Het nationale sportakkoord omvat een aantal thema's. De voortgang op het thema 'Vaardig in bewegen' wordt gemonitord aan de hand van onderstaande indicatoren:

Beweegrichtlijnen

Cijfers over de indicator Beweegrichtlijnen worden hieronder gepresenteerd voor de  groep 4 t/m 11 jarige in de Nederlands bevolking. Verschillende beweegactiviteiten (zoals buitenspelen) die door deze groep worden gedaan zijn hieronder weergegeven. Voldoen aan de beweegrichtlijnen is ook één van de 20 kernindicatoren sport en bewegen. 

Regiocijfers

Sla de grafiek Voldoen aan beweegrichtlijnen door 4 t/m 11 jarige Nederlanders* over en ga naar de datatabel

Tweederde van de kinderen beweegt voldoende*

In 2021 voldeed 62% van de Nederlandse kinderen (4 t/m 11 jaar) aan de beweegrichtlijnen*. Dit is hoger dan cijfers uit eerdere jaren. Oost-, West- en Zuid-Nederland laten ongeveer dezelfde cijfers zien. De 4 t/m 11 jarigen in Noord-Nederland voldeden iets vaker aan de beweegrichtlijnen in 2018 en in Zuid-Nederland iets minder vaak in 2019 in vergelijking met eerdere jaren.

(Vanwege een laag aantal respondenten uit Noord-Nederland in 2019 wordt het betrouwbaarheidsinterval weergegeven [49,8%-74,0%])

Activiteiten

Sla de grafiek Uren per week besteed aan beweegactiviteiten 2016-2021 over en ga naar de datatabel

Buitenspelen is belangrijk voor kinderen

In 2021 haalden Nederlandse kinderen (4 t/m 11 jaar) hun beweging voornamelijk uit buitenspelen, thuis (gemiddeld 8 uur per week) en op school (gemiddeld 6,5 uur per week). In totaal besteden kinderen gemiddeld per week bijna 14,5 uur aan buitenspelen. Daarnaast zijn wandelen in de vrije tijd en sporten met gemiddeld 2 uur per week belangrijk. Kinderen besteden bijna 24,5 uur per week aan beweegactiviteiten; dat is gemiddeld 3,5 uur per dag.

Deze cijfers zijn vergelijkbaar met bevindingen uit 2015-2020.

* In het statistiekjaar 2020 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en kwam er dus alleen via internet respons binnen. Om hiermee om te kunnen gaan is het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruik gemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarneming. Meer informatie hierover kunt u vinden in deze nota. Ook in 2021 had de waarneming voor de Gezondheidsenquête te kampen met verstoringen, als gevolg van corona(maatregelen). Daar is op dezelfde manier mee omgegaan als in 2020. Bij de interpretatie van de cijfers van 2020 en 2021 moet rekening worden gehouden dat de COVID-19-pandemie en de daarmee gepaard gaande maatregelen mogelijk invloed kunnen hebben gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewde zelf.

Het invoeren en optimaliseren van de doelgroepenbenadering in 2021 heeft bij enkele uitkomstvariabelen invloed gehad op de cijfers. Er is door  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek)Centraal Bureau voor de Statistiek,  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Trimbos-instituut aanvullend onderzoek gedaan, waarbij de waarneemstrategie van 2021 is gesimuleerd op de data van 2014 tot en met 2019. Op die manier kon geschat worden hoe voor die jaren de uitkomsten op enkele kernvariabelen zouden zijn geweest als toen al de waarneemstrategie van 2021 was toegepast. Bij de kernvariabelen over het gebruik van niet-voorgeschreven medicijnen, roken, dagelijks roken, overmatig alcoholgebruik en het voldoen aan de beweegrichtlijnen werden in sommige jaren verschillen gevonden tussen de gepubliceerde en gesimuleerde uitkomsten. Deze verschillen werden met name in de jaren 2014 t/m 2017 gevonden. Over de aanvullende analyses is een nota geschreven, waarin wordt geadviseerd om uit te blijven gaan van de gepubliceerde cijfers van voorgaande jaren. Meer over deze analyse en de uitkomsten is te vinden in de nota: Dataverzamelingsproces Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2014-2021.

