Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat één keer per week of vaker sport

 

Bron: CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek-Gezondheidsenquête (2001-2013) en Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014-2018)
Meetjaar: 2018
Nieuwe cijfers: 2020

 

Overzicht

Sportdeelname wekelijks is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoeveel mensen sporten er in Nederland? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Deze worden voor verschillende regio's, gemeenten en groepen in de bevolking beschreven. Ook wordt aandacht besteed aan welke sporten (het meest) worden beoefend. De wekelijkse sportdeelname wordt vergeleken met enkele andere kernindicatoren en er wordt een internationale vergelijking gemaakt. Daarnaast bevat deze pagina een korte toelichting op het huidige sport- en beweegbeleid in relatie tot de kernindicator.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Ruim de helft van de Nederlanders sport wekelijks

In 2018 deed 53% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder één keer per week of vaker aan sport. Dit percentage is relatief stabiel over de tijd.

In de Sport Toekomstverkenning werd geconcludeerd dat de sportdeelname door Nederlanders tot 2030 ongeveer gelijk zal blijven. Wel zal er een verschuiving plaatsvinden naar andere typen sport dan nu populair zijn, voornamelijk naar meer individuele sporten.

Regionaal

Meeste sportdeelname in het midden van het land

Het aandeel wekelijkse sporters is het hoogst in de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-regio's in het midden van het land. Het percentage wekelijkse sporters is het laagst in de GGD-regio Zeeland en Zuid-Holland Zuid (beide 44%). In Nederland doet gemiddeld 51,3% van de bevolking van 19 jaar en ouder minstens één keer per week aan sport. 

De interactieve kaart met de cijfers van elke regio is hier te vinden.

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

 

 

Lokaal

Gemeenten met de hoogste sportdeelname verspreid over het land

De gemeenten waar de sportdeelname het hoogst is, liggen verspreid over het land, zonder een duidelijk patroon. In Noordoost-Groningen is een groot cluster van gemeenten te zien met een laag percentage wekelijkse sporters. In Nederland doet gemiddeld 51,3% van de bevolking van 19 jaar en ouder minstens één keer per week aan sport.

De interactieve kaart met de cijfers van elke gemeente is hier te vinden.

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

Wijk

Wekelijkse sporters per wijk

De kaart presenteert cijfers over wekelijkse sporters. Dit is het percentage personen van 19 jaar en ouder dat minstens één keer per week aan sport doet. De interactieve kaart met de cijfers van alle wijken is hier te vinden.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft cijfers over gezondheid en leefstijl berekend voor alle wijken en buurten in Nederland op basis van ruim 457.000 respondenten van de Gezondheidsmonitor volwassenen 2016 van GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en, CBSCentraal Bureau voor de Statistiek en RIVM. Omdat er vaak te weinig respondenten per wijk of buurt zijn, gebruikt het RIVM een model waarmee de cijfers berekend kunnen worden. Dit zijn zogenaamde kleine-domeinschatters (van de Kassteele et al., 2017).

Bron: SMAP-data RIVM i.s.m. GGD'en; gebaseerd op de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

*NB: de cijfers over wekelijkse sporter afkomstig uit de  Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBSCentraal Bureau voor de Statistiek i.s.m. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2014-2017 zijn in mei 2019 aangepast vanwege een kleine fout in de oorspronkelijke berekening van wekelijks sporten. Voor meer informatie kunt u contact op nemen met leefstijlmonitor@rivm.nl

Bron: CBS-Gezondheidsenquête (2001-2013), Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m het RIVM (2014-2018) en Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

Methode: De kernindicator sportdeelname wekelijks is vastgesteld met de SQUASH-vragenlijst waarmee naar het gebruikelijke sport- en beweeggedrag wordt gevraagd. Bij de vragen over sport kan een respondent maximaal vier sporten opgeven. Per sport wordt gevraagd hoeveel dagen per week de respondent deze sport beoefent. De vragenlijst van de gezondheidsenquête is hier en in onderstaand document terug te vinden.

