Deze pagina beschrijft het cijfer, de bron en de methode van de (kern)indicator: het aandeel van de scholen dat aangeeft dat er onvoldoende accommodatie ter beschikking is om ten miste twee keer per week 45 minuten bewegingsonderwijs aan te bieden.

>Cijfers van de indicator

>Bronbeschrijving van de indicator

>Methodebeschrijving van de indicator

Samenvatting

Definitie: het aandeel van de scholen dat aangeeft dat er onvoldoende accommodatie ter beschikking is om ten minste twee keer per week 45 minuten bewegingsonderwijs aan te bieden.

Bron: Monitor bewegingsonderwijs en sport in het primair onderwijs (PO primair onderwijs (primair onderwijs)) en in het speciaal onderwijs en praktijk onderwijs (SO en PRO) (Mulier Instituut).

Meetfrequentie: Vierjaarlijks per onderwijsvorm. PO sinds 2016/2017 en SO en PRO sinds 2018/2019.

Cijfers van de indicator

Cijfers zijn beschikbaar via het Mulier Instituut.

Uitsplitsing mogelijkheden geografisch: landelijk.

Uitsplitsing mogelijkheden achtergrondkenmerken: kleuterklassen basisschool en oudere groepen, mate van stedelijkheid en grootte van school (>200 leerlingen).

Bronbeschrijving van de indicator

NB de cijfers voor deze indicator komen uit verschillende bronnen door de verschillende groepen.

Bron: Monitor Bewegingsonderwijs en sport in het PO

Bron en bronhouder

De bron van deze indicator is de Monitor bewegingsonderwijs en sport in het primair onderwijs (PO primair onderwijs (primair onderwijs)). De bronhouder van deze monitor is het Mulier Instituut en de opdrachtgever is VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport).

Onderzoeksgroep

De onderzoeksgroep zijn sectie- en schoolleiders in het primair onderwijs. Er is gebruikgemaakt van het ‘Directeurenpanel PO primair onderwijs (primair onderwijs)’ van DUO Onderwijsonderzoek, een panel dat bestaat uit ruim zevenhonderd schoolleiders. Aan de panelleden is één herinnering verstuurd. Daarnaast zijn 7.400 directeuren uit de onderwijsdatabase van DUO benaderd die geen deel uitmaken van het panel.

In meetjaar 2020/2021 hebben 839 schoolleiders de vragenlijst ingevuld.

Modus van uitvraag

De vragenlijst wordt vierjaarlijks uitgezet. Eerdere meetjaren zijn 2012/2013 (0-meting), 2016/2017 (1-meting) en 2020/2021 (2-meting). De periode van dataverzameling is mei/juni en het gaat om een online vragenlijst.

Historische informatie bron

In 2016/2017 was de respons 788 schoolleiders en in 2012/2013 1.083 schoolleiders.

Bron: Monitor Bewegingsonderwijs en sport in het SO en PRO

Bron en bronhouder

De bron van deze indicator is de Monitor bewegingsonderwijs en sport in het gespecialiseerd onderwijs en praktijkonderwijs (SO en PRO). De bronhouder van de monitor is het Mulier Instituut en de opdrachtgever is VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport).

Onderzoeksgroep

De onderzoeksgroep bestaat uit schoolleiders. Voor de 2-meting hebben voor speciaal basisonderwijs 137, voor speciaal onderwijs 142 en voor voortgezet speciaal onderwijs 69 schoolleiders de vragenlijst ingevuld. Het totaal aantal schoolleiders dat de vragenlijst heeft ingevuld voor gespecialiseerd onderwijs (SO en PRO) was 316. Voor praktijkonderwijs waren dit 83 schoolleiders.

Modus van uitvraag

De vragenlijst wordt vierjaarlijks uitgezet. Eerdere meetjaren zijn 2013-2015 (0-meting, zie Historische informatie bron), 2018/2019 (1-meting) en 2022/2023 (2-meting). De periode van dataverzameling is mei/juni en het betreft een vragenlijst.

Historische informatie bron

SO, SBO en VSO: de gegevens van de 0-meting in het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs zijn op data van schoolleiders uit 2013 gebaseerd. De 0-meting voortgezet speciaal onderwijs heeft in 2014 plaatsgevonden. Bij beide 0-metingen geldt dat de data zijn verzameld als onderdeel van de 0-metingen regulier onderwijs.

Voor de 1-meting heeft een aparte dataverzameling plaatsgevonden, waarbij één vragenlijst is opgesteld voor schoolleiders uit alle drie de onderwijsvormen. De vragenlijst bestond uit voornamelijk gesloten vragen en bevatte routings om enkele thema’s voor één specifieke onderwijssoort te inventariseren.

De analyses voor het speciaal basisonderwijs zijn gebaseerd op een respons van 115 schoolleiders (respons 21%), die van het speciaal onderwijs op 119 schoolleiders (cluster 1: n=4, cluster 2: n=19, cluster 3: n=51, cluster 4: n=47; respons 123%*). *In de analyse is uitgegaan van de onderwijsvormen die schoolleiders in het begin van de vragenlijst invulden. Blijkbaar vulden veel schoolleiders in dat zij speciaal onderwijs aanbieden, terwijl dit niet vermeld is in de populatiegegevens die bij DUO bekend zijn. Hierdoor is de respons hoger uitgevallen dan 100%.

