Thumbnail

Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijnen

 

De kernindicator beweegrichtlijnen is in 2017 gedefinieerd door de Gezondheidsraad en bestaat uit een aantal adviezen (zie onderstaand uitklapmenu). Iemand voldoet aan de beweegrichtlijnen door zowel voldoende voldoende matig en/of zwaar intensieve activiteiten     (Onderdeel 1) als spier- en botversterkende activiteiten (Onderdeel 2) te doen.

Bron: CBSCentraal Bureau voor de Statistiek-Gezondheidsenquête (2001-2013), Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014-2017)
Meetjaar: 2017
Nieuwe cijfers: 2019

Overzicht

De beweegrichtlijnen is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Bewegen Nederlanders voldoende om gezond te zijn? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Deze worden voor verschillende regio's, gemeenten en groepen in de bevolking beschreven. Ook worden de beweegactiviteiten die gedaan worden weergegeven. Het voldoen aan de beweegrichtlijnen wordt vergeleken met enkele andere kernindicatoren en een internationale vergelijking wordt gemaakt. Daarnaast wordt een korte toelichting op het huidige beleid gegeven.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Minder dan de helft van de bevolking voldoet

In 2017 voldeed de helft (53%) van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder aan het onderdeel (1) matig of zwaar intensieve inspanning en driekwart (79%) aan het onderdeel (2) spier- en botversterkende activiteiten. Op deze manier voldeed 47% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen.

Licht stijgende trend over tijd

Over de tijd is er een licht stijgende trend te zien voor zowel het voldoen aan de matig tot zwaar intensieve activiteiten als spier- en botversterkende activiteiten. In de Sport Toekomstverkenning wordt geconcludeerd dat Nederlanders in toekomst net zo actief zijn als nu en wellicht iets meer.

Regionaal

Minste sportdeelname in Zeeland en Zuid-Holland Zuid

Het laagst is het percentage wekelijkse sporters in de GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst-regio Zeeland en Zuid-Holland Zuid (beide 44%). Het hoogst is het aandeel wekelijkse sporters in de GGD-regio's in het midden van het land. In Nederland doet gemiddeld 51,3% van de bevolking van 19 jaar en ouder minstens een keer per week aan sport.

De interactieve kaart met de cijfers van elke regio is hier te vinden.

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

Lokaal

Gemeenten die het meest voldoen aan de beweegrichtlijnen verspreid over het land

De gemeenten waar het meest wordt voldaan aan de beweegrichtlijnen liggen verspreid over het land, zonder een duidelijk patroon. In Zuid-Limburg en Noordoost-Groningen is een clustering te zien van gemeenten met een laag percentage dat voldoet aan de beweegrichtlijnen. Gemiddeld gezien voldoet 51,7% van de bevolking van 19 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen. 

De interactieve kaart met de cijfers van elke gemeente is hier te vinden.

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

Wijk

Voldoen aan de beweegrichtlijnen per wijk

De kaart presenteert cijfers over beweegrichtlijnen. Dit is het percentage personen van 19 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijnen. De interactieve kaart is hier te vinden.

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft cijfers over gezondheid en leefstijl berekend voor alle wijken en buurten in Nederland op basis van ruim 457.000 respondenten van de Gezondheidsmonitor volwassenen 2016 van GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en, CBSCentraal Bureau voor de Statistiek en RIVM. Omdat er vaak te weinig respondenten per wijk of buurt zijn, gebruikt het RIVM een model waarmee de cijfers berekend kunnen worden. Dit zijn zogenaamde kleine-domeinschatters (van de Kassteele et al., 2017).

Bron: SMAP-data RIVM i.s.m. GGD'en; gebaseerd op de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM

 

Bron: CBS-Gezondheidsenquête (2001-2013), Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBSCentraal Bureau voor de Statistiek i.s.m het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2014-2017)

Methode: De kernindicator beweegrichtlijnen is nagevraagd met de SQUASH* vragenlijst in de gezondheidsenquête (zie download hieronder). In deze vragenlijst wordt gevraagd om voor een normale week in de afgelopen maanden de gemiddelde tijd te schatten die wordt besteed aan de volgende activiteiten:

  • Actief woon-werkverkeer naar werk of school
  • Activiteiten op werk of school
  • Activiteiten in het huishouden
  • Activiteiten in de vrije tijd zoals wandelen, fietsen, tuinieren, klussen en sport (4 t/m 11 jarige: zwemles en buitenspelen)

Vanaf 2001 is de enquête afgenomen bij mensen vanaf 12 jaar. Sinds 2016 zijn 4 t/m 11 jarige ook meegenomen in de enquête.

