Icoon behorende bij de kernindicator Motorische vaardigheden

Kernindicator Motorische Vaardigheden - in ontwikkeling

De Kernindicator Motorische Vaardigheden zal gaan over de mate waarin kinderen in Nederland motorisch vaardig zijn. 

Bron: n.t.b.
Meetjaar: n.t.b.
Nieuwe cijfers verwacht: n.t.b.

Nieuwe Kernindicator

Afbeelding van spelende kinderen.

In 2022 is het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) samen met het Netwerk Kernindicatoren Sport en Bewegen gestart met het verbeteren en versterken van de bestaande data-infrastructuur op gebied van sport en bewegen. In de eerste fase hebben experts gekeken welke indicatoren belangrijk zijn om over lange tijd te meten (Duijvestijn & Wendel-Vos, 2023). Hieruit bleek dat het onderwerp ‘motorische vaardigheden’ het belangrijkste gevonden werd binnen het thema ‘Leren bewegen’. Daarom is besloten om dit onderwerp verder uit te werken tot een mogelijke Kernindicator. 

Het begrip ‘motorische vaardigheden’ is erg breed. Het is nog niet duidelijk welke onderdelen precies gemeten moeten worden om goed te weten hoe het met de motorische vaardigheden van een kind gaat. Het is wel zeker dat je naar meerdere vaardigheden tegelijk moet kijken. Het samenvoegen van deze onderdelen tot één totaalscore is lastig, want het is moeilijk om te bepalen hoe je verschillende scores samen tot één getal maakt. Het is ook nog niet duidelijk uit welke bron we de gegevens het beste kunnen halen. Door deze vragen is het maken van een begrijpelijke Kernindicator voor motorische vaardigheden niet gemakkelijk.

Van 2024 tot en met 2026 werkt het RIVM verder aan deze nieuwe Kernindicator. In 2024 verscheen al het Adviesrapport: vernieuwde set Kernindicatoren Sport en Bewegen. Hierin wordt uitgelegd welke stappen er hiervoor gezet moeten worden. Eind 2026 volgt op deze pagina een update over de ontwikkeling van de Kernindicator Motorische vaardigheden. 

Voor een Kernindicator zijn er zes randvoorwaarden opgesteld.

 Een Kernindicator… 

  • past binnen het brede kader van sport- en beweegbeleid
  • wordt breed gedragen door experts binnen beleid en onderzoek
  • raakt de kern van het thema
  • is eenduidig te interpreteren
  • geeft landelijk inzicht en waar mogelijk ook regionaal/lokaal
  • wordt minimaal elke 4 jaar gemeten

Zie voor de totstandkoming en verdere uitleg bij deze randvoorwaarden het Adviesrapport: vernieuwde set Kernindicatoren Sport en Bewegen,

Mogelijke databronnen

Er zijn momenteel twee mogelijke databronnen voor deze Kernindicator. De eerste bron is het Peilingsonderzoek Bewegingsonderwijs van de Onderwijsinspectie, de tweede mogelijke bron is de Tool Beweegwijsheid die momenteel door het Mulier Instituut wordt ontwikkeld. Beide opties worden hieronder verder beschreven.

Peilingsonderzoek Bewegingsonderwijs

Het Peilingsonderzoek Bewegingsonderwijs heeft als doel de beweegvaardigheden van de oudste basisschoolkinderen (groep 8) in beeld te brengen. Het Peilingsonderzoek is eerder in 2006 en 2016/2017 uitgevoerd. Cijfers uit de nieuwe peiling van 2023/2024 worden in mei 2026 verwacht. Voor dit onderzoek bestaat al een methode (vast draaiboek) en de resultaten zijn representatief voor kinderen in groep 8 van de basisschool in heel Nederland. Voor een Kernindicator is het nodig dat er minimaal één keer per 4 jaar nieuwe cijfers beschikbaar zijn. Tot nu toe vinden de meetmomenten van het Peilingsonderzoek alleen niet vaak en niet op vaste momenten plaats. Daarnaast is het niet met zekerheid te zeggen dat er in de toekomst een nieuwe peiling plaats zal vinden. Alleen wanneer er plannen zijn om vaker te meten, is het relevant om op basis van deze bron een Kernindicator samen te stellen. 

Tool Beweegwijsheid

Het Mulier Instituut werkt op dit moment aan de ontwikkeling van een online tool voor dataverzameling door leerkrachten, waarin het concept ‘beweegwijsheid' belangrijk is. Uit deze tool kunnen in de toekomst cijfers over motorische vaardigheden worden gehaald. Omdat de data in de reguliere lessen bewegingsonderwijs verzameld kunnen worden, zou er een voortdurende datastroom voor groep 1 tot en met 8 zijn. Hiermee kunnen vervolgens elk jaar nieuwe cijfers over motorische vaardigheden getoond worden. Voor de Kernindicator is het wenselijk dat deze cijfers representatief zijn voor alle basisschoolkinderen in Nederland. Aangezien de Tool Beweegwijsheid nog in ontwikkeling is, zal de komende jaren blijken of hieruit representatieve cijfers gehaald kunnen worden om de Kernindicator Motorische vaardigheden te vormen. 

Samenvatting

Samengevat kan er op korte termijn nog geen kengetal vastgesteld worden voor de kernindicator Motorische vaardigheden. De genoemde bronnen voldoen nog niet aan de voorwaarden die gesteld zijn voor een Kernindicator. Het Peilingsonderzoek Bewegingsonderwijs is qua representativiteit en eerdere uitvoeringen een geschikte databron, maar wordt niet vaak genoeg gemeten. Voor de Tool Beweegwijsheid van het Mulier Instituut is nog niet duidelijk is of deze landelijk representatief zal zijn. Voor beide databronnen moet daarnaast ook nog bepaald worden welke onderdelen meegenomen kunnen worden, en in welke vorm, in een totaalscore.

M. Duijvestijn (RIVM)

A.J. van der Vegt (RIVM)