Op deze pagina staan de cijfers van de indicator 'Sportdeelname wekelijks van kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar'. Deze indicator wordt gebruikt voor het monitoren van het thema Vaardig in bewegen van het Sportakkoord II.
Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor (CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
Methode: Methoden en bronnen | Sportdeelname wekelijks
Nieuwe cijfers verwacht: 2026
Cijfers van de indicator
Landelijke trend
Skip chart Wekelijkse sporters, 2001-2024 and go to datatableHuidige situatie
In 2024 deed 68% van de Nederlandse kinderen van 4 tot en met 17 jaar wekelijks aan sport. Dit is iets hoger dan het aandeel wekelijkse sporters in de voorgaande jaren. De kinderen van 4 tot en met 11 jaar sportten minder vaak wekelijks dan kinderen van 12 tot en met 17 jaar (65% tegenover 73%).
Trend over tijd
Het percentage wekelijkse sportdeelname voor Nederlandse kinderen is relatief stabiel over de tijd, met een lichte stijging in 2023 en 2024.
Landsdeel
Skip chart Wekelijkse sporters, 2024 and go to datatableKleine verschillen tussen landsdelen
In 2024 varieerde het aandeel wekelijks sporters van 4 tot 18 jaar tussen 66% (Oost- en West-Nederland) en 75% (Noord-Nederland). Als de groep wordt uitgesplitst op basis van leeftijd, is te zien dat onder de 4 t/m 11 jarigen het percentage wekelijkse sporters het hoogst is in Noord-Nederland (77%), voor 12 t/m 17 jarigen is dit het hoogst in Zuid-Nederland (79%).
Stedelijkheid
Skip chart Wekelijkse sporters, 2024 and go to datatableGeringe verschillen in wekelijks sporters op basis van stedelijkheid
Er waren in 2024 iets meer wekelijkse sporters onder de 4 t/m 17 jarigen in weinig/niet stedelijke gebieden (73%) dan in (zeer) sterk stedelijke gebieden (66%). De verschillen op basis van stedelijkheid zijn onder de 12 t/m 17 jarigen iets groter dan onder de 4 t/m 11 jarigen.
Gemeentegrootte
Skip chart Wekelijkse sporters, 2024 and go to datatableKinderen en jongeren uit G4 steden sporten minst vaak wekelijks
In 2024 sportten kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (G4) (63%) iets minder vaak wekelijks dan de kinderen en jongeren uit G21-gemeenten (64%) en andere gemeenten (70%).
*G4 = Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, G21=Almelo, Arnhem, Breda, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, 's-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Schiedam, Tilburg, Venlo, Zwolle.
Meer informatie
Monitoring Sportakkoord II
De indicator op deze pagina wordt gebruikt om de voortgang van het Sportakkoord II (SAII) te monitoren. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) brengt lange-termijn-indicatoren in beeld, waarbij een verandering op de lange-termijn beoogd wordt. Deze cijfers kunnen niet direct worden verbonden aan de acties van het SAII, maar geven wel inzicht in de context van het thema. Voor een overzicht van alle thema’s en de bijbehorende indicatoren, zie de webpagina Monitoring Sportakkoord II of de publicatie Lange-termijn-indicatoren voor monitoring van Sportakkoord II.
Het thema Vaardig in bewegen van het sportakkoord gaat over kansen voor ieder kind en iedere jongere om vaardig en veelzijdig te sporten en te bewegen, waarbij plezier en ontwikkeling centraal staan. Hier wordt aan gewerkt omdat de basis voor een leven lang sporten en bewegen wordt gelegd tijdens de jeugd. Op deze pagina staan de indicatoren die worden gebruikt om dit thema te monitoren.