54% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder sportten wekelijks in 2021

Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat één keer per week of vaker sport

 

Bron: CBS Centraal Bureau voor de Statistiek-Gezondheidsenquête (2001-2013) en Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014-2021)
Meetjaar: 2021
Nieuwe cijfers: 2023

 

Overzicht

Sportdeelname wekelijks is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoeveel mensen sporten er in Nederland? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Deze worden voor verschillende regio's, gemeenten en groepen in de bevolking beschreven. Ook wordt aandacht besteed aan welke sporten (het meest) worden beoefend. De wekelijkse sportdeelname wordt vergeleken met enkele andere kernindicatoren en er wordt een internationale vergelijking gemaakt. Daarnaast bevat deze pagina een korte toelichting op het huidige sport- en beweegbeleid in relatie tot de kernindicator.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters 2001-2021*^ over en ga naar de datatabel

Ruim de helft van de Nederlanders sport wekelijks*

In 2021 deed 54% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder één keer per week of vaker aan sport. Het percentage wekelijkse sportdeelname voor Nederlanders van 12 jaar en ouder is relatief stabiel over de tijd.

In de Sport Toekomstverkenning werd geconcludeerd dat de sportdeelname door Nederlanders tot 2030 ongeveer gelijk zal blijven. Wel zal er een verschuiving plaatsvinden naar andere typen sport dan nu populair zijn, voornamelijk naar meer individuele sporten.

Regionaal

Minste sportdeelname in Zeeland

In 2020 is het percentage volwassenen van 18 jaar en ouder dat minstens één keer per week sport het laagst in GGD Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-regio Zeeland (43,2%). Het aandeel wekelijkse sporters is het hoogst in twee Brabantse GGD-regio's en twee GGD-regio's in het westen van het land met GGD Amsterdam als hoogst scorende regio (58,4%).

De interactieve kaart met de cijfers van elke regio is te vinden op de website van sport op de kaart

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 GGD'en, CBS en RIVM

> De COVID-19 pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de gezondheid, leefstijl en het welzijn van de respondenten beïnvloed.

> In de Gezondheidsmonitor 2020 zijn er door een fout in de dataverzameling geen cijfers beschikbaar over wekelijks sporters van GGD-regio Utrecht. Er zijn wel cijfers beschikbaar van gemeente Utrecht.

 

Lokaal

Gemeenten met de hoogste sportdeelname verspreid over het land

In 2020 verschilde het percentage volwassenen van 18 jaar en ouder dat minstens één keer per week  aan sport doet per gemeente. Dit percentage varieert van 33% tot 67%. De gemeenten waar de sportdeelname het hoogst is, liggen verspreid over het land, zonder een duidelijk patroon. 

De interactieve kaart met de cijfers van elke regio is te vinden op de website van sport op de kaart

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 GGD'en, CBS en RIVM

> De COVID-19 pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de gezondheid, leefstijl en het welzijn van de respondenten beïnvloed.

> In de Gezondheidsmonitor 2020 zijn er door een fout in de dataverzameling geen gemeentelijke cijfers beschikbaar over wekelijks sporters van gemeenten in GGD Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-regio Utrecht, met uitzondering van gemeente Utrecht zelf.

 

Wijk

Wekelijkse sporters per wijk

De kaart presenteert cijfers over wekelijkse sporters. Dit is het percentage personen van 19 jaar en ouder dat minstens één keer per week aan sport doet. De interactieve kaart met de cijfers van alle wijken is hier te vinden.

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft cijfers over gezondheid en leefstijl berekend voor alle wijken en buurten in Nederland op basis van ruim 457.000 respondenten van de Gezondheidsmonitor volwassenen 2016 van GGD Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en, CBS Centraal Bureau voor de Statistiek en RIVM. Omdat er vaak te weinig respondenten per wijk of buurt zijn, gebruikt het RIVM een model waarmee de cijfers berekend kunnen worden. Dit zijn zogenaamde kleine-domeinschatters (van de Kassteele et al., 2017).