De beweegrichtlijnen zijn ook onderdeel van de 20 kernindicatoren sport en bewegen. 

Bron:  Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek)  i.s.m het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) (2016-2021). 
Methode: Zie webpagina kernindicator 'Beweegrichtlijnen'. 
Nieuwe cijfers: 2023

Onderwijstijd voor sport en bewegen in het basisonderwijs

Nationaal

Sla de grafiek Ingeroosterde lestijd bewegingsonderwijs in basis- en speciaal onderwijs over en ga naar de datatabel

Geen verandering in lestijd bewegingsonderwijs

Wat betreft de lestijd en het aantal lessen bewegingsonderwijs op de basisschool zijn er in het schooljaar 2020/2021 geen verschillen ten opzichte van de eerdere metingen in het schooljaar 2012/2013 en 2016/2017. Eén op de drie scholen bieden groep 1 en 2 drie tot vijf lessen bewegingsonderwijs aan. In de groepen 3 t/m 8 krijgen de kinderen op drie kwart van de scholen twee lessen bewegingsonderwijs per week, vrijwel alle andere scholen geven één les per week. 

 

Mate van stedelijkheid

Sla de grafiek Ingeroosterde lestijd bewegingsonderwijs in basisonderwijs naar stedelijkheid over en ga naar de datatabel

Kleine verschillen in ingeroosterde lestijd voor stedelijke en niet stedelijke gebieden

In het schooljaar van 2020/2021 zijn kleine verschillen in ingeroosterde lestijd bewegingsonderwijs voor de groepen 1 en 2 te zien tussen scholen in stedelijke en minder stedelijke gebieden. Het aantal minuten bewegingsonderwijs per week loopt voor deze groepen op van 107 minuten in zeer stedelijke gebieden naar 124 minuten in minder stedelijke gebieden. Dit verschil is niet terug te zien in het schooljaar van 2016/2017. Voor de groepen 3 t/m 8 is in beide meetjaren geen verschil te zien tussen scholen in stedelijke en minder stedelijke gebieden.

Naast scholen voor regulier basisonderwijs zijn er in Nederland scholen voor speciaal basisonderwijs en voor speciaal onderwijs. Het speciaal basisonderwijs is voor kinderen met een (betrekkelijk) laag intelligentieniveau of een leerachterstand. Het speciaal onderwijs is voor kinderen met een handicap en/of zwaardere problematiek en is onderverdeeld in vier clusters.

Omvang lestijd bewegingsonderwijs in het speciaal onderwijs gestegen

In het schooljaar 2018/2019 kregen leerlingen in groep 1 en 2 en groep 3 t/m 8 van het speciaal onderwijs meer bewegingsonderwijs dan in het schooljaar 2015/2016. Groep 3 t/m 8 van het speciaal basisonderwijs  kregen ook meer lestijd in het schooljaar 2018/2019 dan in eerdere jaren. Voor groep 1 en 2 in het speciaal basisonderwijs is de hoeveelheid lestijd gelijk gebleven. De groepen 3 t/m 8 van beide vormen van speciaal onderwijs kregen meer lestijd bewegingsonderwijs dan in het reguliere onderwijs.

Bewegingsonderwijs is ook één van de 20 kernindicatoren sport en bewegen. 

Bron: Monitor School en Sport PO primair onderwijs (primair onderwijs ) 2013-2021, Mulier Instituut
              Regulier basisonderwijs : Reijgersberg et al., 2013 (1e meting)Slot-Heijs et al., 2017 (2e meting), Slot-Heijs et al., 2021 (3e meting)
              SVBO: Lucassen et al., 2016 (1e meting), Slot-Heijs & Lucassen., 2019 (2e meting)

Methode: Zie webpagina kernindicator 'Bewegingsonderwijs'
Nieuwe cijfers: 2023

Percentage basisscholen met een vakleerkracht bewegingsonderwijs

Nationaal

Sla de grafiek Inzet groeps- en vakleerkrachten voor bewegingsonderwijs op groepsniveau over en ga naar de datatabel

