Het aantal blessures op basis van 1000 uur sportbeoefening in de bevolking van 4 jaar en ouder

 

Met een sportblessure wordt een blessure bedoeld die zich voordeed tijdens of als gevolg van een sportactiviteit en die ervoor zorgde dat de betreffende sportactiviteit gestaakt moest worden of dat er niet deel kon worden genomen aan de eerstvolgende sportactiviteit.

Onderdeel van de kernindicator blessurerisico is de indicator 'het aandeel wekelijkse sporters van 4 jaar en ouder dat heeft aangegeven in de afgelopen 3 maanden een sportblessure te hebben gehad'. 

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor,  CBSCentraal Bureau voor de Statistiek i.s.m het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Meetjaar: -
Nieuwe cijfers: 2019

Overzicht

Het blessurerisico is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Wat is het blessurerisico van Nederlanders? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Het aandeel van de Nederlanders dat een blessure op loopt wordt beschreven. Daarnaast worden de cijfers voor ernstige blessures gepresenteerd. Ook wordt een korte toelichting op het huidige blessurepreventie beleid gegeven.

Blessurerisico

Heden

Voor 2017 is het blessurerisico per 1000 sporturen niet berekend. Dit komt doordat de vraagstelling in de Leefstijlmonitor is aangepast gedurende het meetjaar (mei 2017). De eerste cijfers over het blessurerisico op basis van de leefstijlmonitor worden in 2019 verwacht. Het aandeel sporters dat aan heeft geven en sportblessure te hebben gehad in de afgelopen 3 maanden is wel bekend voor de uitvraag periode van mei tot december 2017.

Verleden

Door een verandering in methodologie is het niet mogelijk om cijfers uit het heden te vergelijken met het verleden.

Aandeel geblesseerde sporters

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mannen vaker geblesseerd dan vrouwen

In 2017 heeft 12% van de wekelijkse sporters van 4 jaar en ouder aangegeven in de afgelopen 3 maanden geblesseerd te zijn geweest. Mannen/jongens (15%) gaven aan vaker geblesseerd te zijn dan vrouwen/meisjes (9%).

In de Sport Toekomstverkenning wordt geconcludeerd dat naar verwachting het aantal sportblessures onder de gehele bevolking toeneemt.

*Bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/ LeefstijlmonitorCBSCentraal Bureau voor de Statistiek in samenwerking met RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en VeiligheidNL, 2017

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Jongeren het vaakst geblesseerd

In 2017 gaf 20% van de jongeren (12 t/m 17 jaar) die wekelijks sporten aan in de afgelopen 3 maanden geblesseerd te zijn geweest. Kinderen (4 t/m 11 jaar, 5%) en ouderen (65 jaar en ouder, 4%) gaven het minst vaak aan in de afgelopen 3 maanden geblesseerd te zijn geweest.

Zie Kernindicator sportdeelname wekelijks voor cijfers over wekelijkse sportdeelname door deze groepen.

*Bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/ LeefstijlmonitorCBSCentraal Bureau voor de Statistiek  in samenwerking met het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en VeiligheidNL, 2017

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Lager opgeleiden iets minder vaak geblesseerd

In 2017 gaf 7% van de lager opgeleiden van 25 jaar en ouder die wekelijks sporten aan in de afgelopen 3 maanden een sportblessure te hebben gehad.  Dit is iets minder vaak dan hoger opgeleiden (12%).  Daarnaast doen lager opgeleiden minder vaak wekelijks aan sport dan hoger opgeleiden. Zie Kernindicator sportdeelname wekelijks voor cijfers over wekelijkse sportdeelname door deze groepen.

Bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/ LeefstijlmonitorCBSCentraal Bureau voor de Statistiek in samenwerking met het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en VeiligheidNL, 2017

Chronische aandoening

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Geen verschil in sportblessures

In 2017 gaf 10% van de wekelijkse sporters van 12 jaar en ouder met een chronische aandoening aan in de afgelopen 3 maanden geblesseerd te zijn geweest. Dit percentage is 13% voor mensen zonder een chronische aandoening.  

