Icoon bewegingsonderwijs

Het aantal minuten bewegingsonderwijs per schoolweek


De kernindicator bewegingsonderwijs is bepaald voor het primair onderwijs (POprimair onderwijs ) en het voortgezet onderwijs (VOVoortgezet onderwijs ). Daarnaast zijn ook cijfers over bewegingsonderwijs bekend voor het speciaal onderwijs (SO) en het praktijk onderwijs (PRO).

Bron: Monitor bewegingsonderwijs, door het Mulier Instituut
Meetjaar: schooljaar 2016/2017 (PO), schooljaar 2017/2018 (VO), schooljaar 2015/2016 (SO en PRO)
Nieuwe cijfers: 2020 (PO), 2021 (VO), 2019 (SO en PRO)

Overzicht

Het bewegingsonderwijs in primair- en voortgezet onderwijs zijn twee van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoeveel bewegingsonderwijs krijgen kinderen en jongeren? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd van het primair-, voortgezet-, speciaal- en praktijkonderwijs. Er wordt een internationale vergelijking gemaakt. Daarnaast wordt er een korte toelichting op het huidige beleid gegeven.

Vormen van basisonderwijs in Nederland:

  • Naast scholen voor regulier basisonderwijs zijn er in Nederland scholen voor speciaal basisonderwijs (sbao) en voor speciaal onderwijs (so)
  • Speciaal basisonderwijs is voor kinderen met een (betrekkelijk) laag intelligentieniveau of een leerachterstand
  • Speciaal onderwijs is voor kinderen met een handicap en/of zwaardere problematiek en is onderverdeeld in vier clusters

Vormen van voortgezet onderwijs in Nederland:

  • Het reguliere voortgezet onderwijs is te verdelen in vier types; 
    • Basisberoepsgerichte leerweg/kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo bbl/kl)
    • Gemende leerweg/theoretische leerweg (vmbo gl/tl)
    • Hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo)
    • Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo).
  • Naast scholen voor regulier voortgezet onderwijs zijn er in Nederland scholen voor Praktijkonderwijs (pro) en voortgezet speciaal onderwijs (vso)
  • Praktijkonderwijs  is voor jongeren met een (betrekkelijk) laag intelligentieniveau of een leerachterstand die naar verwachting niet over de capaciteiten beschikken om een vmbo-diploma te behalen
  • Voortgezet speciaal onderwijs is voor jongeren met een handicap of zwaardere problematiek en is onderverdeeld in vier clusters

Heden, verleden en toekomst

Heden

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Omvang lestijd voor bewegingsonderwijs varieert

In het schooljaar 2016/2017 was de gemiddelde ingeroosterde lestijd voor bewegingsonderwijs 113 minuten per week voor groep 1 en 2 en 89 minuten voor groep 3 t/m 8 van de basisschool.

In 2017/2018 hadden leerlingen in het eerste leerjaar van het voortgezet onderwijs gemiddeld 146 minuten lestijd voor lichamelijke opvoeding. Na het eerste leerjaar, neemt dit sterk af.

In de Sport Toekomstverkenning wordt geconcludeerd dat het aantal uren bewegingsonderwijs in het primair onderwijs gelijk zal blijven of licht stijgen en in het voorgezet onderwijs gelijk zal blijven.

Trend - PO

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Geen verandering in lestijd bewegingsonderwijs POprimair onderwijs

Wat betreft de lestijd en het aantal lessen bewegingsonderwijs op de basisschool zijn er in het schooljaar 2016/2017 geen verschillen ten opzichte van het schooljaar 2012/2013. Vier op de tien scholen bieden groep 1 en 2 drie tot vijf lessen bewegingsonderwijs aan. In de groepen 3 t/m 8 krijgen de kinderen op drie kwart van de scholen twee lessen bewegingsonderwijs per week, vrijwel alle andere scholen geven één les per week.

Bron: Reijgersberg et al., 2013, Slot-Heijs et al., 2017

Trend - VO

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Geen verandering in lestijd bewegingsonderwijs VOVoortgezet onderwijs

Er zijn geen verschillen te zien tussen de omvang van lestijd in het schooljaar 2016/2017 en 2012/2013. In het eerste leerjaar wordt in vergelijking met andere jaren de meeste lestijd aan bewegingsonderwijs gegeven, dit daalt met het leerjaar.

 

 

Bron: Reijgersberg et al., 2014, Slot-Heijs et al., 2018

BronMonitor bewegingsonderwijs 2013-2018, Mulier Instituut
POprimair onderwijs : Reijgersberg et al., 2013, Slot-Heijs et al., 2017 
VOVoortgezet onderwijs : Reijgersberg et al., 2014, Slot-Heijs et al., 2018
SVBO en PRO: Lucassen et al., 2016Centraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek

Methode: Aan sectieleiders lichamelijke opvoedingen en schoolleiders is een enquête voorgelegd over het bewegingsonderwijs op hun school. In de enquête is er gevraagd naar het aantal lessen bewegingsonderwijs  en de duur van lessen die gegeven wordt op hun school. Ook is er onder andere gevraagd naar de leerdoelen voor het bewegingsonderwijs en de les accommodatie. De enquête voor het VO is hieronder te downloaden, deze is vergelijkbaar met de enquêtes gesteld aan het PO, SBO en PRO. De ondervraagde sectie- en schoolleiders kunnen gezien worden als een representatief voor Nederland.

Vragenlijst bewegingsonderwijs VO

Bewegingsonderwijs voor verschillende type VO

Type VO

Bewegingsonderwijs naar type VOVoortgezet onderwijs

De lestijd bewegingsonderwijs in het VO neemt af met het leerjaar, maar lijkt stabiel tussen schooljaren in de periode tussen 2012 en 2017. Onderliggende tabbladen gaan in op de lestijd voor de verschillende typen VO.

Norm lestijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Lestijd nagenoeg gelijk aan de norm

Door het ministerie van OCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is een normdocument voor bewegingsonderwijs op het voortgezet onderwijs opgesteld. De norm voor het Vmbo is 125 minuten per schoolweek, voor de Havo 110 minuten en voor het Vwo 100 minuten. In het schooljaar 2017/2018 was de gemiddelde lestijd van bewegingsonderwijs voor alle typen voorgezet onderwijs nagenoeg gelijk aan de norm. Dit betekent dat een deel van de scholen boven de norm scoort en een deel hieronder. 

Vmbo bbl/kbl

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Lesomvang is gelijk gebleven

In 2017/2018 hadden leerlingen in het eerste leerjaar van het vmbo bbl/kbl gemiddeld 155 minuten lestijd voor lichamelijke opvoeding, doorgaans drie lesuren van 50 minuten per week. Na het eerste leerjaar, neemt dit sterk af tot 139 minuten in het tweede leerjaar, 109 minuten in het derde leerjaar en 95 minuten in het laatste jaar. Er zijn geen verschillen te zien tussen schooljaar 2017/2018 en  schooljaar 2013/2017.

 

Vmbo gl/tl

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Lesomvang is gelijk gebleven

In 2017/2018 hadden leerlingen in het eerste leerjaar van het vmbo gl/tl gemiddeld 149 minuten lestijd voor lichamelijke opvoeding, doorgaans drie lesuren van 50 minuten per week. Na het eerste leerjaar, neemt dit sterk af tot 128 minuten in het tweede leerjaar, 108 minuten in het derde leerjaar en 93 minuten in het laatste jaar. Er zijn geen verschillen te zien tussen schooljaar 2017/2018 en  schooljaar 2013/2014.

 

Havo

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Lesomvang afgenomen in eerste leerjaar

In 2017/2018 hadden leerlingen in het eerste leerjaar van de havo gemiddeld 140 minuten lestijd voor lichamelijke opvoeding, dit is minder dan in het schooljaar 2013/2014. Na het eerste leerjaar, neemt de lesomvang sterk af tot 119 minuten in het tweede leerjaar, 106 minuten in het derde leerjaar, 99 minuten in het vierde leerjaar en 64 minuten in het laatste jaar. Behalve in het eerste jaar zijn er geen verschillen te zien tussen schooljaar 2017/2018 en  schooljaar 2013/2014.

