Thumbnail

Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat één keer per week of vaker sport

 

Bron: CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek-Gezondheidsenquête (2001-2013) en Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014-2017)
Meetjaar: 2017
Nieuwe cijfers: 2019

 

Overzicht

Sportdeelname wekelijks is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoeveel mensen sporten er in Nederland? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Deze worden voor verschillende regio's, gemeenten en groepen in de bevolking beschreven. Ook wordt aandacht besteed aan welke sporten (het meest) worden beoefend. De wekelijkse sportdeelname wordt vergeleken met enkele andere kernindicatoren en er wordt een internationale vergelijking gemaakt. Daarnaast bevat deze pagina een korte toelichting op het huidige sport- en beweegbeleid in relatie tot de kernindicator.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Ruim de helft van de Nederlanders sport wekelijks

In 2017 deed 57% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder één keer per week of vaker aan sport. Van 2001 tot 2009 is de trend stabiel, na 2009 is er een lichte stijging te zien in het percentage Nederlanders van 12 jaar en ouder dat wekelijks sport.

In de Sport Toekomstverkenning werd geconcludeerd dat de sportdeelname door Nederlanders tot 2030 ongeveer gelijk zal blijven. Wel zal er een verschuiving plaatsvinden naar andere typen sport dan nu populair zijn, voornamelijk naar meer individuele sporten.

Regionaal

Meeste sportdeelname in het midden van het land

Het aandeel wekelijkse sporters is het hoogst in de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-regio's in het midden van het land. Het percentage wekelijkse sporters is het laagst in de GGD-regio Zeeland en Zuid-Holland Zuid (beide 44%). In Nederland doet gemiddeld 51,3% van de bevolking van 19 jaar en ouder minstens één keer per week aan sport. 

De interactieve kaart met de cijfers van elke regio is hier te vinden.

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

 

 

Lokaal

Gemeenten met de hoogste sportdeelname verspreid over het land

De gemeenten waar de sportdeelname het hoogst is, liggen verspreid over het land, zonder een duidelijk patroon. In Noordoost-Groningen is een groot cluster van gemeenten te zien met een laag percentage wekelijkse sporters. In Nederland doet gemiddeld 51,3% van de bevolking van 19 jaar en ouder minstens één keer per week aan sport.

De interactieve kaart met de cijfers van elke gemeente is hier te vinden.

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

Wijk

Wekelijkse sporters per wijk

De kaart presenteert cijfers over wekelijkse sporters. Dit is het percentage personen van 19 jaar en ouder dat minstens één keer per week aan sport doet. De interactieve kaart met de cijfers van alle wijken is hier te vinden.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft cijfers over gezondheid en leefstijl berekend voor alle wijken en buurten in Nederland op basis van ruim 457.000 respondenten van de Gezondheidsmonitor volwassenen 2016 van GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en, CBSCentraal Bureau voor de Statistiek en RIVM. Omdat er vaak te weinig respondenten per wijk of buurt zijn, gebruikt het RIVM een model waarmee de cijfers berekend kunnen worden. Dit zijn zogenaamde kleine-domeinschatters (van de Kassteele et al., 2017).

Bron: SMAP-data RIVM i.s.m. GGD'en; gebaseerd op de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

Bron: CBSCentraal Bureau voor de Statistiek-Gezondheidsenquête (2001-2013), Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014-2017) en Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

Methode: De kernindicator sportdeelname wekelijks is vastgesteld met de SQUASH-vragenlijst waarmee naar het gebruikelijke sport- en beweeggedrag wordt gevraagd. Bij de vragen over sport kan een respondent maximaal vier sporten opgeven. Per sport wordt gevraagd hoeveel dagen per week de respondent deze sport beoefent. De vragenlijst van de gezondheidsenquête is hier en in onderstaand document terug te vinden.

Wekelijkse sportdeelname door verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mannen sporten iets vaker dan vrouwen

In 2017 deden mannen vanaf 4 jaar en ouder iets vaker (58,6%) wekelijks aan sport dan vrouwen (56% ). Voor zowel mannen als vrouwen lijkt er een licht stijgende trend te zijn in het percentage wekelijkse sporters. Voor 2012 was er geen duidelijk verschil te zien tussen mannen en vrouwen. Sinds die tijd is het percentage wekelijkse sporters hoger bij mannen dan bij vrouwen.

 

 

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Jongeren sporten het meest

In 2017 sportten jongeren (12 t/m 17 jaar) het meest (76%), gevolgd door kinderen (4 t/m 11 jaar, 65%), volwassenen (18 t/m 64 jaar, 58%) en ouderen (65 jaar en ouder) het minst (43%).

Gedurende de afgelopen twee decennia is het percentage wekelijkse sporters onder ouderen gestegen van 25% naar 43%. Daarentegen is het percentage wekelijkse sporters onder jongeren juist gedaald van 81% naar 76%.  Volwassenen laten een licht stijgende trend zien.