Zie Kernindicator sportdeelname wekelijks voor cijfers over wekelijkse sportdeelname door deze groepen.

*Bron: LSM-A Bewegen en Ongevallen/ Leefstijlmonitor CBSCentraal Bureau voor de Statistiek in samenwerking met RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en VeiligheidNL, 2017

Bezoeken Spoedeisende Hulp

Per sporttak

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Meeste SEHSpoedeisende hulp-bezoeken door veldvoetbal

Blessures ontstaan tijdens veldvoetbal leiden tot de meeste SEH-bezoeken. Met 33.800 gevallen is dit bijna een derde van alle SEH-bezoeken vanwege een sportblessure. Dit betekent niet dat het de meest risicovolle sport is. Wanneer er gekeken wordt naar het aantal blessures per 1.000 sporturen blijkt zaalvoetbal het meest risicovol gevolgd door skeeleren/skaten/rolschaatsen.  Blessures als gevolg van bewegingsonderwijs leiden ook geregeld tot SEH-bezoek. Echter het risico om een blessure op te lopen tijdens  bewegingsonderwijs is aanzienlijk kleiner. 

*Bron: Letsel Informatie Systeem, 2017

Trend in ernstige blessures

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Het aantal ernstige blessures neemt af

Van alle SEHSpoedeisende hulp-bezoeken is ongeveer de helft ernstig. In de periode van 2008-2017 is het aantal SEH-bezoeken in verband met een ernstige sportblessure gedaald met 15%. Er lijkt sprake te zijn van een gunstige ontwikkeling. Er is hier geen rekening gehouden met de mogelijke verandering in sportdeelname. Wanneer sportdeelname is gestegen lijkt deze trend nog gunstiger te zijn. Ernstige blessures zijn voornamelijk fracturenBotbreuken en -scheuren en luxatieLuxatie, ook wel ontwrichting of dislocatie is het uit de kom schieten van een gewricht. De exacte definitie van een ernstige blessure zoals hier gebruikt is terug te vinden in het rapport.

*Bron: Letsel Informatie Systeem, 2017

Dodelijke slachtoffers door sportongevallen

Aantal dodelijke slachtoffer door sportongevallen

In de Krantenknipselregistratie zijn in 2017 in totaal 41 dodelijke sportongevallen in Nederland geregistreerd. Opvallend veel zwemmers verdronken in 2017, in totaal 21. In 2016 verdronken voor zover bekend 4 zwemmers. Daarnaast overleden er veel wielrenners in 2017: 12, waaronder een baanwielrenner (in 2016 verongelukten 5 wielrenners in Nederland). De andere dodelijke slachtoffers vielen tijdens motorsport, kanoën, hardlopen, skeeleren, obstacle run en zeilen

Daarnaast overleden 16 Nederlanders in het buitenland tijdens  sportbeoefening, de meesten tijdens snowboarden, zeilen of skiën.

Voor de exacte cijfers van alle sporten zie de rapportage 'Sportblessures in Nederland'.

 

 

Sportblessure beleid

Sportblessure preventie

In opdracht van het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt ZonMwNederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie financiering beschikbaar voor onderzoek op het gebied van sportblessures. ZonMw stimuleert de ontwikkeling van meer kennis over hoe deze blessures te voorkomen, zodat minder mensen hiervoor kosten maken in de zorg, uitvallen in de sport en verzuimen op school of op het werk. Het programma sportblessure preventie is hier een voorbeeld van. Het uitgangspunt van dit programma is dat gedegen kennis de basis vormt van succesvolle interventies. De wisselwerking van kennis naar praktijk en van praktijkvraag naar kennisontsluiting staan daarbij centraal. ZonMw voert het programma in opdracht van het ministerie van VWS uit. De looptijd is van 2016 tot en met 2021.

 

 

Meer informatie

E.J. Kemler (VeiligheidNL)
H. Valkenberg (VeiligheidNL)