Op 13 tot 44% van de basisscholen verzorgen vakleerkrachten het bewegingsonderwijs

In schooljaar 2020/2021 werd op 44% van de basisscholen het bewegingsonderwijs in de groepen 3 t/m 8 alleen door een vakleerkracht verzorgd. Voor de groepen 1- 2 was dit 13%. Op een deel van de basisscholen wordt het bewegingsonderwijs zowel door een vakleerkracht als een groepsleerkracht verzorgd (groep 1-2: 31% en groep 3 t/m 8: 33%). Op ruim de helft van de basisscholen wordt het bewegingsonderwijs in groep 1-2 alleen door groepsleerkrachten verzorgd (56%), in de groepen 3 t/m 8 is dit het geval op 24% van de basisscholen. De inzet van vakleerkrachten is gestegen ten opzichte van 2012/13 en 2016/17.

Regionaal

Sla de grafiek Inzet groeps- en vakleerkrachten voor bewegingsonderwijs in groep 3 t/m 8 naar regio over en ga naar de datatabel

Grote verschillen tussen regio’s bij de inzet van vakleerkrachten

In de drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag (plus randgemeenten) worden op alle scholen vakleerkrachten ingezet, waarvan bij 91% alleen vakleerkrachten het bewegingsonderwijs in de groepen 3 t/m 8 verzorgen. In de zuidelijke provincies (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg) wordt op 29% van de scholen alleen een vakleerkracht ingezet in de groepen 3 t/m 8 (12%) en op 35% alleen groepsleerkrachten.

Mate van stedelijkheid

Sla de grafiek Inzet groeps- en vakleerkrachten voor bewegingsonderwijs in groep 3 t/m 8 naar mate van stedelijkheid over en ga naar de datatabel

Vaker vakleerkrachten in zeer sterk stedelijk gebied

In zeer sterk stedelijk gebied werden in groep 3 t/m 8 in het schooljaar 2020/2021 vaker vakleerkrachten ingezet dan in minder stedelijke gebieden. In niet en weinig stedelijke gebieden werd bewegingsonderwijs het vaakst verzorgd door een groepsleerkracht. 

 

 

Bron: Monitor School en Sport PO primair onderwijs (primair onderwijs ) 2012/2013, 2016/2017 en 2020/2021, Mulier Instituut
Methode: Meer informatie over de monitor School en Sport PO (primair onderwijs) is hier te vinden.
Nieuwe cijfers 2025

Percentage basisscholen met een leerlingvolgsysteem voor bewegingsonderwijs

Meerderheid basisscholen gebruikt leerlingvolgsysteem

In schooljaar 2020/2021 werd op een meerderheid van de basisscholen in groep 1-2 (61%) en/of groep 3-8 (53%) gebruik gemaakt van een leerlingvolgsysteem en/of motorische test (MT) om het niveau van leerlingen te bepalen of hun vorderingen bij te houden. De meest gebruikte variant is een algemeen leerlingvolgsysteem (45% voor groep 1-2 en 32% voor groep 3-8), dus een systeem dat niet alleen bewegingsonderwijs bijhoudt, maar ook andere schoolonderdelen (zoals ESIS, KIJK, ParnasSys, OVM, LOGOS of Leerwinst). Meer informatie over het gebruik van leerlingvolgsystemen is te vinden in de rapportage: Bewegingsonderwijs en sport in het primair onderwijs 2021

In schooljaar 2016/2017 hield 66% van alle basisscholen de vorderingen van leerlingen bij door middel van een leerlingvolgsysteem voor bewegingsonderwijs.

Bron: Monitor School en Sport PO primair onderwijs (primair onderwijs ) 2020/2021, Mulier Instituut
Methode: Meer informatie over de monitor School en Sport PO (primair onderwijs) is te vinden in de rapportage: Bewegingsonderwijs en sport in het primair onderwijs 2021
Nieuwe cijfers 2025

Aantal basisscholen met themacertificaat bewegen en sport

Het vignet Gezonde School voor primair onderwijs is beschikbaar sinds 2011. Met het vignet voldoet een school aan een aantal (wettelijke) basisvoorwaarden én aan de criteria van minimaal één themacertificaat naar keuze. Een vignetschool mag zich gedurende drie jaar Gezonde School noemen en het logo voeren. Ieder themacertificaat heeft betrekking op een bepaald onderwerp. Voor het primair onderwijs betreft het de volgende thema's: bewegen en sport, voeding, welbevinden, relaties en seksualiteit, milieu en natuur, roken, alcohol- en drugspreventie en fysieke veiligheid.

Nationaal

Sla de grafiek Percentage scholen Primair Onderwijs met Vignet Gezonde School en een themacertificaat Bewegen en Sport over en ga naar de datatabel

Ruim eenderde van de scholen PO primair onderwijs (primair onderwijs ) met een vignet Gezonde School heeft het themacertificaat Bewegen en Sport

In 2021 waren er 2010 scholen Primair Onderwijs (PO) met een Vignet Gezonde School, dit is ongeveer 30% van het totaal aantal scholen PO in Nederland. Hiervan hadden 730 scholen (36%) het themacertificaat Bewegen en Sport. Dit is vergelijkbaar met 2020.

Gemeente


Meeste basisscholen met een Vignet Gezonde School in Amsterdam

Op de peildatum 5 januari 2022 waren er 1.355 vignetscholen in het primair onderwijs. Koplopers zijn Amsterdam (39 scholen) en Tilburg (32 scholen). 

Aan het themacertificaat Sport & Bewegen voldeden 689 scholen. Koplopers waren de gemeente Amsterdam (39 scholen) en Tilburg (32).

De interactieve kaart met de cijfers van elke gemeente is te vinden  op Op de kaart: Beleid | onderwijs.

Bron: Gezonde school, Gezonde School, RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
Bron bij kaart: GGD GHOR Nederland, 2022

Beweeggedrag kinderen jonger dan 4 jaar

alle activiteiten 0 tot 4

Sla de grafiek Beweegactiviteiten door Nederlandse 0-4 jarigen, 2021* over en ga naar de datatabel

Buitenspelen en wandelen veel beoefende activiteiten door 0-4 jarigen

In 2021 wandelde 95% van de Nederlandse 0-4 jarigen (die kunnen lopen) minimaal één keer per week in de vrije tijd. Gemiddeld genomen 55 minuten per dag. Daarnaast is buitenspelen een belangrijke activiteit die veel gedaan wordt door deze leeftijdsgroep zowel op de opvang (91%) als in de vrije tijd (86%), gemiddeld genomen ruim 70 minuten per dag. Als het kind nog niet kon lopen betrof dit buiten op een kleedje liggen.  

In de vrije tijd fietste 62% van de 0-4 jarigen minimaal één keer per week (ongeveer 30 minuten per dag). Van en naar de opvang wandelde 35% en fietste (loopfiets/driewieler) 13% van de 0-4 jarigen die naar opvang gaan minimaal één dag in de week (ongeveer 15 minuten per dag). Ook deed 10% van de 0-4 jarigen minimaal één keer per week (50 minuten per keer) aan baby of peuterzwemmen. Daarnaast deed 12% aan een vorm van sport (110 minuten per week). De populairste sporten zijn gymnastiek en dansen.​

* In 2021 had de huis-aan-huis waarneming voor de LSM-A Bewegen en Ongevallen te kampen met verstoringen als gevolg van corona(maatregelen). Bij de interpretatie van de cijfers van 2021 moet rekening worden gehouden dat de COVID-19-pandemie en de daarmee gepaard gaande maatregelen mogelijk invloed kunnen hebben gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewde.

Bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/Leefstijlmonitor RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), VeiligheidNL in samenwerking met  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek), 2021
Methode: Sinds 2019 zijn beweegactiviteiten bij 0 tot 4 jarigen uitgevraagd binnen de  Aanvullende Module Bewegen en Ongevallen van de Leefstijlmonitor. Meer informatie is te vinden op de methode pagina.
Nieuwe cijfers: 2024

Erkende beweegprogramma’s voor kinderen

Onder leefstijlinterventies vallen programma's of activiteiten die inwoners van Nederland helpen om gezonder te leven.  Voor leefstijlinterventies zijn verschillende niveaus van erkenning te onderscheiden oplopend van 'goed beschreven', via 'goed onderbouwd', 'eerste aanwijzingen voor effectiviteit', 'goede aanwijzingen voor effectiviteit' naar 'sterke aanwijzingen voor effectiviteit'. Meer informatie over het erkenningstraject en de werkwijze van beoordeling is te vinden op https://www.loketgezondleven.nl/leefstijlinterventies/erkenningstraject.

Voor dit overzicht zijn erkende leefstijlinterventies geselecteerd uit de Interventiedatabase Gezond en Actief Leven (peildatum 01-03-2022). Het gaat om interventies die een beweegcomponent bevatten (beweegprogramma's) en gericht zijn op kinderen van 0 tot 1 jaar, 2 tot 3 jaar en/of kinderen in de basisschoolleeftijd.

Erkende beweegprogramma’s voor kinderen van 0 en 1 jaar

Totaal

Sla de grafiek Erkende beweeginterventies voor kinderen van 0 en 1 jaar over en ga naar de datatabel

Zes erkende beweeginterventies voor kinderen van 0 en 1 jaar

Voor kinderen van 0 en 1 jaar zijn er in totaal zes erkende beweeginterventies. Het betreft vijf interventies met het erkenningsniveau ‘goed onderbouwd’ en één interventie met het erkenningsniveau ‘goed beschreven’.

 

 

 

Per setting

Sla de grafiek Erkende beweeginterventies voor kinderen van 0 en 1 jaar over en ga naar de datatabel

Tweederde van de erkende interventies wordt uitgevoerd binnen de kinderopvang

Ongeveer tweederde van de erkende interventies voor kinderen van 0 en 1 jaar wordt uitgevoerd binnen de kinderopvang / peuterspeelzalen. Eenderde van de  erkende interventies voor deze leeftijdsgroep verkrijgt deelnemers in specifieke buurten of wijken.

*Een interventie kan in meer dan 1 setting worden uitgevoerd. In de grafiek telt een dergelijke interventie in beide balken mee.

 
Naam interventie Erkenningsstatus Datum erkenning
B.Slim beweeg meer.eet gezond (BSlim) Goed onderbouwd      11-4-2019
Beweegkriebels Goed onderbouwd 26-11-2020
Een Gezonde Start  Goed onderbouwd 1-7-2019
Lekker Fit! Kinderdagopvang Goed onderbouwd 24-6-2021
Simpel Fit! Goed onderbouwd 7-2-2019
Beweeg Wijs, spelen en bewegen voor het jonge kind    Goed beschreven 25-11-2020

 

Bron: Interventiedatabase gezond en actief leven, Kenniscentrum Sport en Bewegen in samenwerking met  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), Bewerking door RIVM (peildatum 01-03-2022)
Methode: Meer informatie  is te vinden op www.loketgezondleven.nl/leefstijlinterventies/erkenningstraject.
Nieuwe cijfers: 2023

Erkende beweegprogramma’s voor kinderen van 2 en 3 jaar

Totaal

Sla de grafiek Erkende beweeginterventies voor kinderen van 2 en 3 jaar over en ga naar de datatabel

Veertien erkende beweeginterventies voor kinderen van 2 en 3 jaar

Voor kinderen van 2 en 3 jaar zijn er in totaal 14 erkende beweeginterventies. De meeste van deze interventies hebben het erkenningsniveau ‘goed onderbouwd’. Er is één erkende  beweeginterventie met het erkenningsniveau 'eerste aanwijzingen voor effectiviteit' voor deze leeftijdsgroep.

 

 

Per setting

Sla de grafiek Erkende beweeginterventies voor kinderen 2 en 3 jaar over en ga naar de datatabel

Ruim de helft van de erkende interventies wordt uitgevoerd binnen de kinderopvang

Ruim de helft (8) van de erkende interventies voor kinderen van 2 en 3 jaar wordt uitgevoerd binnen de kinderopvang. Drie erkende interventies voor deze leeftijdsgroep verkrijgen deelnemers via de jeugdgezondheidszorg, en twee in specifieke buurten of wijken.

*Een interventie kan in meer dan 1 setting worden uitgevoerd. In de grafiek telt een dergelijke interventie in beide balken mee.

 
Naam interventie Erkenningsstatus Datum erkenning
SuperFIT Eerste aanwijzingen voor effectiviteit      30-9-2021
B.Slim beweeg meer.eet gezond (BSlim) Goed onderbouwd 11-4-2019
Beweegkriebels Goed onderbouwd 26-11-2020
Een Gezonde Start  Goed onderbouwd 1-7-2019
Lekker Fit! Kinderdagopvang Goed onderbouwd 24-6-2021
nijntje Beweegdiploma Goed onderbouwd 24-9-2018
Simpel Fit! Goed onderbouwd 7-2-2019
Tigers op Recept Goed onderbouwd  14-4-2020
Overbruggingsplan Goed onderbouwd 20-9-2018
Jonge Sporthelden Goed onderbouwd 23-9-2021
Beweeg Wijs, spelen en bewegen voor het jonge kind      Goed beschreven 17-10-2017
Gewichtige Gezinnen Mini Goed beschreven 6-11-2018
KidsXtra Goed beschreven 5-8-2020
Monkey Moves Goed beschreven 30-6-2021

Bron: Interventiedatabase gezond en actief leven, Kenniscentrum Sport en Bewegen in samenwerking met  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), Bewerking door RIVM (peildatum 01-03-2022)
Methode: Meer informatie  is te vinden op www.loketgezondleven.nl/leefstijlinterventies/erkenningstraject.
Nieuwe cijfers: 2023

Erkende beweegprogramma’s voor kinderen in de basisschoolleeftijd

Totaal

Sla de grafiek Erkende beweeginterventies voor kinderen in de basisschoolleeftijd over en ga naar de datatabel

44 erkende beweeginterventies voor kinderen in de basisschoolleeftijd

In totaal zijn er 44 erkende beweeginterventies voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Ongeveer de helft van deze interventies heeft het erkenningsniveau ‘goed onderbouwd’ en ruim een kwart heeft het erkenningsniveau ‘goed beschreven’. Daarnaast zijn er 7 interventies met het erkenningsniveau 'eerste aanwijzingen voor effectiviteit' en 3 interventies met het erkenningsniveau 'goede aanwijzingen voor effectiviteit'.

Per setting

Sla de grafiek Erkende beweeginterventies voor kinderen in de basisschoolleeftijd over en ga naar de datatabel

Slechts enkele interventies voor de buitenschoolse opvang

Bijna de helft van de erkende interventies wordt uitgevoerd binnen het onderwijs. Daarnaast vinden de meeste interventies voor kinderen in de basisschoolleeftijd hun deelnemers via de jeugdgezondheidszorg of in specifieke wijken of buurten. Er zijn slechts enkele interventies voor deze leeftijdsgroep in de buitenschoolse opvang.

*Een interventie kan in meer dan 1 setting worden uitgevoerd. In de grafiek telt een dergelijke interventie in twee of meer balken mee.