*SQUASH: Short QUestionnaire to ASses Health enhancing physical activity. Wendel-Vos, G. W., Schuit, A. J., Saris, W. H., & Kromhout, D. (2003). Reproducibility and relative validity of the short questionnaire to assess health-enhancing physical activity. Journal of clinical epidemiology, 56(12), 1163-1169.

Voldoen aan beweegrichtlijnen door verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Kleine verschillen tussen mannen en vrouwen

In 2017 voldeed 48% van de mannen en 45% van de vrouwen vanaf 4 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen. Dit verschil komt voornamelijk doordat mannen vaker voldoen aan het onderdeel matig of zwaar intensieve inspanning dan vrouwen.

Tussen 2001 en 2017 zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen klein en wisselen ze elkaar af in wie het vaakst voldoet aan de beweegrichtlijnen. Over het algemeen laten ze beide een licht stijgende trend zien over de tijd.

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Kinderen voldoen het vaakst, jongeren het minst

Het percentage Nederlanders dat voldoende beweegt verschilt per leeftijdsgroep. In 2017 voldeden kinderen (4 t/m 11 jaar) het vaakst aan de beweegrichtlijnen (56%), gevolgd door 18 t/m 64-jarigen (50%). Voor ouderen (65 plussers) was dit 37%. Jongeren (12 t/m 17 jaar) voldeden het minst vaak aan de beweegrichtlijnen (31%).

Over de tijd is te zien dat ouderen steeds meer zijn gaan bewegen en jongeren minder. Volwassenen laten een lichte stijging zien over de jaren.

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Grotere verschillen tussen opleidingsniveaus over de tijd

Het percentage Nederlanders van 25 jaar en ouder dat voldoende beweegt neemt toe met het opleidingsniveau. In 2017 was het percentage hoogopgeleiden dat voldoet aan de beweegrichtlijnen ruim anderhalf keer zo groot als het percentage laagopgeleiden (55% versus 35%).

Van 2001 tot 2017 laten alleen de hoogopgeleiden een stijging zien. De lager- en middelbaar opgeleiden zijn stabiel over de tijd in het voldoen aan de richtlijn.

 

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met een chronische aandoening of beperking voldoen minder vaak

In 2017 voldeden Nederlanders van 12 jaar en ouder met een lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) en/of een chronische aandoening minder vaak aan de beweegrichtlijnen dan mensen zonder aandoening of beperking (48%). Dit percentage was het laagst bij mensen met zowel een lichamelijke beperking als een chronische aandoening; slechts 15% voldoet. Onder mensen met alleen een lichamelijke beperking was het percentage dat voldoet aan de beweegrichtlijnen (28%) lager dan bij mensen met alleen een chronische aandoening (42%). Dit beeld komt overeen met cijfers uit eerdere jaren.

Type beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met een motorische beperking voldoen het minst

In 2017 voldeden de mensen met een visuele beperking (26%) vaker aan de beweegrichtlijnen dan mensen met een auditieve (22%) of motorische beperking (12%). Hetzelfde beeld is te zien voor 2016.

Sinds 2010 is type beperking nagevraagd. De cijfers zijn te vinden in het onderstaande Exceldocument. Over de tijd lijken alle drie de groepen een lichte stijging te vertonen in het voldoen aan de beweegrichtlijnen.

 

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Het voldoen aan de beweegrichtlijnen is ook uitgesplitst  naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Ervaren gezondheid
  • Mate van overgewicht
  • Wekelijkse sporters

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

Beweegrichtlijnen uitgesplitst naar achtergrondkenermeken

Beweegactiviteiten per leeftijdsgroep

4 t/m 11 jaar

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Buitenspelen is belangrijk voor kinderen

In 2017 halen kinderen (4 t/m 11 jaar) hun beweging voornamelijk uit buitenspelen, thuis (gemiddeld ruim 7 uur per week) en op school (gemiddeld bijna 5 uur per week). In totaal besteden kinderen gemiddeld per week zo'n 12 uur aan buitenspelen. Daarnaast is sporten met gemiddeld 2,5 uur per week belangrijk. Kinderen besteden ruim 20 uur per week aan beweegactiviteiten; dat is gemiddeld ongeveer 3 uur per dag. 