Bron: SMAP-data RIVM i.s.m. GGD'en; gebaseerd op de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

In het statistiekjaar 2020 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en kwam er dus alleen via internet respons binnen. Om hiermee om te kunnen gaan is het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruik gemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarneming. Meer informatie hierover kunt u vinden in deze nota. Ook in 2021 had de waarneming voor de Gezondheidsenquête te kampen met verstoringen, als gevolg van corona(maatregelen). Daar is op dezelfde manier mee omgegaan als in 2020. Bij de interpretatie van de cijfers van 2020 en 2021 moet rekening worden gehouden dat de COVID-19-pandemie en de daarmee gepaard gaande maatregelen mogelijk invloed kunnen hebben gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewde zelf.

Het invoeren en optimaliseren van de doelgroepenbenadering in 2021 heeft bij enkele uitkomstvariabelen invloed gehad op de cijfers. Er is door CBS Centraal Bureau voor de Statistiek, RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Trimbos-instituut aanvullend onderzoek gedaan, waarbij de waarneemstrategie van 2021 is gesimuleerd op de data van 2014 tot en met 2019. Op die manier kon geschat worden hoe voor die jaren de uitkomsten op enkele kernvariabelen zouden zijn geweest als toen al de waarneemstrategie van 2021 was toegepast. Bij de kernvariabelen over het gebruik van niet-voorgeschreven medicijnen, roken, dagelijks roken, overmatig alcoholgebruik en het voldoen aan de beweegrichtlijnen werden in sommige jaren verschillen gevonden tussen de gepubliceerde en gesimuleerde uitkomsten. Deze verschillen werden met name in de jaren 2014 t/m 2017 gevonden. Over de aanvullende analyses is een nota geschreven, waarin wordt geadviseerd om uit te blijven gaan van de gepubliceerde cijfers van voorgaande jaren. Meer over deze analyse en de uitkomsten is te vinden in de nota: Dataverzamelingsproces Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2014-2021.

^  De cijfers over wekelijkse sporter afkomstig uit de  Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2014-2017 zijn in mei 2019 aangepast vanwege een kleine fout in de oorspronkelijke berekening van wekelijks sporten. Voor meer informatie kunt u contact op nemen met sportenbewegenincijfers@rivm.nl

Bron: CBS-Gezondheidsenquête (2001-2013), Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS Centraal Bureau voor de Statistiek i.s.m het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014-2021) en Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 GGD'en, CBS en RIVM

Methode: De kernindicator sportdeelname wekelijks is vastgesteld met de SQUASH-vragenlijst waarmee naar het gebruikelijke sport- en beweeggedrag wordt gevraagd. Bij de vragen over sport kan een respondent maximaal vier sporten opgeven. Meer informatie is te vinden op de methode pagina.

Cijfers over sport en beweeggedrag tijdens de coronapandemie worden uitgebreid toegelicht in het rapport 'Sport- en Beweeggedrag in 2020'

Wekelijkse sportdeelname door verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters naar geslacht 2001-2021* over en ga naar de datatabel

Geringe verschillen tussen mannen en vrouwen over de tijd

In 2021 deed 56% van de Nederlandse mannen vanaf 4 jaar en ouder wekelijks aan sport. Voor vrouwen is dit 52%. Voor mannen van 12 jaar en ouder lijkt er een licht stijgende trend te zijn tussen 2001 en 2021 in het percentage wekelijkse sporters. Voor vrouwen is de trend over de tijd stabiel. 

 

Leeftijd

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters naar leeftijd 2001-2021* over en ga naar de datatabel

Jongeren sporten het meest, ouderen het minst

In 2021 sportten Nederlandse jongeren (12 t/m 17 jaar) het meest (74%), gevolgd door kinderen (4 t/m 11 jaar, 60%) en daarna volwassenen (18 t/m 64 jaar, 56%). Ouderen (65 jaar en ouder) sportten het minst (37%).

Gedurende de afgelopen twee decennia is het percentage wekelijkse sporters onder ouderen gestegen van 25% naar 37%. Daarentegen is het percentage wekelijkse sporters onder jongeren juist gedaald van 81% naar 75%.  Volwassenen laten een licht stijgende trend zien.

Geslacht en leeftijd

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters naar leeftijd en geslacht 2021* over en ga naar de datatabel

Wekelijkse sportdeelname hoogst onder 12 t/m 17 jarige jongens

In 2021 was het percentage wekelijkse sporters het hoogst onder 12 t/m 17 jarige Nederlandse jongens (76%) en het laagst onder Nederlandse mannen en vrouwen van 65 jaar en ouder (respectievelijk 38% en 37%). Verdere laat de leeftijd uitsplitsing zien dat het percentage wekelijkse sporters onder 4 t/m 11  jarige meisjes 5% hoger is dan onder de jongens van deze leeftijd. Voor de andere leeftijdsgroepen is het percentage wekelijkse sporters hoger onder mannen dan onder vrouwen of wordt er nagenoeg geen verschil gevonden tussen mannen en vrouwen. 

Opleidingsniveau

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters naar hoogst voltooide opleiding 2001-2021* over en ga naar de datatabel

Verschillen tussen opleidingsniveaus worden groter

In 2021 was het percentage wekelijkse sporters van 25 jaar en ouder in Nederland ruim twee keer zo hoog onder hogeropgeleiden (67%) dan onder lageropgeleiden (30%). Dit beeld komt overeen met eerdere jaren. Over de tijd lijken de verschillen tussen opleidingsniveaus echter groter te worden. Hogeropgeleiden zijn meer gaan sporten. Lager- en middelbaar opgeleiden blijven stabiel over de tijd. Dezelfde trend is te zien voor de beweegrichtlijnen.

Langdurige aandoening/beperking

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters naar aandoening en/of beperking 2021* over en ga naar de datatabel

Mensen met lichamelijke beperking sporten minder vaak wekelijks

In 2021 was het percentage wekelijkse sporters lager onder Nederlanders van 12 jaar en ouder met een lichamelijke beperking¹ en/of een langdurige aandoening (20% tot 49%) dan onder mensen zonder aandoening of beperking (60%). Mensen met zowel een lichamelijke beperking als een langdurige aandoening sportten het minst vaak wekelijks (20%). Dit komt overeen met de cijfers uit eerdere jaren.

¹ Lichamelijke beperkingen kunnen motorisch, auditief of visueel zijn.

Type aandoening

Sla de grafiek Wekelijkse sporter naar type aandoening 2021* over en ga naar de datatabel

Wekelijks sporten verschilt naar type aandoening 

Van de Nederlanders van 18 jaar  en ouder met een langdurige aandoening sport 41% wekelijks of vaker, dit percentage verschilt per type aandoening. Ter illustratie, in 2021 varieerde dit percentage van 28% onder mensen met een nieraandoening of beroerte tot 52% onder mensen met een allergie.

Aan respondenten is van een aantal veel voorkomende  ziekten/aandoeningen gevraagd of ze deze recent (nu of in de afgelopen 12 maanden) hebben gehad. Daarnaast is van een aantal langdurige ziekten gevraagd of ze ooit in het leven zijn vastgesteld (hartinfarct, diabetes, beroerte).

Type beperking

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters naar type lichamelijke beperking 2021* over en ga naar de datatabel

Kwart van de mensen met een auditieve of visuele beperking sport wekelijks

In 2021 sporten 30% van Nederlanders van 12 jaar en ouder met een visuele beperking wekelijks. Dit percentage lag lager voor mensen met een auditieve beperking met 21%.  Van de mensen met een een motorische beperking deed 17% in 2021 wekelijks aan sport. Over de tijd  varieert het percentage wekelijkse sporters binnen de groepen van type lichamelijke beperking.

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Wekelijkse sportdeelname is ook uitgesplitst naar:

  • Migratie achtergrond
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Ervaren gezondheid
  • Overgewicht

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

In het statistiekjaar 2020 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en kwam er dus alleen via internet respons binnen. Om hiermee om te kunnen gaan is het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruik gemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarneming. Meer informatie hierover kunt u vinden in deze nota. Ook in 2021 had de waarneming voor de Gezondheidsenquête te kampen met verstoringen, als gevolg van corona(maatregelen). Daar is op dezelfde manier mee omgegaan als in 2020. Bij de interpretatie van de cijfers van 2020 en 2021 moet rekening worden gehouden dat de COVID-19-pandemie en de daarmee gepaard gaande maatregelen mogelijk invloed kunnen hebben gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewde zelf.

Het invoeren en optimaliseren van de doelgroepenbenadering in 2021 heeft bij enkele uitkomstvariabelen invloed gehad op de cijfers. Er is door CBS Centraal Bureau voor de Statistiek, RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Trimbos-instituut aanvullend onderzoek gedaan, waarbij de waarneemstrategie van 2021 is gesimuleerd op de data van 2014 tot en met 2019. Op die manier kon geschat worden hoe voor die jaren de uitkomsten op enkele kernvariabelen zouden zijn geweest als toen al de waarneemstrategie van 2021 was toegepast. Bij de kernvariabelen over het gebruik van niet-voorgeschreven medicijnen, roken, dagelijks roken, overmatig alcoholgebruik en het voldoen aan de beweegrichtlijnen werden in sommige jaren verschillen gevonden tussen de gepubliceerde en gesimuleerde uitkomsten. Deze verschillen werden met name in de jaren 2014 t/m 2017 gevonden. Over de aanvullende analyses is een nota geschreven, waarin wordt geadviseerd om uit te blijven gaan van de gepubliceerde cijfers van voorgaande jaren. Meer over deze analyse en de uitkomsten is te vinden in de nota: Dataverzamelingsproces Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2014-2021.

^  De cijfers over wekelijkse sporter afkomstig uit de  Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2014-2017 zijn in mei 2019 aangepast vanwege een kleine fout in de oorspronkelijke berekening van wekelijks sporten. Voor meer informatie kunt u contact op nemen met sportenbewegenincijfers@rivm.nl

Meest beoefende sporten

Totale bevolking

Sla de grafiek Top 10 meest beoefende sporten in 2020* over en ga naar de datatabel

Individueel sporten meest populair

In 2020 was fitness/conditietraining de meest beoefende sport door Nederlanders van 4 jaar en ouder. Ongeveer één vijfde van de beoefende sporten door wekelijkse sporters was fitness/conditietraining. Groepslessen zijn hierin niet meegenomen. Deze vormen een aparte categorie en stonden in 2020 op de 14de plek. De top drie: fitness/conditietraining, hardlopen en voetbal komt overeen met eerdere jaren. Een overzicht van alle sporten is te vinden in het Exceldocument hieronder.

 

Geslacht

Sla de grafiek Top 5 sporten naar geslacht in 2020* over en ga naar de datatabel

Mannen voetballen meer, vrouwen zwemmen meer

Zowel bij Nederlandse mannen als bij vrouwen van 4 jaar en ouder stond in 2020 fitness/conditietraining als sport op nummer 1. Van de wekelijkse sporters doen mannen veel vaker aan (veld)voetbal dan vrouwen. Daarnaast doen vrouwen vaker dan mannen aan andere sporten die niet in de top 5 voor komen zoals yoga (5,4% vs. 0,6%) en paardrijden (3,3% vs. 0,3%).

Leeftijd

Sla de grafiek Top 5 sporten naar leeftijd in 2020* over en ga naar de datatabel

Sportvoorkeur is leeftijdsspecifiek

De nummer 1 positie voor fitness/conditietraining was in 2020 met name weggelegd voor volwassenen. Voor de jeugd (4 t/m 17 jaar) werd deze positie ingenomen door (veld)voetbal. Hardlopen was voornamelijk populair onder volwassenen t/m 64 jaar. 4 t/m 11 jarigen deden ook vaak aan sporten buiten de algemene top 5 zoals turnen (6,8%), hockey (6,3%) en paardrijden (5,2%). Hockey werd ook veel beoefend door 12 t/m 17 jarigen (6,7%). Onder 65 plussers was na fitness/conditietraining, wandelen en fietsen het meest populair.

 

Opleidingsniveau

Sla de grafiek Top 5 sporten naar hoogst voltooide opleiding 2020* over en ga naar de datatabel

Enkele verschillen in sportvoorkeur tussen opleidingsniveaus

In 2020 was fitness/conditietraining het populairst onder zowel lager-, middelbaar als hogeropgeleide Nederlanders van 25 jaar en ouder. De top 5 sporten laat enkele verschillen zien tussen de opleidingniveaus. Hogeropgeleiden deden vaker aan hardlopen/joggen en vaker aan fitness/coniditietraining in vergelijking met lageropgeleiden. De populariteit van (veld)voetbal is min of meer vergelijkbaar tussen de opleidingsniveaus (2-5%).

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek Top 5 sporten naar langdurige aandoening en lichamelijke beperking in 2020* over en ga naar de datatabel

Zwemmen populair bij Nederlanders met een langdurige aandoening/beperking

In 2020 was  fitness/conditietraining met name populair onder de Nederlanders van 12 jaar en ouder met zowel een langdurige aandoening als een lichamelijke beperking. Zwemmen werd door hen ook relatief veel gedaan vergeleken met de andere groepen. (Veld)voetbal en hardlopen  is minder populair onder  mensen met een aandoening en/of beperking. Tennis is relatief populair onder mensen met een lichamelijke beperking. Lichamelijke beperkingen kunnen motorisch, auditief of visueel zijn.

Overig

Download de overige uitsplitsingen

De meest beoefende sporten zijn ook uitgesplitst naar:

  • Migratie achtergrond
  • Huishoudsamenstelling
  • Mate van verstedelijking
  • Ervaren gezondheid

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

Algemene bevolking 2001-2019

Sla de grafiek Meest beoefende sporten 2001-2020* over en ga naar de datatabel

Fitness meest populaire sport sinds 2001

In het figuur zijn de sporten gepresenteerd die in de top 10 staan of hebben gestaan in de jaren 2001-2020. Al vanaf 2001 is individueel indoor fitness/conditietraining de meest beoefende sport door Nederlanders van 12 jaar en ouder. De populariteit van fitness is tussen 2001 en 2020 sterk toegenomen (14% vs 23%). In dezelfde periode nam de populariteit van hardlopen ook toe (5% vs 12%) . 

Zwemmen en tennis minder populair

In de periode 2001 tot 2020 is het aantal Nederlanders van 12 jaar en ouder dat zwemt of tennist gehalveerd. Deze sporten stonden in 2001 nog op plaats 2 en 3 en in 2020 op plaats 4 en 5 van de meest beoefende sporten. De populariteit van (veld)voetbal is constant over de afgelopen 20 jaar.

* In het statistiekjaar 2020 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en kwam er dus alleen via internet respons binnen. Om hiermee om te kunnen gaan is het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruikgemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarneming. Mogelijk is dit weegmodel niet voldoende geweest om hieraan gerelateerde verschillen in sport- en beweeggedrag voldoende te corrigeren. Waardoor cijfers uit 2020 mogelijk een positiever beeld geven. Meer informatie hierover kunt u vinden in deze nota.

Sportverband

Lidmaatschap en abonnement

Sla de grafiek Lidmaatschap en/of abonnement in 2020 over en ga naar de datatabel

Drie op de vier wekelijkse sporters heeft een lidmaatschap en/of abonnement

In 2020 had drie kwart van de wekelijkse sporters een lidmaatschap bij een sportverenigingen en/of een abonnement bij een sportaanbieder. Dit neemt af met de leeftijd. Wekelijks sportende kinderen en jongeren zijn voornamelijk lid van een sportvereniging (62% en 59%). Wekelijks sportende volwassenen en ouderen hebben vaker een abonnement bij een sportaanbieder (37% en 32%). 

Sportwedstrijden en sportlessen

Sla de grafiek Sportwedstrijden en/of sportlessen in 2019 over en ga naar de datatabel

Helft wekelijkse sporters neemt deel aan wedstrijden en/of lessen

In 2019 nam meer dan 50% van de wekelijkse sporters  van 4 jaar en ouder deel aan sportlessen, curssusen of trainingen en/of sportwedstrijden tijdens competitie, toernooien of sportevenementen. Voor kinderen en jongeren ligt dit percentage ruim hoger zo rond de 80%. Zij doen met name de combinatie lessen en wedstrijden. In 2020 is deze informatie niet uitgevraagd in de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor. 

Teamsporten

Totale populatie

Sla de grafiek Aandeel van de wekelijkse sporter dat aan teamsport doet 2019 over en ga naar de datatabel

Een vijfde van de wekelijkse sporters doet aan teamsport

In 2019 deed een vijfde van de wekelijkse sporters van 4 jaar en ouder aan een teamsport. Dit is zo'n 12% van deze leeftijdsgroep.

Onder volwassenen lag dit aandeel iets lager. 

 

 

4 leeftijdsgroepen

Sla de grafiek Aandeel van de wekelijkse sporter dat aan teamsport doet 2019 over en ga naar de datatabel

(Team)sportdeelname hoogst onder jongeren

In 2019 was wekelijkse sportdeelname het hoogst onder de 12 t/m 17 jarigen. Dit gold ook voor het aandeel teamsporters.

Onder ouderen van 65 jaar en ouder waren wekelijkse sportdeelname  en het aandeel teamsporten daarbinnen het laagst.

 

7 leeftijdsgroepen

Sla de grafiek Aandeel van de wekelijkse sporter dat aan teamsport doet 2019 over en ga naar de datatabel

(Team)sportdeelname neemt onder volwassenen af met leeftijd

In 2019 was wekelijkse sportdeelname het hoogst onder de 12 t/m 17 jarigen. Onder volwassenen nam wekelijkse sportdeelname af met de leeftijd.

Dit gold ook voor het aandeel teamsporters.

 

 

Bron: Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBS Centraal Bureau voor de Statistiek i.s.m het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  2019 (wekelijkse sporter) en LSM-A Bewegen en Ongevallen/Leefstijlmonitor, RIVM, VeiligheidNL in samenwerking met CBS, 2019 (teamsporter)

Methode: De kernindicator sportdeelname wekelijks is vastgesteld met de SQUASH-vragenlijst waarmee naar het gebruikelijke sport- en beweeggedrag wordt gevraagd. Bij de vragen over sport kan een respondent maximaal vier sporten opgeven. Meer informatie is te vinden op de methode pagina. De volgende sporten zijn meegerekend als teamsport: basketbal, cricket, handbal, hockey, ijshockey, honkbal, softbal, korfbal, roeien, rugby, American football, acrogym, (ultimate) frisbee, voetbal, volleybal, waterpolo, bobsleeën, curling, catamaran zeilen, zeezeilen en synchroonzwemmen.

Sportlocatie: binnen en/of buiten

Totale populatie

Sla de grafiek Aandeel binnen en/of buitensporters 2019 over en ga naar de datatabel

Binnen sporten populair

In 2019 deed 54% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder één keer per week of vaker aan sport. Bijna de helft (45%) van de wekelijkse sporters sport alleen binnen. Een kwart (26%) doet dit alleen buiten. Daarnaast sportte 29% zowel binnen als buiten. Dit beeld was vergelijkbaar voor Nederlanders van 18 jaar en ouder. De populariteit van alleen binnen sporten neemt toe met de leeftijd.

 

4 leeftijdsgroepen

Sla de grafiek Aandeel binnen en/of buitensporters naar leeftijd 2019 over en ga naar de datatabel

Binnen sporten populair

In 2019 deed 54% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder één keer per week of vaker aan sport. Bijna de helft (45%) van de wekelijkse sporters sport alleen binnen. Een kwart (26%) doet dit alleen buiten. Daarnaast sportte 29% zowel binnen als buiten. Dit beeld was vergelijkbaar voor Nederlanders van 18 jaar en ouder. De populariteit van alleen binnen sporten neemt toe met de leeftijd.

 

7 leeftijdsgroepen

Sla de grafiek Aandeel binnen en/of buitensporters naar leeftijd 2019 over en ga naar de datatabel

Binnen sporten populair

In 2019 deed 54% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder één keer per week of vaker aan sport. Bijna de helft (45%) van de wekelijkse sporters sport alleen binnen. Een kwart (26%) doet dit alleen buiten. Daarnaast sportte 29% zowel binnen als buiten. Dit beeld was vergelijkbaar voor Nederlanders van 18 jaar en ouder. De populariteit van alleen binnen sporten neemt toe met de leeftijd.

