinderen met een handicap en/of zwaardere problematiek en is onderverdeeld in vier clusters.

Omvang lestijd bewegingsonderwijs in groep 1 en 2 van het speciaal basisonderwijs het laagst

Leerlingen in groep 1 en 2 van het speciaal onderwijs krijgen minder bewegingsonderwijs dan leerlingen in het regulier basisonderwijs. Het aantal minuten bewegingsonderwijs is het laagst in groep 1 en 2 van het speciaal onderwijs (74 minuten per week). Dit is ongeveer de helft van het aantal minuten in het reguliere basisonderwijs. Leerlingen in het speciaal basisonderwijs krijgen ongeveer evenveel bewegingsonderwijs als in het reguliere basisonderwijs. Leerlingen uit de hogere groepen (groep 3 t/m 8) van het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs krijgen evenveel bewegingsonderwijs als leerlingen van groep 3 t/m 8 in het reguliere basisonderwijs.

*Bewegingsonderwijs is ook één van de 20 kernindicatoren sport en bewegen. 

Bron: Monitor School en Sport POprimair onderwijs 2016/2017, Mulier Instituut
              Regulier basisonderwijs : Reijgersberg et al., 2013 (T0)Slot-Heijs et al., 2017 (T1)
              SVBO: Lucassen et al., 2016

Methode: Zie webpagina kernindicator 'Bewegingsonderwijs'
Nieuwe cijfers: 2021

Percentage basisscholen met een vakleerkracht bewegingsonderwijs

Nationaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Op 9 tot 27% van de basisscholen verzorgen vakleerkrachten het bewegingsonderwijs

Op 27 procent van de basisscholen wordt het bewegingsonderwijs in de groepen 3 t/m 8 alleen door een vakleerkracht verzorgd. Voor de groepen 1- 2 is dit 9%. Op een deel van de basisscholen wordt het bewegingsonderwijs zowel door een vakleerkacht als een groepsleerkracht verzorgd (groep 1-2: 14% en groep 3 t/m 8: 32%).Op ruim drie kwart van de basisscholen wordt het bewegingsonderwijs in groep 1-2 alleen door groepsleerkrachten verzorgd (77%), in de groepen 3 t/m 8 is dit het geval op 40 procent van de basisscholen. Deze percentages zijn nauwelijks gewijzigd ten opzichte van 2012/13.

Regionaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Grote verschillen tussen regio’s wat betreft de inzet van vakleerkrachten

In de drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag (plus randgemeenten) worden op alle scholen vakleerkrachten ingezet, waarvan bij 92 procent alleen vakleerkrachten het bewegingsonderwijs in de groepen 3 t/m 8 verzorgen. In de zuidelijke provincies (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg) wordt op één van de tien scholen alleen een vakleerkracht ingezet in de groepen 3 t/m 8 (12%) en op 61 procent alleen groepsleerkrachten.

Bron: Monitor School en Sport POprimair onderwijs 2016/2017, Mulier Instituut
Methode: Meer informatie over de monitor School en Sport PO (primair onderwijs) is hier te vinden.
Nieuwe cijfers 2021

Percentage basisscholen met een leerlingvolgsysteem voor bewegingsonderwijs

Tweederde basisscholen gebruikt leerlingvolgssysteem

66% van alle basisscholen houdt de vorderingen van leerlingen bij door middel van een leerlingvolgsysteem voor bewegingsonderwijs, 16 procent van de basisscholen is van dit systeem niet op de hoogte. Een algemeen leerlingvolgsysteem (zoals Parnassys) wordt het meest gebruikt (28%).

Bron: Monitor School en Sport POprimair onderwijs 2016/2017, Mulier Instituut
Methode: Meer informatie over de monitor School en Sport PO (primair onderwijs) is hier te vinden.
Nieuwe cijfers 2021

Aantal basisscholen met themacertificaat sport en bewegen

Kaartje Vignet gezonde school PO

 

tekst bij figuur

Meeste basisscholen met het themacertificaat Sport & Bewegen in Amsterdam

Het vignet Gezonde School voor primair onderwijs is beschikbaar sinds 2011. Met het vignet voldoet een school aan een aantal (wettelijke) basisvoorwaarden én aan de criteria van minimaal één themacertificaat naar keuze. Een vignetschool mag zich gedurende drie jaar Gezonde School noemen en het logo voeren. Ieder themacertificaat heeft betrekking op een bepaald onderwerp. Aan het themacertificaat Sport & Bewegen voldeden 537 scholen. Koplopers waren de gemeente Amsterdam (43 scholen), Tilburg (22) en Groningen (21). 

De interactieve kaart met de cijfers van elke gemeente is hier te vinden.

 

Bron: Gezonde school, Gezonde School, RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Bron bij kaart: GGD GHOR Nederland, 2019

Extra inzet van erkende beweegprogramma’s in het basisonderwijs (naast curiculum)

Informatie volgt in 2020

Bron: Monitor School en Sport POprimair onderwijs , Mulier instituut
             Interventiedatabase gezond en actief leven, KcSKenniscentrum Sport in samenwerking met RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Beweeggedrag kinderen jonger dan 4 jaar

Cijfers verwacht medio 2020

Op basis van aanvullende module bewegen en ongevallen leefstijlmonitor zullen de volgende activiteiten gepresenteerd worden voor deze leeftijdsgroep

  • Lopen van en naar de opvang
  • Fietsen van en naar de opvang
  • Buitenspelen bij de opvang
  • Buiten lopen of wandelen
  • Fietsen
  • Op de buik liggen om te oefenen met rollen en/of kruipen
  • Buitenspelen
  • Baby/peuterzwemmen

Bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/ LeefstijlmonitorCBSCentraal Bureau voor de Statistiek  in samenwerking met RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  en VeiligheidNL,  2019

Aantal (erkende) beweegprogramma’s dat uitgevoerd wordt in kinderopvang en peuterspeelzalen

Informatie volgt in 2020

Bron:  Interventiedatabase gezond en actief leven, KcSKennisscentrum Sport  in samenwerking met RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu