Deze pagina beschrijft het cijfer, de bron en de methode van de (kern)indicator: het aandeel sportaanbieders dat beleid heeft voor diversiteit bij medewerkers.

>Cijfers van de indicator

>Bronbeschrijving van de indicator

>Methodebeschrijving van de indicator

Samenvatting

Definitie: Het aandeel sportaanbieders dat beleid heeft voor diversiteit bij medewerkers

Bron: MI Verenigingspanel (Mulier Instituut) en Peiling sportbonden (Mulier Instituut)

Meetfrequentie: driejaarlijks gemeten, sinds 2018

Cijfers van de indicator

Cijfers zijn beschikbaar op de webpagina van het sportakkoord

Uitsplitsing mogelijkheden geografisch: landelijk

Uitsplitsing mogelijkheden achtergrondkenmerken: leeftijd, geslacht, etniciteit, beperking, seksuele voorkeur. Voor bonden daarnaast: functies, opleidingsniveau en olympische en niet-olympische bonden.

Bronbeschrijving van de indicator

NB de cijfers voor deze indicator komen uit verschillende bronnen.

Bron: MI Verenigingspanel

Bron en bronhouder

De bron van deze indicator is het MI Verenigingspanel. De bronhouder van het MI Verenigingspanel is het Mulier Instituut en de opdrachtgevers zijn VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en het Mulier Instituut.

Onderzoeksgroep

Het MI Verenigingspanel bestaat uit ruim 2.200 verenigingen. Deze worden allemaal uitgenodigd om de vragenlijsten in te vullen. Het aantal verenigingen dat de vragenlijst invult varieert per peiling.

De deelnemende verenigingen bieden 70 verschillende takken van sport aan en zijn afkomstig uit ongeveer 300 gemeenten. In het panel zijn allerlei categorieën sportverenigingen zo goed mogelijk naar evenredigheid vertegenwoordigd: grote en kleine verenigingen, clubs met teamsporten en (semi-) individuele sporten, clubs gevestigd in kleine en grote gemeenten, clubs met en zonder eigen accommodatie, etc.

Door het gebruik van een weegfactor wordt rekening gehouden met onder- en overrepresentatie van verenigingen in de verschillende categorieën. Ter referentie wordt hiervoor de Sportclub statistiek gebruikt van het CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek). De samenstelling van het panel en de weging van de antwoorden maakt dat de uitkomsten representatief zijn voor de sportverenigingen in Nederland.

De respons op een vragenlijsten van MI verenigingspanel is gemiddeld 25 procent. 

Modus van uitvraag

Deelnemende verenigingen worden jaarlijks 1 tot 3 keer bevraagd. Eerdere meetmoment (peilingen) vermeld voor de indicatoren op www.sportenbewegenincijfers.nl zijn: 2008, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015, 2016 voorjaar, 2017 winter, 2018/2019 winter, 2019 winter, 2021 zomer, 2021 februari, 2022 winter, 2023 februari/maart, 2023 [seizoen], 2024/2025 winter.

Periode van dataverzameling verschilt per jaar (zie hierboven). De vragenlijst staat 6 weken open.

Verenigingen worden per e-mail voor onderzoeken benaderd. De peilingen bij het Verenigingspanel worden via een webenquête afgenomen.

Historische informatie bron

Het Verenigingspanel is eind 1998 gestart, waarbij tot 2015 nauw is samengewerkt met NOC*NSF Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie (Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie) aan de uitbouw en beheer van het Verenigingspanel. Vanaf 2015 is het Verenigingspanel geheel in beheer bij het Mulier Instituut.

Bron: Peiling Sportbonden

Bron en bronhouder

De bron van deze indicator is de Bevraging Sportbonden. De bronhouder is het Mulier Instituut. De opdrachtgever is VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport).

Onderzoeksgroep

De Bevraging Sportbonden wordt uitgezet onder olympische en niet-olympische sportbonden.

In 2021 was er een respons van 66% (uitgezet n=77, respons n=51).

Modus van uitvraag

De vragenlijst is eenmalig uitgezet in het voorjaar van 2021. Het betreft een digitale vragenlijst.

Historische informatie bron

N.v.t.

Methodebeschrijving van de indicator

Deelnemers

De omvang van de groep die de vragenlijst invult was in meetjaar 2021 416 verenigingen en 36 bonden.

De steekproef is representatief voor verenigingen. Daarnaast is de steekproef wel representatief voor olympische bonden, maar niet voor niet-olympische bonden.

Vraagstelling

De vraag die aan verenigingen wordt gesteld is: wordt er bij uw vereniging rekening gehouden met diversiteit bij de werving en keuze van bestuurders en/of trainers/coaches? De antwoordopties zijn: Ja, alleen bij bestuurders; Ja, alleen bij trainers/coaches; Ja, bij zowel bestuurders als trainers/coaches; Nee

De vraag die aan bonden wordt gesteld is: heeft uw organisatie doelstellingen/beleid gericht op het vergroten en/of behouden van sociale diversiteit bij bestuurders en/of in andere functies binnen de bond? De antwoordopties zijn: Ja, bij bondsbestuurders; Ja, bij managementfuncties; Ja, bij commissies; Ja, bij trainers/coaches; Ja, bij arbitrage; Ja, namelijk bij: […]; Nee.

De vragen gaan over het moment van antwoorden.

De vragenlijst is niet gevalideerd.

Analyse beschrijving

Voor verenigingen en voor bonden wordt het percentage berekend dat ten minste een keer ja heeft geantwoord.

Eerder gemeten

Eerdere jaren waarin de indicator is gemeten zijn 2018 en 2021.

Historische informatie methode

N.v.t.

Contactinformatie

R. Cremers (Mulier Instituut), sportenbewegenincijfers@rivm.nl

Rapport: beschikbaarheid cijfers en databronnen

Hoe de methode- en bron beschrijvingen tot stand zijn gekomen staat beschreven in het rapport "Data-infrastructuur Sport en Bewegen: beschikbaarheid van cijfers en preferente databron voor 164 indicatoren".  In het rapport wordt per thema een overzichtstabel van indicatoren weergegeven met daarbij de beschikbare databron. Er wordt per thema een conclusie getrokken of de beschikbare data-infrastructuur binnen een thema beperkt, redelijk of goed is. Als laatste worden er aanbevelingen gedaan voor de ontwikkeling van de data-infrastructuur Sport en Bewegen in de toekomst.