 

Bron:  LSM-A Bewegen en Ongevallen/Leefstijlmonitor, RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, VeiligheidNL in samenwerking met CBS Centraal Bureau voor de Statistiek, 2019

Methode: Per sport is nagevraagd waar deze doorgaans werd beoefend. Er waren vier antwoordopties: 1) Binnen, in een sportaccommodatie; 2) Binnen, maar niet in een sportaccommodatie;   3) Buiten, bij een sportaccommodatie in de open lucht; 4) Buiten, maar niet bij een sportaccommodatie in de open lucht.

Ervaren beperking bij activiteiten

Binnen de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder ervaart 7% een ernstige beperking vanwege de gezondheid bij het sporten en 22% is beperkt bij het sporten maar niet ernstig. Per leeftijdsgroep is dit respectievelijk 1% en 8% onder 4 t/m 17 jarigen en 8% en 25% onder 18 t/m 64 jarigen. Bij ouderen (65-plussers) liggen de percentages het hoogst, 17% ervaart een ernstige beperking bij het sporten en 35% is beperkt maar niet ernstig. 

Beperking in activiteiten

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters naar mate van ervaren beperking vanwege de gezondheid bij het sporten, 2019 over en ga naar de datatabel

Kwart van de mensen die ernstig beperkt zijn bij het sporten sport wekelijks

In 2019 sportte ruim een kwart van de volwassenen (18 t/m 64 jaar) die vanwege de gezondheid een ernstige beperking ervaarden bij het sporten wekelijks. Voor volwassenen met een beperking die niet ernstig was lag dit aandeel twee keer zo hoog (64%). Onder ouderen (65-plussers) met een ernstige beperking bij het sporten sportte 1 op de 5 wekelijks. Dit aandeel lag drie keer zo hoog voor ouderen die een beperking bij het sporten ervaarden die niet ernstig was (60%). Deze percentages zijn vergelijkbaar voor 2017. Extra cijfers staan in onderstaand Exceldocument. De aantallen voor jeugdigen (4 t/m 17 jaar) met een ernstige beperking zijn te laag om cijfers voor te presenteren.

Bron:  LSM-A Bewegen en Ongevallen/Leefstijlmonitor, RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, VeiligheidNL in samenwerking met CBS Centraal Bureau voor de Statistiek,  2019

Methode: Sinds 2015 is tweejaarlijks nagevraagd of mensen vanwege hun gezondheid beperkingen ervaren bij lichamelijk activiteit. Deze beperking is nagevraagd voor activiteiten die men gewoonlijk doet, activiteiten die matige inspanning kosten en sinds 2017 ook bij het sporten. 

Vergelijking met andere kernindicatoren

Beweegrichtlijnen

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters naar wel/niet voldoen aan de beweegrichtlijnen 2021 (bron 1)* over en ga naar de datatabel

Wekelijkse sporters voldoen vaker aan de beweegrichtlijnen

In 2021 voldeden mensen die wekelijks sporten bijna twee keer zo vaak aan de beweegrichtlijnen dan mensen die niet wekelijks sporten. Dit komt overeen met de cijfers uit eerdere jaren.

Meer informatie over deze kernindicator is beschikbaar onder het thema 'beweegrichtlijnen'.

 

Zitgedrag

Sla de grafiek Het aandeel wekelijkse sporters naar minder/meer dan 8,9 uur zitten per dag 2019 (bron 2) over en ga naar de datatabel

Zitters sporten meer

In 2019 was het percentage wekelijkse sporters onder Nederlanders van 4 jaar en ouder hoger onder diegenen die meer dan 8,9 uur zitten op een gemiddelde dag dan mensen die korter zitten op een gemiddelde dag. Dit beeld komt overeen met cijfers uit 2015 en 2017.

Meer informatie over deze kernindicator is beschikbaar onder het thema 'zitgedrag'.

