Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijnen

 

De kernindicator beweegrichtlijnen is in 2017 gedefinieerd door de Gezondheidsraad en bestaat uit een aantal adviezen (zie onderstaand uitklapmenu). Iemand voldoet aan de beweegrichtlijnen door zowel voldoende matig en/of zwaar intensieve activiteiten (Onderdeel 1) als spier- en botversterkende activiteiten (Onderdeel 2) te doen.

Bron: CBSCentraal Bureau voor de Statistiek-Gezondheidsenquête (2001-2013), Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014-2020)
Meetjaar: 2020
Nieuwe cijfers: 2022

Voor volwassenen en ouderen (18 jaar en ouder):
- Bewegen is goed, meer bewegen is beter
- Doe minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel
- Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen
- En: voorkom veel stilzitten

Voor kinderen (4 t/m 17 jaar):
- Bewegen is goed, meer bewegen is beter
- Doe minstens elke dag een uur aan matig intensieve inspanning, zoals wandelen en fietsen. Langer, vaker en/of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel
- Doe minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten
- En: voorkom veel stilzitten

Overzicht

De beweegrichtlijnen is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Bewegen Nederlanders voldoende om gezond te zijn? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Deze worden voor verschillende regio's, gemeenten en groepen in de bevolking beschreven. Ook worden de beweegactiviteiten die gedaan worden weergegeven. Het voldoen aan de beweegrichtlijnen wordt vergeleken met enkele andere kernindicatoren en een internationale vergelijking wordt gemaakt. Daarnaast wordt een korte toelichting op het huidige beleid gegeven.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

De helft van de Nederlanders voldoet*

In 2020 voldeed 57% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder aan het onderdeel (1) matig of zwaar intensieve inspanning en 85% aan het onderdeel (2) spier- en botversterkende activiteiten. Op deze manier voldeed 53% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen. Deze cijfers  worden uitgebreid toegelicht in het rapport 'Sport- en Beweeggedrag in 2020'.

Licht stijgende trend over tijd

Over de tijd is er een licht stijgende trend te zien voor zowel het voldoen aan de matig tot zwaar intensieve activiteiten als spier- en botversterkende activiteiten. In de Sport Toekomstverkenning wordt geconcludeerd dat Nederlanders in toekomst net zo actief zijn als nu en wellicht iets meer.

Regionaal

Volwassenen in Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Limburg voldoen minst vaak aan beweegrichtlijnen

In 2020 is het percentage volwassenen van 18 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijnen het laagst in de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-regio’s Rotterdam-Rijnmond (44,1%) en Zuid-Limburg (44,3%). De regio's waar het meest wordt voldaan aan de beweegrichtlijnen liggen verspreid over het land met GGD-regio Kennemerland de hoogst scorende regio (56,9%). 

De interactieve kaart met de cijfers van elke regio is te vinden op de website van sport op de kaart

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 GGD'en, CBS en RIVM

> De COVID-19 pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de gezondheid, leefstijl en het welzijn van de respondenten beïnvloed.

> In de Gezondheidsmonitor 2020 zijn er door een fout in de dataverzameling geen cijfers beschikbaar over voldoen aan beweegrichtlijnen van GGD-regio Utrecht. Er zijn wel cijfers beschikbaar van gemeente Utrecht. 

 

 

 

Lokaal

Gemeenten die het meest voldoen aan de beweegrichtlijnen verspreid over het land

In 2020 verschilde het percentage volwassenen van 18 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijnen per gemeente. Dit percentage varieert van 36% tot 70%. De gemeenten waar het meest wordt voldaan aan de beweegrichtlijnen liggen verspreid over het land, zonder een duidelijk patroon.

De interactieve kaart met de cijfers van elke regio is te vinden op de website van sport op de kaart

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 GGD'en, CBS en RIVM

> De COVID-19 pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk de gezondheid, leefstijl en het welzijn van de respondenten beïnvloed.

> In de Gezondheidsmonitor 2020 zijn er door een fout in de dataverzameling geen gemeentelijke cijfers beschikbaar over voldoen aan beweegrichtlijnen van gemeenten in GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-regio Utrecht, met uitzondering van gemeente Utrecht zelf. 
 