Wekelijkse sportdeelname door verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Kleine verschillen tussen mannen en vrouwen over de tijd

In 2018 deed 54% van de Nederlandse mannen vanaf 4 jaar en ouder wekelijks aan sport. Voor vrouwen is dit 53%. Voor mannen van 12 jaar en ouder lijkt er een licht stijgende trend te zijn tussen 2001 en 2018 in het percentage wekelijkse sporters. Voor vrouwen is de trend over de tijd stabiel. 

 

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Jongeren sporten het meest, ouderen het minst

In 2018 sportten Nederlandse jongeren (12 t/m 17 jaar) het meest (75%), gevolgd door kinderen (4 t/m 11 jaar, 60%), volwassenen (18 t/m 64 jaar, 55%) en ouderen (65 jaar en ouder) het minst (37%).

Gedurende de afgelopen twee decennia is het percentage wekelijkse sporters onder ouderen gestegen van 25% naar 37%. Daarentegen is het percentage wekelijkse sporters onder jongeren juist gedaald van 81% naar 75%.  Volwassenen laten een licht stijgende trend zien.

Geslacht en leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Wekelijkse sportdeelname hoogst onder 12-18 jarige jongens

In 2018 was het percentage wekelijkse sporters het hoogst onder 12-18 jarige Nederlandse jongens (81%)  en het laagst onder Nederlandse mannen en vrouwen van 65 jaar en ouder (37% en 36%). In de algemene bevolking was het percentage wekelijkse sporter gelijk tussen mannen en vrouwen van 4 jaar en ouder.   Verdere uitsplitsing naar leeftijd laat  wel verschillen zien voor met name kinderen en jongeren. Onder de 4-12 jarigen is het percentage wekelijkse sporters ongeveer 10% hoger onder meisjes dan jongens. In de leeftijdsgroep12-18 jaar is dit net andersom.  

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Verschillen tussen opleidingsniveaus worden groter

In 2018 was het percentage wekelijkse sporters van 25 jaar en ouder in Nederland twee keer zo hoog onder hogeropgeleiden als onder lageropgeleiden. Ook in eerdere jaren was dit percentage hoger voor hogeropgeleiden dan voor lageropgeleiden. Over de tijd lijken de verschillen tussen opleidingsniveaus echter groter te worden. Hogeropgeleiden zijn meer gaan sporten. Lager- en middelbaar opgeleiden blijven stabiel over de tijd. Dezelfde trend is te zien voor de beweegrichtlijnen.

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met lichamelijke beperking sporten minder vaak wekelijks

In 2018 was het percentage wekelijkse sporters lager onder Nederlanders van 12 jaar en ouder met een lichamelijke beperking¹ en/of een chronische aandoening dan onder mensen zonder aandoening of beperking.  Mensen met zowel een lichamelijke beperking als een chronische aandoening sportten het minst vaak wekelijks. Dit komt overeen met de cijfers uit eerdere jaren.

¹ Lichamelijke beperkingen kunnen motorisch, auditief of visueel zijn.

Type beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Kwart van de mensen met een auditieve beperking sport wekelijks

In 2018 sporten 24% van Nederlanders van 12 jaar en ouder met een auditieve beperking wekelijks. Van de mensen met een visuele beperking of een motorische beperking deed 21% in 2018 wekelijks aan sport. Over de tijd  varieert het percentage wekelijkse sporters binnen de groepen van type lichamelijke beperking.