Naam interventie Erkenningsstatus Datum erkenning
PLAYgrounds 6-12 jaar Goede aanwijzingen voor effectiviteit      3-10-2019
Versterk je Enkel - App en uitvouwkaart: enkelblessurepreventie bij sporters      Goede aanwijzingen voor effectiviteit 29-5-2018
The Daily Mile Goede aanwijzingen voor effectiviteit 23-9-2021
Lekker Fit! Basisonderwijs  Eerste aanwijzingen voor effectiviteit 30-9-2021
B-Fit Eerste aanwijzingen voor effectiviteit 18-10-2021
Cool 2B Fit 8-13 jaar Eerste aanwijzingen voor effectiviteit 16-4-2019
Gezonde Kinderen in een Gezonde Kindomgeving (GKGK)  Eerste aanwijzingen voor effectiviteit 16-4-2019
LEFF Eerste aanwijzingen voor effectiviteit 30-11-2017
Vallen is ook een sport Eerste aanwijzingen voor effectiviteit 29-11-2018
Fit en vaardig op school Eerste aanwijzingen voor effectiviteit 4-1-2022
Beweeg Wijs  Goed onderbouwd  18-2-2020
Tigers op Recept Goed onderbouwd  14-4-2020
B.Slim beweeg meer.eet gezond (BSlim) Goed onderbouwd 11-4-2019
Back2Basics Goed onderbouwd 3-10-2019
Club Fit 4 Goed onderbouwd 26-11-2020
FitGaaf! Goed onderbouwd 21-11-2019
Kids in action Goed onderbouwd 8-4-2020
Lekker Fit! Kleuters Goed onderbouwd 16-4-2015
Lekker Fit! Lespakket Goed onderbouwd 6-6-2017
nijntje Beweegdiploma Goed onderbouwd 24-9-2018
Gewichtige Gezinnen Jongeren Goed onderbouwd 14-2-2019
Schooljudo.nl Goed onderbouwd 18-6-2020
Simpel Fit! Goed onderbouwd 7-2-2019
Sport Heroes Goed onderbouwd 16-4-2019
Warming-up programma Hockey Goed onderbouwd 23-9-2021
Fun & Health Summer Program Goed onderbouwd 29-3-2018
Overbruggingsplan Goed onderbouwd 20-9-2018
WoWijs Goed onderbouwd 24-6-2021
Revalidatie Sport en Bewegen Goed onderbouwd 14-2-2019
Futsal Chabbab Goed onderbouwd 18-6-2020
Friends in Shape Goed onderbouwd 18-6-2020
Schoolsportvereniging Goed beschreven  31-12-2019
Balanz4Kidz Goed beschreven 26-11-2020
Judo in de zorg Goed beschreven 6-7-2012
KERNgezond Fris & Fruitig  Goed beschreven 23-12-2021
Respons Goed beschreven 2-3-2020
Sportbouwer Goed beschreven 20-11-2018
Sportkanjerclub Goed beschreven 23-4-2019
Sporttest Goed beschreven 1-12-2018
Zit met Pit! Goed beschreven 22-9-2020
KidsXtra Goed beschreven 5-8-2020
Monkey Moves Goed beschreven 30-6-2021
Het Bewegend Kind Goed beschreven 25-11-2020
Beweegimpuls Goed beschreven 8-2-2021

Bron: Interventiedatabase gezond en actief leven, Kenniscentrum Sport en Bewegen in samenwerking met  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), Bewerking door RIVM (peildatum 01-03-2022)
Methode: Meer informatie  is te vinden op www.loketgezondleven.nl/leefstijlinterventies/erkenningstraject.
Nieuwe cijfers: 2023

Inzet buurtsportcoaches

Buurtsportcoaches, combinatiefunctionarissen en cultuurcoaches maken onderdeel uit van de Brede Regeling Combinatiefuncties. Ze stimuleren sporten, bewegen en/of deelnemen aan cultuur en verbinden verschillende sectoren. In 2020 waren er in 350 (van de 355) gemeenten buurtsportcoaches werkzaam. In totaal gaat het om 3.468 fte. Buurtsportcoaches hebben een rol in de uitvoering van de ambities binnen de thema's van het Nationaal Sportakkoord.

Informatie over de inzet van buurtsportcoaches is afkomstig uit drie bronnen:

  • Een panel van buurtsportcoaches (het panel Wij Buurtsportcoaches)
  • Een panel van Nederlandse gemeenten (het VSG gemeentepanel)
  • Een panel van werkgevers van buurtsportcoaches (het VSG werkgeverspanel)

Onderstaande informatie is ook terug te vinden in het factsheet 'De inzet van buurtsportcoaches voor het nationaal sportakkoord' uit 2019 van het Mulier instituut. Meer informatie over de inzet van buurtsportcoaches op de zes thema’s (‘deelakkoorden’) van het Nationaal Sportakkoord uit de peilingen in het voorjaar van 2021 is terug te vinden in een het factsheet 'De inzet van buurtsportcoaches voor lokale sportakkoorden'.

