De beweegvriendelijke omgeving in 2022 scoorde 64 op een schaal van 0 tot 100

 

De score van de openbare ruimte op de mogelijkheid voor mensen om te sporten en te bewegen

 

De kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving laat zien hoe de fysieke omgeving in de openbare ruimte scoort op de mogelijkheid voor mensen om te sporten en te bewegen. De veronderstelling is dat een meer beweegvriendelijke omgeving bijdraagt aan meer sporten en bewegen.

Bron: Diverse bronnen, Mulier Instituut
Meetjaar: 2022
Nieuwe cijfers: 2024

Overzicht

De beweegvriendelijke omgeving is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoe beweegvriendelijk is jouw omgeving? Op deze pagina worden de nationale cijfers en cijfers naar gemeenten en stedelijkheidsgraad weergegeven. Cijfers op buurtniveau zijn bij Sportopdekaart apart te downloaden. Daarnaast wordt een korte toelichting op het huidige beleid gegeven.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek Beweegvriendelijkheid omgeving in Nederland, 2020 en 2022 over en ga naar de datatabel

De beweegvriendelijke omgeving in Nederland

In 2022 bedraagt de gemiddelde score voor heel Nederland op de kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving 64 op een schaal van 0 tot en met 100. De score op deelindicator sportaccommodaties is 59, op deelindicator sport en speelplekken 77, op deelindicator groen/blauw 62 en op deelindicator voorzieningen 63.

In 2020 is de rekenmethodiek vernieuwd, waardoor de scores van 2020 en 2022 niet te vergelijken zijn met eerdere jaren.

In de Sport Toekomstverkenning wordt geconcludeerd dat de omgeving steeds beweegvriendelijker zal worden.

Lokaal

Veel verschil tussen gemeenten in beweegvriendelijkheid van omgeving

De score op de kernindicator Beweegvriendelijke omgeving verschilt sterk per gemeente. De meest beweegvriendelijke gemeenten bevinden zich voornamelijk in het westen van Nederland, met name in de provincies Zuid- en Noord-Holland.

Ook in deelindicatoren grote verschillen per gemeente

In de bijdragen van de deelindicatoren aan de kernindicator zijn grote verschillen zichtbaar tussen gemeenten. Zie daarvoor onderstaande kaarten van de vier deelindicatoren per gemeente:

- Sportaccommodaties
- Sport- en speelplekken
- Recreatief groen en blauw
- Nabijheid van voorzieningen

Gerelateerde kaarten :

Overzicht van alle kaarten over sport en bewegen

 

 

Bron: Diverse bronnen, Mulier Instituut, 2022

Methode: De kernindicator is het gemiddelde van 4 deelindicatoren, die allen een score hebben van 0 tot en met 100;

1. Sportaccommodaties (diversiteit en nabijheid voetbalvelden, hockeyvelden, tennisbanen, sporthallen, fitnessvoorzieningen en zwembaden)
2. Sport- en speelplekken (nabijheid sport- en speelplekken in de openbare ruimte)
3. Recreatief groen en blauw (nabijheid en oppervlakte parken, water geschikt voor recreatief gebruik)
4. Nabijheid van voorzieningen (o.a. gemiddelde afstand tot supermarkt en school)

Hoe hoger de score, hoe meer mensen een goede bereikbaarheid, nabijheid of diversiteit van een deelindicator hebben.

Omdat de mogelijkheden om te fietsen en wandelen centraal staan in de beweegvriendelijke omgeving, zijn de nabijheid van sportaccommodaties, sport- en speelplekken en recreatief groen en blauw, berekend door gebruik te maken van een fiets- en wandelwegennetwerk.

De deelindicatoren zijn op het laagst mogelijke geografisch schaalniveau berekend. De eerste drie deelindicatoren zijn berekend op het niveau van de CBS-vierkanten van 100 * 100 meter. We maken alleen gebruik van CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) vierkanten waar mensen wonen. Voor de deelindicator nabijheid van voorzieningen is gebruik gemaakt van de nabijheidsstatistieken (buurt-, gemeente- en nationaal niveau) van  het CBSMeer informatie over de berekening en bronverwijzing per deelindicator is te vinden op de methode webpagina.