Gerelateerde kaarten :

Fietsgebruik per gemeente

Wijk

Voldoen aan de beweegrichtlijnen per wijk

De kaart presenteert cijfers over beweegrichtlijnen. Dit is het percentage personen van 19 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijnen. De interactieve kaart is hier te vinden.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft cijfers over gezondheid en leefstijl berekend voor alle wijken en buurten in Nederland op basis van ruim 457.000 respondenten van de Gezondheidsmonitor volwassenen 2016 van GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en, CBSCentraal Bureau voor de Statistiek en RIVM. Omdat er vaak te weinig respondenten per wijk of buurt zijn, gebruikt het RIVM een model waarmee de cijfers berekend kunnen worden. Dit zijn zogenaamde kleine-domeinschatters (van de Kassteele et al., 2017).

Bron: SMAP-data RIVM i.s.m. GGD'en; gebaseerd op de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

 

* In het statistiekjaar 2020 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en kwam er dus alleen via internet respons binnen. Om hiermee om te kunnen gaan is het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruikgemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarneming. Mogelijk is dit weegmodel niet voldoende geweest om hieraan gerelateerde verschillen in sport- en beweeggedrag voldoende te corrigeren. Waardoor cijfers uit 2020 mogelijk een positiever beeld geven. Meer informatie hierover kunt u vinden in deze nota.

Vanaf 2019 zijn vragen over beweegonderwijs op school aan de vragenlijst toegevoegd om een beter beeld te krijgen van het beweeggedrag van jongeren. Dit wil zeggen dat aan jongeren vanaf 12 jaar die basisonderwijs, praktijkonderwijs, VMBO, HAVO, VWO of MBO volgen, vragen zijn toegevoegd over gymlessen op school en beweeg- en sportactiviteiten die zijn geregeld vanuit school. Hierdoor zijn de cijfers over de beweegrichtlijnen, met name die over jongeren, vanaf 2019 minder goed vergelijkbaar met de cijfers van voor 2019.

Bron: CBS-Gezondheidsenquête (2001-2013), Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBSCentraal Bureau voor de Statistiek i.s.m het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014-2020) en Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 GGD'en, CBS en RIVM

Methode: De kernindicator beweegrichtlijnen is nagevraagd met de SQUASH vragenlijst in de gezondheidsenquête. In deze vragenlijst wordt gevraagd om voor een normale week in de afgelopen maanden de gemiddelde tijd te schatten die wordt besteed aan verschillende activiteiten. Meer informatie is te vinden op de methode pagina.

Cijfers over sport en beweeggedrag tijdens de coronapandemie worden uitgebreid toegelicht in het rapport 'Sport- en Beweeggedrag in 2020'

Voldoen aan beweegrichtlijnen door verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Kleine verschillen tussen mannen en vrouwen

Van de Nederlanders van 4 jaar en ouder voldeed in 2020 55% van de mannen en 50% van de vrouwen aan de beweegrichtlijnen . Dit verschil komt voornamelijk doordat mannen vaker voldoen aan het onderdeel matig of zwaar intensieve inspanning dan vrouwen.

Tussen 2001 en 2020 zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen klein en wisselen ze elkaar af in wie het vaakst voldoet aan de beweegrichtlijnen. Over het algemeen laten ze beide een licht stijgende trend zien over de tijd.

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Kinderen voldoen het vaakst

Het percentage Nederlanders dat voldoende beweegt verschilt per leeftijdsgroep. In 2020 voldeden kinderen (4 t/m 11 jaar) het vaakst aan de beweegrichtlijnen (61%), gevolgd door 18 t/m 64-jarigen (56%). Voor ouderen (65 plussers) en jongeren (12 t/m 17 jaar) ligt dit percentage net boven de 40%.

Over de tijd is te zien dat ouderen steeds meer zijn gaan bewegen.  Ook volwassenen laten een lichte stijging zien over de jaren. Het percentage jongeren  dat voldoende beweegt varieert over de tijd. Vanaf 2019 ligt dit percentage bijna 7% hoger dan het jaar daarvoor. Dit kan grotendeels verklaard worden doordat vanaf 2019 bewegingsonderwijs nagevraagd is voor jongeren. Voor kinderen was dit al het geval.

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Verschillen tussen opleidingsniveaus worden groter

Het percentage Nederlanders van 25 jaar en ouder dat voldoende beweegt neemt toe met het opleidingsniveau. In 2020 was het percentage hoogopgeleiden dat voldoet aan de beweegrichtlijnen ruim anderhalf keer zo groot als het percentage laagopgeleiden (62% versus 39%).