2021

Sla de grafiek Werkzaamheden waarmee buurtsportcoaches bijdragen aan de ambitie van het deelakkoord van jongs af aan vaardig in bewegen, 2021 over en ga naar de datatabel

Buurtsportcoaches ingezet op verschillende onderwerpen

In 2021 leverde 75% van de ondervraagde buurtsportcoaches met hun werkzaamheden een bijdrage aan de ambities van het thema Vaardig in Bewegen. Van zowel de ondervraagde gemeenten als de werkgevers gaf 92% aan buurtsportcoaches een bijdrage te laten leveren aan dit thema. Meer dan de helft van de ondervraagde buurtsportcoaches die aangaven zich in te zetten voor ambities van vaardig in bewegen, richten hun werkzaamheden op het organiseren en aanbieden van multisport  en het stimuleren van aandacht voor een brede ontwikkeling van de beweegvaardigheid van kinderen. Daarnaast verzorgt 60% lessen bewegingsonderwijs. Ondervraagde gemeenteambtenaren gaven aan grotendeels in te zetten op het stimuleren van aandacht voor brede ontwikkelingen, het organiseren van multisport  en lessen bewegingsonderwijs

2019

Sla de grafiek Werkzaamheden waarmee buurtsportcoaches bijdragen aan de ambitie van het deelakkoord van jongs af aan vaardig in bewegen, 2019 over en ga naar de datatabel

Buurtsportcoaches ingezet op verschillende onderwerpen

In 2019 leverde 84% van de ondervraagde buurtsportcoaches met hun werkzaamheden een bijdrage aan de ambities van het thema Vaardig in Bewegen. Van de ondervraagde gemeenten gaf  92% aan buurtsportcoaches een bijdrage te laten leveren aan dit thema. Meer dan de helft van de ondervraagde buurtsportcoaches richten hun werkzaamheden binnen dit thema op het organiseren en aanbieden van multisport  en het stimuleren van aandacht voor een brede ontwikkeling van de beweegvaardigheid van kinderen. Daarnaast verzorgt de helft lessen bewegingsonderwijs. Ondervraagde gemeenteambtenaren gaven aan grotendeels op dit laatste thema in te zetten. 

Bron: Mulier Instituut/VSG, VSG gemeentepanel, najaar 2019 en voorjaar 2021.
              Mulier Instituut, panel Wij Buurtsportcoaches, najaar 2019 en voorjaar 2021. 
              Mulier Instituut, VSG werkgeverspanel, voorjaar 2021.

Methode: De methode beschrijving is te vinden op de website van het Mulier instituut.
Nieuwe cijfers: 2023

Hoe belangrijk ouders sporten en bewegen voor hun kind vinden

Hoe belangrijk vindt u..

Sla de grafiek Het belang dat ouders hechten aan buitenspelen, sporten en vakleerkrachten 2021* over en ga naar de datatabel

Ouders vinden sport en bewegen voor hun kind belangrijk

In 2021 vonden bijna alle ouders (98%) het (heel) belangrijk dat hun kind buiten speelt. 88% van de ouders gaf aan het (heel) belangrijk te vinden dat hun kind aan sport doet. Een vergelijkbaar percentage van de ouders (88%) vond het (heel) belangrijk dat de gymles op school door een vakleerkracht wordt gegeven.

 

* In 2021 had de huis-aan-huis waarneming voor de LSM-A Bewegen en Ongevallen te kampen met verstoringen als gevolg van corona(maatregelen). Bij de interpretatie van de cijfers van 2021 moet rekening worden gehouden dat de COVID-19-pandemie en de daarmee gepaard gaande maatregelen mogelijk invloed kunnen hebben gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewde.

Bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/Leefstijlmonitor RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), VeiligheidNL in samenwerking met  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek), 2021
Methode: Aan ouders van kinderen van 4 t/m 11 jaar is de vraag gesteld hoe belangrijk zij vinden dat hun kind buiten speelt, aan sport doet en op school gymles krijgt van een vakleerkracht. Dit konden zij beantwoorden op een 5-puntsschaal van heel belangrijk tot heel onbelangrijk. 
Nieuwe cijfers: 2024