 

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Wekelijkse sportdeelname is ook uitgesplitst naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Ervaren gezondheid
  • Fysieke beperkingen
  • Overgewicht

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

Meest beoefende sporten

Totale bevolking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Individueel sporten meest populair

In 2018 was fitness/conditietraining de meest beoefende sport door Nederlanders van 4 jaar en ouder. Ongeveer één vijfde van de wekelijkse sporters gaf aan deze sport te beoefenen. Groepslessen zijn hierin niet meegenomen. Deze vormen een aparte categorie en stonden in 2018 op de 16de plek. Een overzicht van de top 25 meest beoefende sporten is te vinden in het Exceldocument hieronder. De top drie: fitness/conditietraining, hardlopen en voetbal komt overeen met eerdere jaren. Nieuw in de top tien is paardrijden.  Wielrennen is uit de top 10 verdwenen

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mannen voetballen meer, vrouwen zwemmen meer

Zowel bij Nederlandse mannen als bij vrouwen van 4 jaar en ouder stond in 2018 fitness/conditietraining als sport op nummer 1. De top 5 sporten liet tegelijkertijd een aantal specifieke verschillen zien tussen mannen en vrouwen. Van de wekelijkse sporters doen mannen  veel vaker aan (veld)voetbal. Vrouwen doen wat vaker aan zwemmen . Daarnaast doen vrouwen vaker dan mannen aan andere sporten die niet in de top 5 voor komen zoals yoga en paardrijden.

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Sportvoorkeur is leeftijdsspecifiek

De nummer 1 positie voor fitness/conditietraining was in 2018 met name weggelegd voor volwassenen. Voor de jeugd (4 t/m 17 jaar) werd deze positie ingenomen door (veld)voetbal. Hardlopen was voornamelijk populair onder volwassenen tot 64 jaar. 4 t/m 12 jarigen deden ook vaak aans sporten buiten de top 5 zoals turnen en hockey. Hockey werd ook veel beoefend door 12 t/m 18 jarigen. Onder 65 plussers was wandelen en fietsen populair.

 

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Verschillen in sportvoorkeur tussen opleidingsniveaus

In 2018 was fitness/conditietraining het populairst onder zowel lager-, middelbaar als hogeropgeleide Nederlanders van 25 jaar en ouder. De top 5 sporten liet tegelijkertijd een aantal specifieke verschillen zien tussen de opleidingsniveausLageropgeleiden deden vaker aan fitness/conditietraining en zwemmen. Hogeropgeleiden deden vaker aan hardlopen. De populariteit van (veld)voetbal en tennis was min of meer vergelijkbaar tussen de opleidingsniveaus.

 

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Zwemmen populair bij Nederlanders met een chronische aandoening/beperking

In 2018 was  fitness/conditietraining met name populair onder de Nederlanders van 12 jaar en ouder met zowel een chronische aandoening als een lichamelijke beperking.  Zwemmen werd ook relatief veel gedaan door mensen met een chronische aandoening en/of een lichamelijke beperking vergeleken met de groep mensen zonder aandoening of beperking. (Veld)voetbal en hardlopen  is minder populair onder  mensen met een aandoening en/of beperking . Tennis is relatief populair onder mensen met een lichamelijke beperking. Lichamelijke beperkingen kunnen motorisch, auditief of visueel zijn.

Vergelijking met andere kernindicatoren

Beweegrichtlijnen

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Wekelijkse sporters voldeden vaker aan de beweegrichtlijnen

In 2018 voldeden mensen die wekelijks sporten twee keer zo vaak aan de beweegrichtlijnen dan mensen die niet wekelijks sporten. Dit komt overeen met de cijfers uit eerdere jaren.

Meer informatie over de kernindicator 'beweegrichtlijnen' is hier te vinden.

 

 

Zitgedrag

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Zitters sporten meer

In 2017 was het percentage wekelijkse sporters onder Nederlanders van 4 jaar en ouder hoger onder diegenen die meer dan 9 uur zitten op een gemiddelde dag dan mensen die korter zitten op een gemiddelde dag. Dit beeld komt overeen met cijfers uit 2015.

Meer informatie over de kernindicator 'zitgedrag' is hier te vinden.

*bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/ Leefstijlmonitor, RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in samenwerking met VeiligheidNL en CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek, 2017

Internationale vergelijking wekelijkse sportdeelname

Internationale vergelijking

Nederlanders sporten relatief veel

Om een internationale vergelijking te kunnen maken is gebruik gemaakt van gegevens uit de Eurobarometer 2017. Hieruit blijkt dat gemiddeld 46% van de inwoners van de EUEuropese unie-landen niet aan sport doet. In dit onderzoek gaf 31% van de Nederlanders aan niet aan sport te doen.