Van 2001 tot 2018 laten alleen de hoogopgeleiden een stijging zien. Het percentage voldoen aan de richtlijn is voor lager- en middelbaar opgeleiden tot 2018 min of meer stabiel over de tijd. Voor deze groepen is in 2019 en 2020 een lichte stijging te zien. De verschillen tussen de opleidingsniveau's nemen toe over de tijd.

Langdurige aandoening/beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met een beperking voldoen minder vaak

In 2020 voldeden Nederlanders van 12 jaar en ouder met een lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) en/of een langdurige aandoening minder vaak aan de beweegrichtlijnen dan mensen zonder aandoening of beperking (58%). Dit percentage was het laagst bij mensen met zowel een lichamelijke beperking als een langdurige aandoening; slechts 20% voldeed. Onder mensen met alleen een lichamelijke beperking was het percentage dat voldoet aan de beweegrichtlijnen (33%) lager dan bij mensen met alleen een landurige aandoening (50%). Dit beeld komt overeen met cijfers uit eerdere jaren.

Type aandoening

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Voldoen aan beweegrichtlijnen verschilt naar type aandoening 

Van de Nederlanders van 18 jaar  en ouder met een langdurige aandoening voldoet 43% aan de beweegrichtlijnen, maar dit percentage verschilt naar type aandoening. Ter illustratie, in 2020 varieerde  dit percentage van 29% onder mensen met een nieraandoening tot 53% onder mensen met een allergie.

Aan respondenten is van een aantal veel voorkomende  ziekten/aandoeningen gevraagd of ze deze recent (nu of in de afgelopen 12 maanden) hebben gehad. Daarnaast is van een aantal langdurige ziekten gevraagd of ze ooit in het leven zijn vastgesteld (hartinfarct, diabetes, beroerte).

Type beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met een motorische beperking voldoen het minst

In 2020 voldeden Nederlanders van 12 jaar en ouder met een visuele (34%) of een auditieve (27%) beperking vaker aan de beweegrichtlijnen dan degene met een motorische beperking (16%).

Sinds 2010 is type beperking nagevraagd. De cijfers zijn te vinden in het onderstaande Exceldocument. Over de tijd lijken alle drie de groepen een lichte stijging te vertonen in het voldoen aan de beweegrichtlijnen.

 

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Het voldoen aan de beweegrichtlijnen is ook uitgesplitst  naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Ervaren gezondheid
  • Mate van overgewicht
  • Wekelijkse sporters

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is. De cijfers voor het jaar 2020 worden medio mei 2021 aan dit overzicht toegevoegd.

* In het statistiekjaar 2020 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en kwam er dus alleen via internet respons binnen. Om hiermee om te kunnen gaan is het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruikgemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarneming. Mogelijk is dit weegmodel niet voldoende geweest om hieraan gerelateerde verschillen in sport- en beweeggedrag voldoende te corrigeren. Waardoor cijfers uit 2020 mogelijk een positiever beeld geven. Meer informatie hierover kunt u vinden in deze nota.

Vanaf 2019 zijn vragen over beweegonderwijs op school aan de vragenlijst toegevoegd om een beter beeld te krijgen van het beweeggedrag van jongeren. Dit wil zeggen dat aan jongeren vanaf 12 jaar die basisonderwijs, praktijkonderwijs, VMBO, HAVO, VWO of MBO volgen, vragen zijn toegevoegd over gymlessen op school en beweeg- en sportactiviteiten die zijn geregeld vanuit school. Hierdoor zijn de cijfers over de beweegrichtlijnen, met name die over jongeren, vanaf 2019 minder goed vergelijkbaar met de cijfers van voor 2019.

Beweegrichtlijnen uitgesplitst naar achtergrondkenmerken 2001-2020

Beweegactiviteiten per leeftijdsgroep

4 t/m 11 jaar

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Buitenspelen is belangrijk voor kinderen

In 2020 halen Nederlandse kinderen (4 t/m 11 jaar) hun beweging voornamelijk uit buitenspelen, thuis (gemiddeld 7,5 uur per week) en op school (gemiddeld ruim 5 uur per week). In totaal besteden kinderen gemiddeld per week bijna 13 uur aan buitenspelen. Daarnaast zijn wandelen en sporten met gemiddeld 2 uur per week belangrijk. Kinderen besteden ruim 23 uur per week aan beweegactiviteiten; dat is gemiddeld ruim 3 uur per dag.

Deze cijfers zijn vergelijkbaar met bevindingen uit 2015-2019 en zijn te vinden in onderstaand Exceldocument.

12 t/m 17 jaar

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Sporten en fietsen zijn belangrijk voor jongeren

In 2020 halen Nederlandse jongeren (12 t/m 17 jaar) hun beweging voornamelijk uit sporten (gemiddeld bijna 4 uur per week) en fietsen naar school en/of werk ( 3,5 uur per week). In 2001 waren dit ook de meest beoefende activiteiten door 12 t/m 17 jarigen. Wat opvalt is dat jongeren meer tijd zijn gaan besteden aan wandelen en dat het aandeel van fietsen is afgenomen tussen 2001 en 2020. Gymles is in 2019 voor het eerst uitgevraagd bij deze groep.

De totale tijd per week besteed aan beweegactiviteiten is ongeveer gelijk gebleven over de jaren.  

18 t/m 64 jaar

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Volwassenen zijn meer gaan wandelen en sporten in de vrije tijd

In 2020 bewegen Nederlandse volwassenen (18 t/m 64 jaar) voornamelijk op het werk (gemiddeld ruim 5,9 uur per week) en in de vrije tijd door te wandelen (gemiddeld 3,5 uur per week) en te sporten (gemiddeld ruim 2,5 uur per week).

Sinds 2001 is het aantal uren per week besteed aan beweegactiviteiten gemiddeld met 3 uur gestegen in 2020 (17 vs 20 uur per week). Voor activiteiten op het werk en wandelen in de vrij tijd gaat het om ruim 1 uur  meer en voor sporten ook bijna 1 uur per week. In onderstaand Excelbestand zijn de cijfers van de tussenliggende jaren te vinden.

65 jaar en ouder

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Ouderen zijn meer gaan wandelen en sporten

In 2020 halen Nederlandse ouderen (65 jaar en ouder) hun beweging voornamelijk uit activiteiten in de vrije tijd zoals; wandelen (gemiddeld ruim 4 uur per week) en fietsen (gemiddeld 3 uur per week). Zijn doen deze activiteiten nu meer dan in 2001. Daarnaast is hun gemiddelde tijd besteed aan sporten verdubbeld, van gemiddeld 1 uur per week in 2001 naar ruim 2 uur per week in 2020.

Sinds 2001 is het aantal uren per week besteed door 65 plussers aan beweegactiviteiten gemiddeld met 7 uur gestegen in 2020 (11 vs 18 uur per week). Dit komt overeen met de waargenomen stijging over de tijd in het voldoen aan de beweegrichtlijnen door ouderen.

* In het statistiekjaar 2020 werd de waarneming voor de Gezondheidsenquête verstoord door de coronacrisis. In een deel van het jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen en kwam er dus alleen via internet respons binnen. Om hiermee om te kunnen gaan is het weegmodel van de Gezondheidsenquête aangepast voor het jaar 2020. Daarbij is gebruikgemaakt van tijdreeksmodellen om te kunnen corrigeren voor het wegvallen van een deel van de waarneming. Mogelijk is dit weegmodel niet voldoende geweest om hieraan gerelateerde verschillen in sport- en beweeggedrag voldoende te corrigeren. Waardoor cijfers uit 2020 mogelijk een positiever beeld geven. Meer informatie hierover kunt u vinden in deze nota.

Vanaf 2019 zijn vragen over beweegonderwijs op school aan de vragenlijst toegevoegd om een beter beeld te krijgen van het beweeggedrag van jongeren. Dit wil zeggen dat aan jongeren vanaf 12 jaar die basisonderwijs, praktijkonderwijs, VMBO, HAVO, VWO of MBO volgen, vragen zijn toegevoegd over gymlessen op school en beweeg- en sportactiviteiten die zijn geregeld vanuit school. Hierdoor zijn de cijfers over de beweegrichtlijnen, met name die over jongeren, vanaf 2019 minder goed vergelijkbaar met de cijfers van voor 2019.

Vergelijking met andere kernindicatoren

Sportdeelname wekelijks

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Wekelijkse sporters voldoen twee keer zo vaak

In 2020 voldoen wekelijkse sporters ruim twee keer zo vaak aan de beweegrichtlijnen dan mensen die niet wekelijks sporten. Tussen wekelijkse sporters en mensen die niet wekelijks sporten zijn de verschillen in het voldoen aan het onderdeel matig tot zwaar intensief bewegen het grootst. De verschillen in het onderdeel spier- en botversterkende activiteiten zijn kleiner.

Meer informatie over de kernindicator 'sportdeelname wekelijks' is hier te vinden.

Zitgedrag

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Voldoen aan de beweegrichtlijnen is niet anders voor veel- en weinig-zitters

Nederlanders zitten gemiddeld 8,9 uur per dag. Mensen die weinig zitten (minder dan 8,9 uur per dag) voldoen net zo vaak aan de beweegrichtlijnen als mensen die veel zitten (meer dan 8,9 uur per dag). Dit geldt ook voor het voldoen aan beide onderdelen van de beweegrichtlijnen.

Meer informatie over de kernindicator 'zitgedrag' is hier te vinden.

**bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/ Leefstijlmonitor, RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in samenwerking met VeiligheidNL en CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek, 2019

Internationale vergelijking

Internationale vergelijking van beweeggedrag

Het percentage van de bevolking dat aan de WHOWorld Health Organisation beweegrichtlijnen voldoet is een van de indicatoren waarvoor gegevens worden verzameld door het netwerk van HEPAHealth Enhancing Physical Activity Focal PointsHet RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vertegenwoordigd Nederland in het monitoring netwerk van HEPA beleid en bewegen. Resultaten van de gegevensverzameling door de HEPA Focal Points worden door de WHO ontsloten via de European Health Information Gateway. Vanwege de diversiteit in vragenlijsten en verwerkingsmethoden in de verschillende landen is het momenteel nog erg lastig om vergelijkbare gegevens te presenteren.

Er loopt nu een initiatief van een aanzienlijk aantal EUEuropese unie lidstaten, waaronder Nederland, om te komen tot vergelijkbare cijfers voor het percentage van de bevolking dat aan de WHO beweegrichtlijnen voldoet en een optimaal protocol voor toekomstige (objectieve) dataverzameling.

Beleid

Nationaal sport- en beweegbeleid (1)

Nationaal sport- en beweegbeleid

De beweegrichtlijnen, zoals geadviseerd door de Gezondheidsraad, zijn aangenomen door de minister van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en vormen een structureel onderdeel van het huidige sport- en beweegbeleid in Nederland.

Op 29 juni 2018 werd het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland ondertekend. Dit akkoord heeft een looptijd tot en met 31 december 2021. De strategische partners van het sportakkoord (het ministerie van VWS, de Vereniging Sport en Gemeenten/Vereniging van Nederlandse Gemeenten en NOC*NSFNederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie) hebben zes ambities geformuleerd:

- Inclusief sporten & bewegen                       - Duurzame sportinfrastructuur
- Vitale sport- en beweegaanbieders         - Positieve sportcultuur
- Vaardig in bewegen                                           - Topsport die inspireert


Het historisch overzicht nationaal sportbeleid geeft een kijk in het Nederlandse sportbeleid van 1940 tot nu.

Nationaal sport- en beweegbeleid (2)

Nationaal preventieakkoord

Nationaal sport- en beweegbeleid is daarnaast terug te vinden in het Nationaal Preventieakkoord. Via dit akkoord wordt ingezet op 3 thema’s: roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik.  Daarnaast wordt er vanuit het Ministerie van I&WInfrastructuur en Waterstaat met een breed consortium van partijen (de Tour de Force) ingezet op fietsbeleid in Nederland. Deze Agenda Fiets 2017-2020 kent acht doelen:

- Nederland toonaangevend Fietsland
- Meer ruimte voor de fiets in steden
- Kwaliteitsimpuls op drukke en kansrijke regionale fietsroutes
- Optimaliseren overstap fiets-ov-fiets en auto-fiets
- Gerichte stimulering van fietsen
- Minder fietsslachtoffers
- Minder gestolen fietsen
- Versterken kennisinfrastructuur

Internationaal sport- en beweegbeleid

International sport- en beweegbeleid

Zowel vanuit de Europese Commissie als vanuit de WHOWorld Health Organisation zijn de afgelopen jaren beleidsstukken geschreven over sporten en bewegen. Vanuit de EUEuropese unie bijvoorbeeld het EU 'Work Plan for Sport 2017-2020', waarin voor deze periode de focus wordt gelegd op (1) integriteit in de sport, (2) de economische dimensie van sport en (3) sport en maatschappij. Het Global Action Plan on Physical Activity 2018-2030 van de WHO noemt vier strategische doelen:

- Een actieve samenleving
- Een actieve omgeving
- Een actieve populatie
- Actieve systemen

Het lange termijn doel dat hiermee wordt nagestreefd is een relatieve daling van 15% in het aandeel volwassenen dat niet voldoet aan de WHO beweegrichtlijnen.

Achtergrond en bronnen

Meer informatie