Deze pagina beschrijft het cijfer, de bron en de methode van de (kern)indicator: Financiële kosten voor sport als ervaren belemmering.

>Cijfers van de indicator

>Bronbeschrijving van de indicator

>Methodebeschrijving van de indicator

Samenvatting

Definitie: Financiële kosten voor sport als ervaren belemmering.

Bron: Vrijetijdsomnibus (VTO)

Meetfrequentie: tweejaarlijks, sinds 2024.

Cijfers van de indicator

Cijfers zijn beschikbaar op de webpagina van het Sportakkoord.

Uitsplitsing mogelijkheden geografisch: landelijk.

Uitsplitsing mogelijkheden achtergrondkenmerken: inkomen, opleidingsniveau, geslacht, leeftijd, beperking, frequentie sportdeelname afgelopen 12 maanden.

Bronbeschrijving van de indicator

Bron en bronhouder

De bron van deze indicator is de Vrijetijdsomnibus (VTO). De bronhouder van de VTO was van 2012-2018 het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) i.s.m. CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek). Sinds 2020 is de bronhouder CBS, waarbij het Mulier Instituut (sport) en de Boekmanstichting (cultuur) verantwoordelijk zijn voor de rapportage van de data. De opdrachtgevers zijn OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) en VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport).

Onderzoeksgroep

De VTO wordt uitgezet onder een representatieve steekproef uit het bevolkingsregister van in Nederland woonachtige personen van zes jaar of ouder.

In 2024 was er een respons van 43% (uitgezet n=8.392, respons n=3.608).

Modus van uitvraag

De vragenlijst wordt tweejaarlijks uitgezet. Eerdere meetjaren zijn vanaf 2012 iedere twee jaar geweest.

De periode van dataverzameling is voor CAWI (Computer assisted web interviewing) november-december en voor CAPI (Computer assisted personal interviewing) januari-februari. 80% is via CAWI en 20% via CAPI.

Historische informatie bron

De VTO is opgezet om ontwikkelingen in kernindicatoren voor sport- en cultuurbeleid mee vast te stellen. Het onderzoek bestaat uit de kernthema’s cultuurparticipatie en sportbeoefening, waarbij de interesse in, bezoek aan en beoefening van sport en cultuur centraal staat. Daarnaast wordt elke twee jaar een bepaald thema verder uitgediept of kleine accenten gelegd.

Van 2012 tot 2019 was het SCP Sociaal Cultureel Planbureau (Sociaal Cultureel Planbureau ) verantwoordelijk voor de rapportage van de data. Sinds 2020 ligt deze taak bij het Mulier instituut (sport) en de Boekmanstichting (cultuur). Van 2012 tot 2019 was het SCP opdrachtgever.

De cijfers uit de VTO van 2012, 2014 en 2016 zijn in 2019 aangepast vanwege een nieuwe weging. Deze was noodzakelijk vanwege de aangepaste opzet in 2018. Meer informatie hierover is te vinden in de nota Weging Vrijetijdsomnibus 2018-2019.

Respons van benaderde groep over tijd: 2012: 58% (N= 3.138); 2014: 54% (N= 3.040); 2016: 66% (N= 3.101); 2018: 48% (3.425); 2020: 47% (N= 2.970); 2022: 42% N=3.038.

Methodebeschrijving van de indicator

Deelnemers

In 2024 hebben 3127 deelnemers van 18 jaar en ouder de vragen over financiële kosten als drempel om te sporten ingevuld.

De streekproef is representatief.

Vraagstelling

Aan de respondenten is een drietal stellingen voorgelegd. Zij konden hierop antwoorden met helemaal eens, eens, niet eens/niet oneens, oneens, helemaal oneens. De stellingen zijn als volgt:

  • Ik vind de kosten om te sporten in het algemeen te hoog;
  • Na het betalen van de vaste lasten blijft er te weinig geld over voor eigen sportieve activiteiten;
  • Ik besteed mijn geld liever aan andere dingen dan aan sportieve activiteiten

De vragenlijst is niet gevalideerd.

Analyse beschrijving

Per stelling is het percentage berekend van respondenten dat 'Helemaal eens' of 'Eens' heeft geantwoord.

Eerder gemeten

De indicator is tweejaarlijks gemeten sinds 2024.

Historische informatie methode

N.v.t.

Achtergrondinformatie methode

Vraagstelling en antwoordmogelijkheden: zie broninformatie.

Contactinformatie

I. Pulles (Mulier Instituut), sportenbewegenincijfers@rivm.nl

Rapport: beschikbaarheid cijfers en databronnen

Hoe de methode- en bron beschrijvingen tot stand zijn gekomen staat beschreven in het rapport "Data-infrastructuur Sport en Bewegen: beschikbaarheid van cijfers en preferente databron voor 164 indicatoren".  In het rapport wordt per thema een overzichtstabel van indicatoren weergegeven met daarbij de beschikbare databron. Er wordt per thema een conclusie getrokken of de beschikbare data-infrastructuur binnen een thema beperkt, redelijk of goed is. Als laatste worden er aanbevelingen gedaan voor de ontwikkeling van de data-infrastructuur Sport en Bewegen in de toekomst.