 

Geslacht en leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Wekelijkse sportdeelname hoogst onder jongens en jonge mannen

In 2017 was het percentage wekelijkse sporters het hoogst onder 12-18 jarige jongens (80%)  en het laagst onder vrouwen van 65 jaar en ouder (42%). In de algemene bevolking is het percentage wekelijkse sporters hoger onder mannen dan onder vrouwen. Dit verschil was in 2017 met name aanwezig in de leeftijdsgroepen 12-18 jaar en 30-50 jaar. Zowel voor mannen als vrouwen geldt dat het percentage dat wekelijks of vaker sport vanaf 18 jaar afneemt met de leeftijd. 

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Verschillen worden groter

In 2017 was het percentage wekelijkse sporters in Nederland twee keer zo hoog onder hogeropgeleiden als onder lageropgeleiden. Ook in eerdere jaren was dit percentage hoger voor hogeropgeleiden dan voor lageropgeleiden. Over de tijd lijken de verschillen tussen opleidingsniveaus echter groter te worden. Hogeropgeleiden zijn meer gaan sporten. Lager- en middelbaar opgeleiden blijven stabiel over de tijd. Dezelfde trend is te zien voor de beweegrichtlijnen.

 

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met lichamelijke beperking sporten minder vaak wekelijks

In 2017 was het percentage wekelijkse sporters lager onder mensen met een lichamelijke beperking¹ en/of een chronische aandoening dan onder mensen zonder aandoening of beperking.  Mensen met zowel een lichamelijke beperking als een chronische aandoening sportten het minst vaak wekelijks. Dit komt overeen met de cijfers uit eerdere jaren.

¹ Lichamelijke beperkingen kunnen motorisch, auditief of visueel zijn.

 

Type beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met een motorische beperking sporten het minst vaak wekelijks

In 2017 sporten van alle mensen van 12 jaar en ouder met een lichamelijke beperking mensen met een motorische beperking het minst vaak wekelijks (26%). Van de mensen met een visuele beperking sport 32% wekelijks en van de mensen met een auditieve beperking 29%. Over de tijd is de verhouding tussen de drie groepen van lichamelijke beperkingen ongeveer gelijk gebleven en varieert het aandeel wekelijkse sporters binnen de groepen. Absolute percentages variëren wel.

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Wekelijkse sportdeelname is ook uitgesplitst naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Ervaren gezondheid
  • Fysieke beperkingen
  • Overgewicht

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

Meest beoefende sporten

Totale bevolking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Individueel sporten meest populair

In 2017 was fitness/conditietraining de meest beoefende sport. Eén op de vijf van de wekelijkse sporters gaf aan deze sport te beoefenen. Groepslessen zijn hierin niet meegenomen. Deze vormen een aparte categorie en stonden in 2017 op de 17de plek. Een overzicht van de top 30 sporten is te vinden in het Exceldocument hieronder. De top drie: fitness/conditietraining, hardlopen en voetbal komt overeen met eerdere jaren. Nieuw in de top tien is yoga. Daarnaast  zijn wielrennen en hockey  in de afgelopen twee jaar populairder geworden.

 

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mannen voetballen meer, vrouwen zwemmen meer

Zowel bij mannen als bij vrouwen stond in 2017 fitness/conditietraining als sport op nummer 1. De top 5 sporten liet tegelijkertijd een aantal specifieke verschillen zien tussen mannen en vrouwen. Van de wekelijkse sporters doen mannen vaker aan (veld)voetbal, hardlopen en fietsen. Vrouwen doen vaker aan zwemmen en fitness/conditietraining.

 

 

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Sportvoorkeur is leeftijdsspecifiek

De nummer 1 positie voor fitness/conditietraining was in 2017 met name weggelegd voor volwassenen. Voor de jeugd (4 t/m 17 jaar) werd deze positie ingenomen door (veld)voetbal. Hardlopen was voornamelijk populair onder volwassenen tot 49 jaar. Zwemmen was relatief populair onder kinderen (4 t/m 11 jaar) en ouderen (65 jaar en ouder). Voor fietsen en tot op zekere hoogte ook voor zwemmen nam de populariteit toe met de leeftijd.

 

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Verschillen in sportvoorkeur voor opleidingsniveau

In 2017 was fitness/conditietraining het populairst onder alle opleidingsniveaus. Verschillen waren te zien in de andere sporten. Lageropgeleiden deden vaker aan zwemmen en fietsen. Hogeropgeleiden deden vaker aan hardlopen. De populariteit van (veld)voetbal was min of meer vergelijkbaar onder de opleidingsniveaus.

 

 

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Zwemmen populair bij mensen met een chronische aandoening/beperking

In 2017 waren zwemmen en fietsen populairder onder de mensen met een chronische aandoening en/of lichamelijke beperking dan de groep geen van beide. Daarnaast waren (veld)voetbal en hardlopen minder populair onder de groep mensen met een chronische aandoening/beperking. Voor mensen met alleen een lichamelijke beperking was fitness/conditietraining minder populair, terwijl fietsen relatief veel werd gerapporteerd door deze groep. Lichamelijke beperkingen kunnen motorisch, auditief of visueel zijn.