Beweegvriendelijkheid van omgeving naar mate van stedelijkheid

naar stedelijkheid

Sla de grafiek Beweegvriendelijkheid omgeving in Nederland naar stedelijkheid 2022 over en ga naar de datatabel

Niet-stedelijke gebieden zijn minder beweegvriendelijk

Niet-stedelijke gemeenten scoren lager op de kernindicator beweegvriendelijke omgeving (score 51 op een schaal van 0 tot en met 100) dan zeer sterk stedelijke gemeenten (score 71 op een schaal van 0 tot 100). Niet-stedelijke gemeenten scoren hoog op de aanwezigheid van recreatief groen en blauw en de aanwezigheid van sport- en speelplekken. Zeer sterk stedelijke gemeenten scoren hoog op de nabijheid van voorzieningen en de aanwezigheid van sport- en speelplekken.  

Definitie van stedelijkheidsgraad

Stedelijkheid van een bepaald gebied  (rastervierkant, buurt, wijk, gemeente) is een maatstaf voor de concentratie van menselijke activiteiten (wonen, werken, naar school gaan, winkelen, uitgaan etc.) gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (Oad). Onder Oad wordt verstaan het aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel.  Voor de berekening hiervan wordt eerst voor ieder adres de Oad vastgesteld. Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevingsadressendichtheden van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied.

Hierbij zijn vijf categorieën onderscheiden:
- zeer sterk stedelijk: gemiddelde Oad van 2500 of meer adressen per km2;
- sterk stedelijk: gemiddelde Oad van 1500 tot 2500 adressen per km2;
- matig stedelijk: gemiddelde Oad van 1000 tot 1500 adressen per km2;
- weinig stedelijk: gemiddelde Oad van 500 tot 1000 adressen per km2;
- niet stedelijk: gemiddelde Oad van minder dan 500 adressen per km2.

Beleid

Omgevingswet

Toenemende aandacht voor de beweegvriendelijke omgeving

In de afgelopen jaren is de beleidsmatige aandacht voor de openbare ruimte in relatie tot het sportbeleid toegenomen. Met het intrede van de Omgevingswet zal deze aandacht nog verder  toenemen. Deze wet bundelt wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving en stelt de leefomgeving en de gebruiker centraal in plaats van de regels. Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) levert een bijdrage aan diverse onderdelen van het proces van beleid en uitvoering van de Omgevingswet, vanaf vraagstukken rondom doelen en normen, tot en met implementatie en gegevensvoorziening. De VSG voorziet met de nieuwe wet een grote kans om sport en bewegen een integraal onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingen te laten zijn en heeft een handreiking voor gemeenten opgesteld.

Het loket gezond leven heeft een stappenplan gemaakt om gezondheid op de agenda te krijgen van gemeenten. Aangezien gezondheid onderdeel zal zijn van zowel hun omgevingsvisie als hun omgevingsplan.

Nationaal Sport- en beweegbeleid

Nationaal sport- en beweegbeleid

Op 29 juni 2018 werd het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland ondertekend. Dit akkoord heeft een looptijd tot en met 31 december 2021. De strategische partners van het sportakkoord (het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), VSG, VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en NOC*NSF Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie (Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie) hebben zes ambities geformuleerd:

- Inclusief sporten & bewegen                       - Duurzame sportinfrastructuur
- Vitale sport- en beweegaanbieders         - Positieve sportcultuur
- Vaardig in bewegen                                           - Topsport die inspireert

De beweegvriendelijke omgeving is onderdeel van het deelakkoord 'een duurzame sportinfrastructuur' en één van de kernindicatoren die wordt gebruikt om de impact van het sportakkoord te monitoren. Kenmerken van een gezonde stad zijn onderzocht door het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

Het historisch overzicht nationaal sportbeleid geeft een kijk in het Nederlandse sportbeleid van 1940 tot nu.

Meer informatie

persoonsnamen

K. Wezenberg-Hoenderkamp (Mulier Instituut)
H. van der Poel (Mulier Instituut)