Deze cijfers zijn vergelijkbaar met 2015 en 2016 en zijn te vinden in onderstaand Exceldocument.

12 t/m 17 jaar

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Sporten en fietsen zijn belangrijk voor jongeren

In 2017 halen jongeren (12 t/m 17 jaar) hun beweging voornamelijk uit sporten (gemiddeld 4,5 uur per week), fietsen naar school/werk (ruim 3,5 uur per week) en in de vrije tijd (ruim 3 uur per week). In vergelijking met 2001 is dit minder; toen sportten zij ruim 5,5 uur en fietsten ze ruim 4 uur per week naar school of werk. Daarentegen besteden zij nu meer tijd aan wandelen in de vrije tijd. De totale tijd per week besteed aan beweegactiviteiten is gedaald van gemiddeld 18,5 uur per week in 2001 naar 16 uur in 2017. In onderstaand Excelbestand zijn de cijfers van de tussenliggende jaren te vinden.

18 t/m 64 jaar

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Volwassenen zijn meer gaan sporten

In 2017 bewegen volwassenen (18 t/m 64 jaar) voornamelijk op het werk (gemiddeld 5,5 uur per week) en in de vrije tijd door te wandelen (gemiddeld 3 uur per week) en te sporten (gemiddeld 3 uur per week). Aan deze drie activiteiten besteden zij nu meer tijd dan in 2001.

Sinds 2001 is het aantal uren per week besteed aan beweegactiviteiten gestegen van gemiddeld bijna 17 uur naar 19 uur per week, volwassenen zijn dus gemiddeld 2 uur per week meer gaan bewegen. In onderstaand Excelbestand zijn de cijfers van de tussenliggende jaren te vinden.

65 jaar en ouder

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Ouderen zijn meer tijd gaan besteden aan bewegen

Ouderen (65 jaar en ouder) halen hun beweging voornamelijk uit activiteiten in de vrije tijd zoals; wandelen (gemiddeld bijna 4 uur per week) en fietsen (gemiddeld 3 uur per week). Zijn doen deze activiteiten nu meer dan in 2001. Daarnaast is hun gemiddelde tijd besteed aan sporten verdubbeld, van  gemiddeld 1 uur per week in 2001 naar 2 uur per week in 2017. Sinds 2001 zijn ouderen meer tijd gaan besteden aan beweegactiviteiten, van 11 uur per week naar 15,5 in 2017. Dit is een verschil van zo'n 4,5 uur besteed aan beweegactiviteiten per week en komt overeen met de stijging over de tijd in het voldoen aan de beweegrichtlijnen door ouderen. 

Tijd besteed aan beweegactiviteiten per week 2001-2017

Vergelijking met andere kernindicatoren

Sportdeelname wekelijks

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Wekelijkse sporters voldoen twee keer zo vaak

In 2017 voldoen wekelijkse sporters ruim twee keer zo vaak aan de beweegrichtlijnen dan mensen die niet wekelijks sporten. Tussen wekelijkse sporters en mensen die niet wekelijks sporten zijn de verschillen in het voldoen aan het onderdeel matig tot zwaar intensief bewegen het grootst. De verschillen in het onderdeel spier- en botversterkende activiteiten zijn kleiner.

Meer informatie over de kernindicator 'sportdeelname wekelijks' is hier te vinden.

Zitgedrag

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Voldoen aan de beweegrichtlijnen is niet anders voor veel- en weinig-zitters

Nederlanders zitten gemiddeld 9 uur per dag. Mensen die weinig zitten (minder dan 9 uur per dag) voldoen net zo vaak aan de beweegrichtlijnen als mensen die veel zitten (meer dan 9 uur per dag). Dit geldt ook voor het voldoen aan beide onderdelen van de beweegrichtlijnen.

Meer informatie over de kernindicator 'zitgedrag' is hier te vinden.

*bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/ Leefstijlmonitor, RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in samenwerking met VeiligheidNL en CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek, 2017

Internationale vergelijking

Thumbnail

Internationale vergelijking van beweeggedrag

Het percentage van de bevolking dat aan de WHOWorld Health Organisation beweegrichtlijnen voldoet is een van de indicatoren waarvoor gegevens worden verzameld door het netwerk van HEPAHealth Enhancing Physical Activity Focal Points. Resultaten van de gegevensverzameling door de HEPA Focal PointsHet RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vertegenwoordigd Nederland in het monitoring netwerk van HEPA beleid en bewegen worden door de WHO ontsloten via de European Health Information Gateway. Vanwege de diversiteit in vragenlijsten en verwerkingsmethoden in de verschillende landen is het momenteel nog erg lastig om vergelijkbare gegevens te presenteren.

Er loopt nu een initiatief van een aanzienlijk aantal EUEuropese unie lidstaten, waaronder Nederland, om te komen tot vergelijkbare cijfers voor het percentage van de bevolking dat aan de WHO beweegrichtlijnen voldoet en een optimaal protocol voor toekomstige (objectieve) dataverzameling.

Beleid

Nationaal sport- en beweegbeleid (1)

Thumbnail

Nationaal sport- en beweegbeleid

De beweegrichtlijnen, zoals geadviseerd door de Gezondheidsraad, zijn aangenomen door de minister van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en vormen een structureel onderdeel van het huidige sport- en beweegbeleid in Nederland.

Op 29 juni 2018 werd het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland ondertekend. Dit akkoord heeft een looptijd tot en met 31 december 2021. De strategische partners van het sportakkoord (het ministerie van VWS, de Vereniging Sport en Gemeenten/Vereniging van Nederlandse Gemeenten en NOC*NSFNederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie) hebben zes ambities geformuleerd:

- Inclusief sporten & bewegen                       - Duurzame sportinfrastructuur
- Vitale sport- en beweegaanbieders         - Positieve sportcultuur
- Vaardig in bewegen                                           - Topsport die inspireert

Nationaal sport- en beweegbeleid (2)

Thumbnail

Nationaal preventieakkoord

Nationaal sport- en beweegbeleid is daarnaast terug te vinden in het Nationaal Preventieakkoord. Via dit akkoord wordt ingezet op 3 thema’s: roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik.  Daarnaast wordt er vanuit het Ministerie van I&WInfrastructuur en Waterstaat met een breed consortium van partijen (de Tour de Force) ingezet op fietsbeleid in Nederland. Deze Agenda Fiets 2017-2020 kent acht doelen:

- Nederland toonaangevend Fietsland
- Meer ruimte voor de fiets in steden
- Kwaliteitsimpuls op drukke en kansrijke regionale fietsroutes
- Optimaliseren overstap fiets-ov-fiets en auto-fiets
- Gerichte stimulering van fietsen
- Minder fietsslachtoffers
- Minder gestolen fietsen
- Versterken kennisinfrastructuur

Internationaal sport- en beweegbeleid

Thumbnail

International sport- en beweegbeleid

Zowel vanuit de Europese Commissie als vanuit de WHOWorld Health Organisation zijn de afgelopen jaren beleidsstukken geschreven over sporten en bewegen. Vanuit de EUEuropese unie bijvoorbeeld het EU 'Work Plan for Sport 2017-2020', waarin voor deze periode de focus wordt gelegd op (1) integriteitIntegriteit is een karaktereigenschap van een individu die inhoudt dat de betrokkene eerlijk en oprecht is en niet omkoopbaar. Integriteit in de sport gaat over de vraag hoe sport op een eerlijke en rechtvaardige manier beoefend kan worden. in de sport, (2) de economische dimensie van sport en (3) sport en maatschappij. Het Global Action Plan on Physical Activity 2018-2030 van de WHO noemt vier strategische doelen:

- Een actieve samenleving
- Een actieve omgeving
- Een actieve populatie
- Actieve systemen

Het lange termijn doel dat hiermee wordt nagestreefd is een relatieve daling van 15% in het aandeel volwassenen dat niet voldoet aan de WHO beweegrichtlijnen.

Achtergrond en bronnen

Meer informatie