De analyses voor het voortgezet speciaal onderwijs zijn gebaseerd op een respons van 138 schoolleiders (cluster 1: n=2, cluster 2: n=6, cluster 3: n=64, cluster 4: n=75; respons 38%).

Om de uitkomsten representatief te laten zijn, zijn uitkomsten gewogen naar denominatie, regio en stedelijkheid.

PRO: In 2015 heeft een 0-meting plaatsgevonden onder schoolleiders in het praktijkonderwijs. De vragenlijst is in deze 1-meting over het algemeen ongewijzigd gebleven ten opzichte van de vragenlijst van de 0-meting. De vragenlijst bestond uit voornamelijk gesloten vragen. In totaal hebben 78 schoolleiders de vragenlijst volledig ingevuld (respons 48%). Om de uitkomsten representatief te laten zijn voor de gehele populatie, is gewogen naar schoolgrootte en vakantieregio.

Methodebeschrijving van de indicator

Deelnemers

De omvang van de groep die de vragenlijst invult was voor het PO primair onderwijs (primair onderwijs) bij de 1-meting 788 schoolleiders en bij de 2-meting 839 schoolleiders.

Voor het SO/PRO geldt dat de analyses voor de 2-meting zijn gebaseerd op een respons van 279 schoolleiders in het speciaal basisonderwijs en 142 schoolleiders in het speciaal onderwijs. De analyses voor het voortgezet speciaal onderwijs zijn gebaseerd op een respons van 69 schoolleiders.

In totaal hebben 316 schoolleiders de vragenlijst volledig ingevuld voor het gespecialiseerd onderwijs en 83 schoolleiders voor het praktijkonderwijs
 

Vraagstelling

Voor het PO primair onderwijs (primair onderwijs) was de vraagstelling: Waarom is het op uw school niet haalbaar om in 2023 ten minste twee keer 45 minuten bewegingsonderwijs aan te bieden? Meerdere antwoorden mogelijk.

De antwoordmogelijkheden waren: Te vol lesrooster, Te weinig bevoegde leerkrachten, Geen geld voor vakonderwijs in deze omvang, Te weinig accommodatie, Accommodatie is te ver weg, Anders, namelijk:...

Voor het SO en PRO was de vraagstelling: U geeft aan dat uw schoollocatie vanaf volgend schooljaar (2023-2024) niet (altijd) ten minste twee lesuren bewegingsonderwijs aan alle klassen kan bieden. Waarom lukt dit niet? Meerdere antwoorden mogelijk.

De antwoordmogelijkheden waren: Te vol lesrooster, Te weinig bevoegde leerkrachten, Geen geld voor vakonderwijs in deze omvang, Te weinig accommodatie beschikbaar, Accommodatie is te ver weg, Te veel lestijd verloren aan begeleiding, omkleden, douchen, etc., Anders, namelijk:...

De periode van uitvraag was mei/juni. De vragenlijst is niet gevalideerd.

Analyse beschrijving

Het aandeel scholen dat aangeeft ‘te weinig accommodatie’ te hebben is berekend onder de scholen die aangeven niet aan de wettelijke verplichting te kunnen voldoen.

Eerder gemeten

De indicator is per onderwijsvorm vierjaarlijks gemeten. Voor het PO primair onderwijs (primair onderwijs) zijn eerdere meetjaren 2016/2017 en 2020/2021. Voor het SO en PRO zijn eerdere meetjaren 2018/2019 en 2022/2023.

Historische informatie methode

Voor PO primair onderwijs (primair onderwijs) geldt: De vraagstelling naar het hebben van tekort aan accommodatie voor bewegingsonderwijs is sinds meetjaar 2016/2017 (1-meting) opgenomen in de vragenlijst. De vraagstelling en berekeningswijze is gelijk voor de verschillende meetjaren. Daarnaast is ook de algemene vraag gesteld of men belemmeringen ervaart voor het bewegingsonderwijs, waaronder onvoldoende accommodatie.

Voor SO en PRO geldt: Vanaf 1-meting (2018/2019) is dezelfde vraagstelling gehanteerd. De berekeningswijze is voor alle meetjaren gelijk. Daarnaast is ook de algemene vraag gesteld of men belemmeringen ervaart voor het bewegingsonderwijs, waaronder onvoldoende accommodatie.

Contactinformatie

S. Vrieswijk (Mulier Instituut), sportenbewegenincijfers@rivm.nl

Rapport: beschikbaarheid cijfers en databronnen

Hoe de methode- en bron beschrijvingen tot stand zijn gekomen staat beschreven in het rapport "Data-infrastructuur Sport en Bewegen: beschikbaarheid van cijfers en preferente databron voor 164 indicatoren".  In het rapport wordt per thema een overzichtstabel van indicatoren weergegeven met daarbij de beschikbare databron. Er wordt per thema een conclusie getrokken of de beschikbare data-infrastructuur binnen een thema beperkt, redelijk of goed is. Als laatste worden er aanbevelingen gedaan voor de ontwikkeling van de data-infrastructuur Sport en Bewegen in de toekomst.