De Eurobarometer is een onderzoeksproject van de Europese Commissie. Het betreft een grote publieke opiniepeiling die in Nederland wordt uitgevoerd door TNS NIPONederlands opinieonderzoeksbureau. Gegevens over sporten en lichamelijke activiteit zijn ook in 2002, 2009 en 2013 verzameld.

In de Eurobarometer is één vraag opgenomen over sportdeelname. Deze luidt: "Hoe vaak sport u?". Deze vraag bevat 6 antwoordcategorieën aflopend van 'vijf keer per week of vaker' naar 'nooit'.

Nederland 4de plek

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Nederland op de vierde plek voor sporten

Uit de Eurobarometer blijkt dat in Nederland in vergelijking met andere Europese landen relatief veel wordt gesport.  Wanneer er gekeken wordt naar het percentage inwoners dat één keer per week of vaker sport, staat Nederland met 57% op de vierde plek .

 

 

 

Special Eurobarometer 472. Report. Sport and Physcial Activity 2018

Beleid wekelijkse sportdeelname

Nationaal sport- en beweegbeleid (1)

Nationaal sport- en beweegbeleid

Op 29 juni 2018 werd het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland ondertekend. Dit akkoord loopt tot en met 31 december 2021. De strategische partners van het sportakkoord (het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Vereniging Sport en Gemeenten/Vereniging van Nederlandse Gemeenten en NOC*NSFNederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie) hebben zes ambities geformuleerd:

- Inclusief sporten & bewegen                      
- Duurzame sportinfrastructuur
- Vitale sport- en beweegaanbieders        
- Positieve sportcultuur
- Vaardig in bewegen                                          
- Topsport die inspireert

Nationaal sport- en beweegbeleid (2)

Nationaal preventieakkoord

Nationaal sport- en beweegbeleid is daarnaast terug te vinden in het Nationaal Preventieakkoord. Via dit akkoord wordt ingezet op 3 thema’s: roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik.  Daarnaast wordt er vanuit het Ministerie van I&WInfrastructuur en Waterstaat met een breed consortium van partijen (de Tour de Force) ingezet op fietsbeleid in Nederland. Deze Agenda Fiets 2017-2020 kent acht doelen:

- Nederland toonaangevend Fietsland
- Meer ruimte voor de fiets in steden
- Kwaliteitsimpuls op drukke en kansrijke regionale fietsroutes
- Optimaliseren overstap fiets-ov-fiets en auto-fiets
- Gerichte stimulering van fietsen
- Minder fietsslachtoffers
- Minder gestolen fietsen
- Versterken kennisinfrastructuur

International sport- en beweegbeleid

International sport- en beweegbeleid

Zowel vanuit de Europese Commissie als vanuit de WHOWorld Health Organisation zijn de afgelopen jaren beleidsstukken geschreven over sporten en bewegen. Vanuit de EUEuropese unie bijvoorbeeld het EU 'Work Plan for Sport 2017-2020', waarin voor deze periode de focus wordt gelegd op (1) integriteitIntegriteit is een karaktereigenschap van een individu die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en oprecht is en niet omkoopbaar. Integriteit in de sport gaat over de vraag hoe sport op een eerlijke en rechtvaardige manier beoefend kan worden. , (2) de economische dimensie van sport en (3) sport en maatschappij. Het Global Action Plan on Physical Activity 2018-2030 van de WHOWorld Health Organisation noemt vier strategische doelen:
- Een actieve samenleving
- Een actieve omgeving
- Een actieve populatie
- Actieve systemen

Het langetermijn doel dat hiermee wordt nagestreefd is een relatieve daling van 15% in het aandeel volwassenen dat niet voldoet aan de WHO beweegrichtlijnen .

Meer informatie

G.C.W. Wendel-Vos (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)