Thumbnail

De score (vijfpuntsschaal) van de publieke ruimte op de mogelijkheid voor mensen om te sporten en te bewegen

 

De kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving laat zien hoe de publieke ruimte in de fysieke woonomgeving scoort (op een vijfpuntschaal) op de mogelijkheid voor mensen om te sporten en te bewegen. De veronderstelling is dat een meer beweegvriendelijke omgeving bijdraagt aan meer sporten en bewegen.

Bron: Diverse bronnen, Mulier Instituut Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Meetjaar: 2017
Nieuwe cijfers: 2020

Overzicht

De beweegvriendelijke omgeving is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoe beweegvriendelijk is jouw omgeving? Op deze pagina worden de nationale cijfers en cijfers naar gemeenten en stedelijkheidsgraad weergegeven. Daarnaast wordt een korte toelichting op het huidige beleid gegeven.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

De beweegvriendelijke omgeving in Nederland

In 2017 bedraagt de gemiddelde score voor heel Nederland op de kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving 2,61 per 10.000 inwoners. Tussen de onderliggende zes deelindicatoren is de spreiding in score maximaal 2 punten. Dit is nagenoeg vergelijkbaar met cijfers uit 2015. Kleine verschillen tussen 2015 en 2017 kunnen deels verklaard worden door verbeterde databronnen en deels door fysieke veranderingen (aanleg speelvoorziening, groen, etc.).

In de Sport Toekomstverkenning wordt geconcludeerd dat de omgeving steeds beweegvriendelijker zal worden.

Lokaal

Veel verschil tussen gemeenten in beweegvriendelijkheid van omgeving

De score op de kernindicator Beweegvriendelijke omgeving verschilt sterk per gemeente. De meest beweegvriendelijke gemeenten zich voornamelijk aan de kust, het oosten van het land en in Drenthe bevinden.

Ook in deelindicatoren grote verschillen per gemeente

In de bijdragen van de deelindicatoren aan de kernindicator zijn grote verschillen zichtbaar tussen gemeenten. Zie daarvoor onderstaande kaarten per gemeente van de zes deelindicatoren:

Bron: Diverse bronnen, Mulier Instituut, 2015 en 2017

Methode: De kernindicator is opgebouwd uit 6 deelindicatoren;

1. Publieke sportaccommodaties (o.a. aantallen sporthallen, voetbalaccommodaties), dit is ook de kernindicator sportaccommodaties
2. Sport- en speelplekken (o.a. aantallen Cruyff Courts, speeltuinen)
3. Sport- speel- en beweegruimte (o.a. parken, water geschikt voor recreatief gebruik uitgedrukt in hectares)
4. Routes (o.a. fiets- en wandelpaden uitgedrukt in meters)
5. Buitengebied (o.a. bos, heide, zand uitgedrukt in hectares)
6. Nabijheid van voorzieningen (o.a. gemiddelde afstand tot supermarkt en school)

Per gemeente wordt de absolute score (gebaseerd op objectieve registraties) op de onderliggende elementen omgerekend naar een vijfpuntschaal. Alle gemeenten met een score 0 komen in categorie 0. De rest van de gemeenten worden op basis van rangorde verdeeld in 5 groepen van gelijke grootte en krijgen een score 1 tot 5. Hierbij is rekening  gehouden met verschillen in gemeentegrootte. Bij de eerste berekening van deze kernindicator (2015) zijn de gemeenten op basis van rangorde ingedeeld in de vijf groepen (per deelindicator). Voor de huidige berekening zijn dezelfde grenzen gebruikt, zodat een verhoging van de beweegvriendelijkheid ook kan leiden tot een hogere score. De score wordt per deelindicator berekend door de score op alle onderliggende elementen te middelen. Het gemiddelde van de scores op de zes deelindicatoren is uiteindelijk de waarde voor de kernindicator. Hieruit is vervolgens een landelijk cijfer per 10.000 inwoners bepaald. Het absolute getal krijgt betekenis door het volgen van de kernindicator in de tijd en is interessant voor het vergelijken van bijvoorbeeld gemeentes.

