Deze pagina beschrijft het cijfer, de bron en de methode van de (kern)indicator: het aandeel sportverenigingen met een pedagogische opleiding voor trainers en coaches.

>Cijfers van de indicator

>Bronbeschrijving van de indicator

>Methodebeschrijving van de indicator

Samenvatting

Definitie: het aandeel sportverenigingen met een pedagogische training voor trainers en coaches.

Bron: MI Verenigingspanel (Mulier Instituut).

Meetfrequentie: tweejaarlijks, sinds 2024.

Cijfers van de indicator

Cijfers zijn beschikbaar in het boek Samen de lat hoger leggen (februari 2023, p.94) en via het Mulier Instituut.

Uitsplitsing mogelijkheden geografisch: landelijk.

Uitsplitsing mogelijkheden achtergrondkenmerken: geen.

Bronbeschrijving van de indicator

Bron en bronhouder

De bron van deze indicator is het MI Verenigingspanel. De bronhouder van het MI Verenigingspanel is het Mulier Instituut en de opdrachtgevers zijn VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en het Mulier Instituut.

Onderzoeksgroep

Het MI Verenigingspanel bestaat uit ruim 2.200 verenigingen. Deze worden allemaal uitgenodigd om de vragenlijsten in te vullen. Het aantal verenigingen dat de vragenlijst invult varieert per peiling.

De deelnemende verenigingen bieden 70 verschillende takken van sport aan en zijn afkomstig uit ongeveer 300 gemeenten. In het panel zijn allerlei categorieën sportverenigingen zo goed mogelijk naar evenredigheid vertegenwoordigd: grote en kleine verenigingen, clubs met teamsporten en (semi-) individuele sporten, clubs gevestigd in kleine en grote gemeenten, clubs met en zonder eigen accommodatie, etc.

Door het gebruik van een weegfactor wordt rekening gehouden met onder- en overrepresentatie van verenigingen in de verschillende categorieën. Ter referentie wordt hiervoor de Sportclub statistiek gebruikt van het CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek). De samenstelling van het panel en de weging van de antwoorden maakt dat de uitkomsten representatief zijn voor de sportverenigingen in Nederland.

De respons op een vragenlijsten van MI verenigingspanel is gemiddeld 25 procent. 

Modus van uitvraag

Deelnemende verenigingen worden jaarlijks 1 tot 3 keer bevraagd. Eerdere meetmoment (peilingen) vermeld voor de indicatoren op www.sportenbewegenincijfers.nl zijn: 2008, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015, 2016 voorjaar, 2017 winter, 2018/2019 winter, 2019 winter, 2021 zomer, 2021 februari, 2022 winter, 2023 februari/maart, 2023 [seizoen], 2024/2025 winter.

Periode van dataverzameling verschilt per jaar (zie hierboven). De vragenlijst staat 6 weken open.

Verenigingen worden per e-mail voor onderzoeken benaderd. De peilingen bij het Verenigingspanel worden via een webenquête afgenomen.

Historische informatie bron

Het Verenigingspanel is eind 1998 gestart, waarbij tot 2015 nauw is samengewerkt met NOC*NSF Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie (Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie) aan de uitbouw en beheer van het Verenigingspanel. Vanaf 2015 is het Verenigingspanel geheel in beheer bij het Mulier Instituut.

Methodebeschrijving van de indicator

Deelnemers

De omvang van de groep die de vragenlijst invult:

  • 2024: 363 verenigingsbestuurders

Door de samenstelling van het panel en de weging van de antwoorden zijn de uitkomsten representatief voor de sportverenigingen in Nederland.

Vraagstelling

Na een hele korte introductie over positief sportklimaat volgt de vraag: "Beschikt uw vereniging over de volgende beleidszaken?". Vervolgens komt er een rijtje met zaken die in het kader van positief sportklimaat aan de orde zijn.

Er zijn meerdere antwoorden mogelijk:

  • Gedragsregels beschreven in statuten of een huishoudelijk reglement
  • Gedragsregels beschreven buiten statuten of huishoudelijk reglement (bijv. als folder, poster of op de website)
  • Een vertrouwenscontactpersoon
  • Beleid gericht op het realiseren van een pedagogisch sportklimaat
  • Beleid gericht op het vergroten van inclusie/diversiteit onder (kader)leden
  • Beleid gericht op het tegengaan van discriminatie en/of racisme
  • Beleid om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan te vragen voor bestuursleden, trainer/coaches, en/of andere vrijwilligers
  • Beleid omtrent het volgen van pedagogische e-learning/cursus of trainersopleiding voor trainers/coaches
  • Beleid gericht op hulp bij aanvragen van financiële steun, voor leden met geldzorgen
  • Het streven dat het bestuur handelt naar de richtlijnen van Code Goed Sportbestuur
  • Een werkgroep/commissie/bestuurlijk verantwoordelijke voor diversiteit-/inclusie-/antidiscriminatiebeleid
  • Een trainer/begeleider aangesteld die trainers/coaches ondersteunt bij het pedagogisch begeleiden van jeugdspelers  (clubkadercoach)
  • Overig beleid voor nieuwe medewerkers die werken met kinderen (o.a. nagaan antecedenten en register tuchtuitspraken seksuele intimidatie)
  • Een klachtenregeling
  • Anders, namelijk …
  • Geen van deze

Antwoordopties zijn: 

  • Ja, we beschikken hier recentelijk over (sinds het seizoen ‘23/’24 of later)   
  • Ja, we beschikken hier al langer over (voor het seizoen ‘23/’24)   
  • Nee, maar we willen hier in de toekomst wel over beschikken
  • Nee 

De vragenlijst is zelf ontwikkeld en niet gevalideerd. 

Analyse beschrijving

Het percentage verenigingen dat aangeeft “Beleid om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te vragen voor medewerkers” wordt berekend over alle verenigingen die de vraag hebben beantwoord.

Eerder gemeten

De indicator is voor het eerst gemeten in 2024/2025. Er zijn nog geen eerdere meetmomenten.

Historische informatie methode

Er zijn nog geen eerdere meetjaren met deze vraagstelling.

Achtergrondinformatie methode

N.v.t.

Contactinformatie

J. Kalmthout (Mulier Instituut), sportenbewegenincijfers@rivm.nl

Rapport: beschikbaarheid cijfers en databronnen

Hoe de methode- en bron beschrijvingen tot stand zijn gekomen staat beschreven in het rapport "Data-infrastructuur Sport en Bewegen: beschikbaarheid van cijfers en preferente databron voor 164 indicatoren".  In het rapport wordt per thema een overzichtstabel van indicatoren weergegeven met daarbij de beschikbare databron. Er wordt per thema een conclusie getrokken of de beschikbare data-infrastructuur binnen een thema beperkt, redelijk of goed is. Als laatste worden er aanbevelingen gedaan voor de ontwikkeling van de data-infrastructuur Sport en Bewegen in de toekomst.