Bron 1:  Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS Centraal Bureau voor de Statistiek i.s.m het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2021
Bron 2: LSM-A Bewegen en Ongevallen/Leefstijlmonitor, RIVM, VeiligheidNL in samenwerking met CBS, 2019

Internationale vergelijking wekelijkse sportdeelname

Internationale vergelijking

Nederlanders sporten relatief veel

Om een internationale vergelijking te kunnen maken is gebruik gemaakt van gegevens uit de Eurobarometer 2017. Hieruit blijkt dat gemiddeld 46% van de inwoners van de EU Europese unie-landen niet aan sport doet. In dit onderzoek gaf 31% van de Nederlanders aan niet aan sport te doen.

De Eurobarometer is een onderzoeksproject van de Europese Commissie. Het betreft een grote publieke opiniepeiling die in Nederland wordt uitgevoerd door TNS NIPONederlands opinieonderzoeksbureau. Gegevens over sporten en lichamelijke activiteit zijn ook in 2002, 2009 en 2013 verzameld.

In de Eurobarometer is één vraag opgenomen over sportdeelname. Deze luidt: "Hoe vaak sport u?". Deze vraag bevat 6 antwoordcategorieën aflopend van 'vijf keer per week of vaker' naar 'nooit'.

Nederland 4de plek

Sla de grafiek Sportdeelname in de EU 2017 over en ga naar de datatabel

Nederland op de vierde plek voor sporten

Uit de Eurobarometer blijkt dat in Nederland in vergelijking met andere Europese landen relatief veel wordt gesport.  Wanneer er gekeken wordt naar het percentage inwoners dat één keer per week of vaker sport, staat Nederland met 57% op de vierde plek .

 

 

 

Special Eurobarometer 472. Report. Sport and Physcial Activity 2018

Beleid wekelijkse sportdeelname

Nationaal sport- en beweegbeleid (1)

Nationaal sport- en beweegbeleid

Op 29 juni 2018 werd het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland ondertekend. Dit akkoord loopt tot en met 31 december 2021. De strategische partners van het sportakkoord (het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Vereniging Sport en Gemeenten/Vereniging van Nederlandse Gemeenten en NOC*NSF Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie) hebben zes ambities geformuleerd:

- Inclusief sporten & bewegen                      
- Duurzame sportinfrastructuur
- Vitale sport- en beweegaanbieders        
- Positieve sportcultuur
- Vaardig in bewegen                                          
- Topsport die inspireert

Het historisch overzicht nationaal sportbeleid geeft een kijk in het Nederlandse sportbeleid van 1940 tot nu.

Nationaal sport- en beweegbeleid (2)

Nationaal preventieakkoord

Nationaal sport- en beweegbeleid is daarnaast terug te vinden in het Nationaal Preventieakkoord. Via dit akkoord wordt ingezet op 3 thema’s: roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik.  Daarnaast wordt er vanuit het Ministerie van I&W Infrastructuur en Waterstaat met een breed consortium van partijen (de Tour de Force) ingezet op fietsbeleid in Nederland. Deze Agenda Fiets 2017-2020 kent acht doelen:

- Nederland toonaangevend Fietsland
- Meer ruimte voor de fiets in steden
- Kwaliteitsimpuls op drukke en kansrijke regionale fietsroutes
- Optimaliseren overstap fiets-ov-fiets en auto-fiets
- Gerichte stimulering van fietsen
- Minder fietsslachtoffers
- Minder gestolen fietsen
- Versterken kennisinfrastructuur

International sport- en beweegbeleid

International sport- en beweegbeleid

Zowel vanuit de Europese Commissie als vanuit de WHOWorld Health Organisation zijn de afgelopen jaren beleidsstukken geschreven over sporten en bewegen. Vanuit de EU Europese unie bijvoorbeeld het EU 'Work Plan for Sport 2017-2020', waarin voor deze periode de focus wordt gelegd op (1) integriteit, (2) de economische dimensie van sport en (3) sport en maatschappij. Het Global Action Plan on Physical Activity 2018-2030 van de WHO World Health Organisation noemt vier strategische doelen:
- Een actieve samenleving
- Een actieve omgeving
- Een actieve populatie
- Actieve systemen

Het langetermijn doel dat hiermee wordt nagestreefd is een relatieve daling van 15% in het aandeel volwassenen dat niet voldoet aan de WHO beweegrichtlijnen .

Meer informatie

G.C.W. Wendel-Vos (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)