Beweegvriendelijkheid van omgeving naar mate van stedelijkheid

naar stedelijkheid

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Niet-stedelijke gebieden zijn beweegvriendelijker

Niet-stedelijke gemeenten scoren hoger op de kernindicator beweegvriendelijke omgeving (2,85 per 10.000 inwoners) dan zeer stedelijke gemeenten (2,45 per 10.000 inwoners). Onderliggende verschillen in deelindicatoren liggen verder uit elkaar. Niet-stedelijke gemeenten scoren hoog op publieke sportaccommodaties, routes en buitengebied. Zeer stedelijke gemeenten scoren hoger op de nabijheid van voorzieningen, de aanwezigheid van sport- en speelplekken en de aanwezigheid van sport-, speel- en beweegruimtes.  Verdere uitsplitsingen zijn te vinden in het Excelbestand.

Definitie van stedelijkheidsgraad

Stedelijkheid van een bepaald gebied  (rastervierkant, buurt, wijk, gemeente) is een maatstaf voor de concentratie van menselijke activiteiten (wonen, werken, naar school gaan, winkelen, uitgaan etc.) gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (Oad). Onder Oad wordt verstaan het aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel.  Voor de berekening hiervan wordt eerst voor ieder adres de Oad vastgesteld. Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevingsadressendichtheden van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied.

Hierbij zijn vijf categorieën onderscheiden:
- zeer sterk stedelijk: gemiddelde Oad van 2500 of meer adressen per km2;
- sterk stedelijk: gemiddelde Oad van 1500 tot 2500 adressen per km2;
- matig stedelijk: gemiddelde Oad van 1000 tot 1500 adressen per km2;
- weinig stedelijk: gemiddelde Oad van 500 tot 1000 adressen per km2;
- niet stedelijk: gemiddelde Oad van minder dan 500 adressen per km2.

Beleid

Omgevingswet

Thumbnail

Toenemende aandacht voor de beweegvriendelijke omgeving

In de afgelopen jaren is de beleidsmatige aandacht voor de openbare ruimte in relatie tot het sportbeleid toegenomen. Met het intrede van de Omgevingswet zal deze aandacht nog verder  toenemen. Deze wet bundelt wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving en stelt de leefomgeving en de gebruiker centraal in plaats van de regels. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  levert een bijdrage aan diverse onderdelen van het proces van beleid en uitvoering van de Omgevingswet, vanaf vraagstukken rondom doelen en normen, tot en met implementatie en gegevensvoorziening. De VSGVereniging Sport en Gemeenten voorziet met de nieuwe wet een grote kans om sport en bewegen een integraal onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingen te laten zijn en heeft een handreiking voor gemeenten opgesteld.

Het loket gezond leven heeft een stappenplan gemaakt om gezondheid op de agenda te krijgen van gemeenten. Aangezien gezondheid onderdeel zal zijn van zowel hun omgevingsvisie als hun omgevingsplan.

Nationaal Sport- en beweegbeleid

Thumbnail

Nationaal sport- en beweegbeleid

Op 29 juni 2018 werd het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland ondertekend. Dit akkoord heeft een looptijd tot en met 31 december 2021. De strategische partners van het sportakkoord (het ministerie van VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VSGVereniging Sport en Gemeenten, VNGVereniging van Nederlandse Gemeenten en NOC*NSFNederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie hebben zes ambities geformuleerd:

- Inclusief sporten & bewegen                       - Duurzame sportinfrastructuur
- Vitale sport- en beweegaanbieders         - Positieve sportcultuur
- Vaardig in bewegen                                           - Topsport die inspireert

De beweegvriendelijke omgeving is onderdeel van het deelakkoord 'een duurzame sportinfrastructuur' en één van de kernindicatoren die wordt gebruikt om de impact van het sportakkoord te monitoren. Kenmerken van een gezonde stad zijn onderzocht door het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Meer informatie

persoonsnamen

K. Wezenberg-Hoenderkamp (Mulier Instituut)
H. van der Poel (Mulier Instituut)