Vwo

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Lesomvang afgenomen in eerste leerjaar

In 2017/2018 hadden leerlingen in het eerste leerjaar van de vwo gemiddeld 138 minuten lestijd voor lichamelijke opvoeding, dit is minder dan in het schooljaar 2013/2014. Na het eerste leerjaar, neemt de lesomvang sterk af tot 116 minuten in het tweede leerjaar, 103 minuten in het derde leerjaar, 98 minuten in het vierde leerjaar, 90 minuten in het vijfde leerjaar en 59 minuten in het laatste jaar. Behalve in het eerste jaar zijn er geen verschillen te zien tussen schooljaar 2017/2018 en  schooljaar 2013/2014.

Bewegingsonderwijs in het speciaal onderwijs en praktijkonderwijs

Speciaal onderwijs

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Omvang lestijd bewegings-onderwijs in groep 1 en 2 van het speciaal basisonderwijs het laagst

Leerlingen in groep 1 en 2 van het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs krijgen minder bewegingsonderwijs dan die in het regulier basisonderwijs. Het aantal minuten bewegingsonderwijs is het laagst in groep 1 en 2 van het speciaal onderwijs (74 minuten per week). Dit is ongeveer de helft van het aantal minuten in het reguliere basisonderwijs. Leerlingen uit de hogere groepen (groep 3 t/m 8) van het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs krijgen evenveel bewegingsonderwijs als leerlingen van groep 3 t/m 8 in het reguliere basisonderwijs.

Meeste lestijd voor bewegingsonderwijs in de onderbouw van het praktijkonderwijs

In de onderbouw van het praktijkonderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs wordt gemiddeld 125 tot 132 minuten besteed aan bewegingsonderwijs. Naarmate leerlingen verder komen in hun opleiding krijgen zij minder bewegingsonderwijs. In het laatste jaar is dit gemiddeld 110 minuten in het voortgezet speciaal onderwijs en 93 minuten in het praktijkonderwijs.

Internationale vergelijking

Wereldwijd grote verschillen

In het UNESCO rapport 'World-wide survey of school physical education' zijn 232 landen opgenomen. Er zijn grote verschillen in het aantal lessen en weken per jaar bewegingsonderwijs tussen landen en regio's binnen landen. Het niet voldoen aan richtlijnen voor bewegingsonderwijs binnen een land komt met name voor in landen waar de verantwoordelijkheid van het curriculum bij schooldistricten of individuele scholen ligt.

Wereldwijd wordt er in het basisonderwijs wekelijks gemiddeld 103 minuten bewegingsonderwijs gegeven (variërend van 25 tot 220 minuten). Op het voortgezet onderwijs is dit gemiddelde 100 minuten (25 tot 240 minuten). Voor Nederland is dit volgens het rapport gemiddeld 90 minuten per week voor zowel het basis- als het voorgezet onderwijs.

Beleid

Geen wettelijke lesomvang bewegingsonderwijs

Op dit moment meldt de Wet op Primair Onderwijs niets over de frequentie en duur van het bewegingsonderwijs in het POprimair onderwijs . Scholen zijn vrij om hun eigen invulling te geven aan de inhoud van het bewegingsonderwijs en om voor een vakleerkracht te kiezen of niet. Begin 2015 heeft het ministerie van OCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de PO raad een actieplan geschreven om te zorgen dat alle scholen tenminste twee lesuren bewegingsonderwijs door een bevoegde leerkracht zouden laten geven. Echter is dit nog niet terug te zien in de cijfers. Begin 2018 is er in de Tweede Kamer een intiatiefnota ingediend voor een minimale urennorm van drie lesuur per week. Daarnaast wordt in het sportakkoord bewegingsonderwijs benoemd als één van de onderdelen voor een leven lang vaardig bewegen.

In het voorgezet onderwijs is het verplicht om bewegingsonderwijs door een vakleerkracht te laten verzorgen. De lesomvang behoort te voldoen aan normen van de Inspectie van het Onderwijs, maar dit is niet wettelijk bepaald.

Meer informatie

J.M.H. Lucassen (Mulier Instituut)
J.J. Slot-Heijs (Mulier Instituut)