Vergelijking met andere kernindicatoren

Beweegrichtlijnen

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Wekelijkse sporters voldeden vaker aan de beweegrichtlijnen

In 2017 voldeden mensen die wekelijks sporten twee keer zo vaak aan de beweegrichtlijnen dan mensen die niet wekelijks sporten. Dit komt overeen met de cijfers uit eerdere jaren.

Meer informatie over de kernindicator 'beweegrichtlijnen' is hier te vinden.

 

 

Zitgedrag

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Zitters sporten meer

In 2017 was het percentage wekelijkse sporters onder Nederlanders van 4 jaar en ouder hoger onder diegenen die meer dan 9 uur zitten op een gemiddelde dag dan mensen die korter zitten op een gemiddelde dag. Dit beeld komt overeen met cijfers uit 2015.

Meer informatie over de kernindicator 'zitgedrag' is hier te vinden.

*bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/ Leefstijlmonitor, RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in samenwerking met VeiligheidNL en CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek, 2017

Internationale vergelijking wekelijkse sportdeelname

Internationale vergelijking

Thumbnail

Nederlanders sporten relatief veel

Om een internationale vergelijking te kunnen maken is gebruik gemaakt van gegevens uit de Eurobarometer 2017. Hieruit blijkt dat gemiddeld 46% van de inwoners van de EUEuropese unie-landen niet aan sport doet. In dit onderzoek gaf 31% van de Nederlanders aan niet aan sport te doen.

De Eurobarometer is een onderzoeksproject van de Europese Commissie. Het betreft een grote publieke opiniepeiling die in Nederland wordt uitgevoerd door TNS NIPONederlands opinieonderzoeksbureau. Gegevens over sporten en lichamelijke activiteit zijn ook in 2002, 2009 en 2013 verzameld.

In de Eurobarometer is één vraag opgenomen over sportdeelname. Deze luidt: "Hoe vaak sport u?". Deze vraag bevat 6 antwoordcategorieën aflopend van 'vijf keer per week of vaker' naar 'nooit'.

Nederland 4de plek

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Nederland op de vierde plek voor sporten

Uit de Eurobarometer blijkt dat in Nederland in vergelijking met andere Europese landen relatief veel wordt gesport.  Wanneer er gekeken wordt naar het percentage inwoners dat één keer per week of vaker sport, staat Nederland met 57% op de vierde plek .

 

 

 

Special Eurobarometer 472. Report. Sport and Physcial Activity 2018

Beleid wekelijkse sportdeelname

Nationaal sport- en beweegbeleid (1)

Thumbnail

Nationaal sport- en beweegbeleid

Op 29 juni 2018 werd het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland ondertekend. Dit akkoord loopt tot en met 31 december 2021. De strategische partners van het sportakkoord (het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Vereniging Sport en Gemeenten/Vereniging van Nederlandse Gemeenten en NOC*NSFNederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie) hebben zes ambities geformuleerd:

- Inclusief sporten & bewegen                      
- Duurzame sportinfrastructuur
- Vitale sport- en beweegaanbieders        
- Positieve sportcultuur
- Vaardig in bewegen                                          
- Topsport die inspireert

Nationaal sport- en beweegbeleid (2)

Thumbnail

Nationaal preventieakkoord

Nationaal sport- en beweegbeleid is daarnaast terug te vinden in het Nationaal Preventieakkoord. Via dit akkoord wordt ingezet op 3 thema’s: roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik.  Daarnaast wordt er vanuit het Ministerie van I&WInfrastructuur en Waterstaat met een breed consortium van partijen (de Tour de Force) ingezet op fietsbeleid in Nederland. Deze Agenda Fiets 2017-2020 kent acht doelen:

- Nederland toonaangevend Fietsland
- Meer ruimte voor de fiets in steden
- Kwaliteitsimpuls op drukke en kansrijke regionale fietsroutes
- Optimaliseren overstap fiets-ov-fiets en auto-fiets
- Gerichte stimulering van fietsen
- Minder fietsslachtoffers
- Minder gestolen fietsen
- Versterken kennisinfrastructuur

International sport- en beweegbeleid

Thumbnail

International sport- en beweegbeleid

Zowel vanuit de Europese Commissie als vanuit de WHOWorld Health Organisation zijn de afgelopen jaren beleidsstukken geschreven over sporten en bewegen. Vanuit de EUEuropese unie bijvoorbeeld het EU 'Work Plan for Sport 2017-2020', waarin voor deze periode de focus wordt gelegd op (1) integriteitIntegriteit is een karaktereigenschap van een individu die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en oprecht is en niet omkoopbaar. Integriteit in de sport gaat over de vraag hoe sport op een eerlijke en rechtvaardige manier beoefend kan worden. , (2) de economische dimensie van sport en (3) sport en maatschappij. Het Global Action Plan on Physical Activity 2018-2030 van de WHOWorld Health Organisation noemt vier strategische doelen:
- Een actieve samenleving
- Een actieve omgeving
- Een actieve populatie
- Actieve systemen

Het langetermijn doel dat hiermee wordt nagestreefd is een relatieve daling van 15% in het aandeel volwassenen dat niet voldoet aan de WHO beweegrichtlijnen .

Meer informatie

G.C.W. Wendel-Vos (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)