Deze pagina beschrijft het cijfer, de bron en de methode van de (kern)indicator: de innovatiescore van de sportsector.

>Cijfers van de indicator

>Bronbeschrijving van de indicator

>Methodebeschrijving van de indicator

Samenvatting

Definitie: de innovatiescore van de sportsector.

De Sportinnovatiescore is gebaseerd op 5 innovatie indicatoren: radicale innovatie, incrementele innovatie, productinnovatie, procesinnovatie en digitale transformatie

Bron: Sportinnovatiemonitor (Sportinnovator).

Meetfrequentie: tweemaal gemeten.

Cijfers van de indicator

Cijfers zijn beschikbaar in de Sportinnovator rapportage en op de webpagina van het Sportakkoord.

Uitsplitsing mogelijkheden geografisch: nationaal.

Uitsplitsing mogelijkheden achtergrondkenmerken: per innovatie indicator, per organisatievorm (commercieel gedreven professionele topsportorganisaties, topsportprogramma's, sportverenigingen (breedtesport), ondernemende sportaanbieders, sportbonden en overig)

Bronbeschrijving van de indicator

Bron en bronhouder

De bron van deze indicator is de Sportinnovatiemonitor. De bronhouders van de Sportinnovatiemonitor zijn de Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Mulier Instituut. De opdrachtgever is Sportinnovator.

Onderzoeksgroep

De Sportinnovatiemonitor wordt afgenomen onder commercieel gedreven professionele topsportorganisaties, topsportprogramma's, sportverenigingen, ondernemende sportaanbieders, sportbonden (alleen 2025), topsportevenementen (alleen 2021), ongeorganiseerd (openbare ruimte) (alleen 2021), overig (alleen 2025).

Modus van uitvraag

Het meetinstrument is tweemaal gebruikt. Een herhaling of vervolg is nog in ontwikkeling.

Voor de data van 2021 liep de periode van dataverzameling van december 2020 tot en met half maart 2021. Het betreft een digitale vragenlijst.

Historische informatie bron

N.v.t.

Methodebeschrijving van de indicator

Deelnemers

De omvang van de groep die de vragenlijst heeft ingevuld was 108 sportorganisaties in 2021 en 113 in 2025 .

Er kan op basis van de beschikbare informatie niet worden bepaald of de steekproef representatief is. Door de open verspreiding van de vragenlijst is het aannemelijk dat op innovatie gerichte organisaties zijn oververtegenwoordigd in de responsgroep. Daarnaast is de respons relatief beperkt. Gelet op de omvang en diversiteit van de sector is het daarom belangrijk terughoudend te zijn met het trekken van algemene conclusies. De steekproef bestaat uit verschillende typen organisaties, maar de deelgroepen zijn relatief klein. De resultaten geven daarom vooral richting en eerste inzichten.

Vraagstelling

Het betreft verschillende vragen over:

  • Exploratieve innovatie: verwijst naar radicale vernieuwingen in het sportaanbod, de processen of faciliteiten, zoals de introductie van nieuwe sportsegmenten, of nieuwe kanalen om sporters te bereiken.
  • Exploitatieve innovatie: omvat incrementele aanpassingen en verbeteringen, bijvoorbeeld het uitbreiden of optimaliseren van het bestaande sportaanbod of het efficiënter benutten van bestaande faciliteiten.
  • Productinnovatie: richt zich op veranderingen en initiatieven die gericht zijn op het vernieuwen of uitbreiden van het sportaanbod zelf, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of producten binnen de sport.
  • Proces innovatie betreft verbeteringen in de manier en technieken waarop sport wordt georganiseerd en geleverd, zoals vernieuwde trainingsmethoden, administratieve processen of de kwaliteit van begeleiding.
  • Digitale transformatie heeft betrekking op het inzetten en benutten van digitale oplossingen en technologieën, zoals apps, online platforms, AI, CRM-systemen, en het gebruik van data-gedreven besluitvorming.

De antwoordmogelijkheid is de Likert scale 7 punts. Het betreft momentopnamen.

De innovatiemonitor is een gevalideerde methode die wordt toegepast door de UvA. Voor de sportsector heeft het Mulier Instituut geholpen om het toe te passen in deze omgeving. 

Zie voor de vragenlijst Bijlage 1 in de rapportage: Sportinnovatiemonitor: een 1-meting onder diverse sportorganisaties.

Analyse beschrijving

De kengetallen per ondervraagde sportorganisaties worden berekend via een herrekening van de score op een 7-puntschaal naar een waarde op een schaal van 1 tot 10. Dit houdt overigens niet in dat een score van een 5,5 of hoger staat voor een voldoende. De kengetallen zijn bedoeld om sportinnovatie te kwantificeren. 

Eerder gemeten

De indicator is in 2021 en 2025 gemeten.

Historische informatie methode

Tussen 2021 en 2025 zijn er verschillen in de vraagstelling en de manier van presenteren:

  • In 2025 is ten opzichte van 2021 een aangepaste schaal gebruikt voor proces- en productinnovatie. In het rapport uit 2026 maakt het Mulier Instituut bij deze vergelijking daarom gebruik van de schaal van 2021 om de score voor 2025 te berekenen.
  • Digitale transformatie is in 2025 toegevoegd als deelindicator (deze is niet gemeten in 2021). 

De steekproef is in 2025 gewijzigd ten opzichte van 2021. Dit betekent dat grotendeels vergelijkbare typen sportorganisaties zijn onderzocht, maar dat de samenstelling van de steekproef op enkele punten verschilt. Waar de vragenlijst in 2021 doorgaans bij één sportorganisatie per organisatievorm is uitgezet, is deze in 2025 onder meerdere organisaties per organisatievorm afgenomen om een representatiever beeld van de sportsector te verkrijgen.

Hierdoor vertegenwoordigen de betaald voetbalorganisaties uit 2021 de categorie commercieel-gedreven professionele topsportorganisaties in 2025. Hetzelfde geldt voor de sportverenigingen uit de breedtesport, waarvoor in 2021 uitsluitend tennis- en volleybalverenigingen zijn onderzocht, en voor de ondernemende sportaanbieders, waarvoor in 2021 alleen fitnesscentra zijn meegenomen. Daarnaast zijn in 2025 ook sportbonden (overkoepelende sportfederaties) in de steekproef opgenomen, terwijl in 2021 juist topsportevenementen en ongeorganiseerde sport deel uitmaakten van de onderzochte organisaties. Door deze verschillen in de samenstelling van de steekproef dienen vergelijkingen tussen 2021 en 2025 voorzichtig te worden geïnterpreteerd.

Contactinformatie

R. Hoekman (Mulier Instituut), sportenbewegenincijfers@rivm.nl

P. vom Baur (Universiteit van Amsterdam), sportenbewegenincijfers@rivm.nl

Rapport: beschikbaarheid cijfers en databronnen

Hoe de methode- en bron beschrijvingen tot stand zijn gekomen staat beschreven in het rapport "Data-infrastructuur Sport en Bewegen: beschikbaarheid van cijfers en preferente databron voor 164 indicatoren".  In het rapport wordt per thema een overzichtstabel van indicatoren weergegeven met daarbij de beschikbare databron. Er wordt per thema een conclusie getrokken of de beschikbare data-infrastructuur binnen een thema beperkt, redelijk of goed is. Als laatste worden er aanbevelingen gedaan voor de ontwikkeling van de data-infrastructuur Sport en Bewegen in de toekomst.