10% van de bevolking van 12 jaar en ouder doet aan vrijwilligerswerk in de sport

Het aandeel van de bevolking van 12 jaar en ouder dat maandelijks of vaker actief is als vrijwilliger in de sport

 

Bron: Vrijetijdsomnibus (VTO) Sociaal en Cultureel Planbureau (SCPSociaal Cultureel Planbureau ) in samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek
Meetjaar: 2016
Nieuwe cijfers: 2019

Overzicht

Vrijwilligerswerk in de sport is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoeveel Nederlanders zijn vrijwilliger in de sport? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Deze worden voor verschillende groepen in de bevolking beschreven.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Een op de tien Nederlanders actief als vrijwilliger in de sport

In 2016 was 10% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder maandelijks of vaker actief als vrijwilliger in de sport. Dit beeld komt overeen met cijfers uit 2012 en 2014.

De Sport Toekomstverkenning concludeert dat het aandeel van de Nederlanders dat vrijwilligerswerk doet in de sport de komende jaren gelijk zal blijven of licht dalen. Dit heeft vooral te maken met demografische ontwikkelingen, individualisering, het toenemende belang van flexibiliteit onder potentiële vrijwilligers en de vraag naar vrijwilligers op andere gebieden.

Bron: Vrijetijdsomnibus (VTO), Sociaal en Cultureel Planbureau (SCPSociaal Cultureel Planbureau ) in samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek, 2012 - 2016

Methode: Het maandelijks doen van vrijwilligerswerk is nagevraagd in de VTO. Het doel van de VTO is om ontwikkelingen van sport- en cultuurparticipatie in Nederland vast te stellen. De VTO wordt elke twee jaar uitgezet onder een nationaal representatieve steekproef van Nederlanders vanaf 6 jaar en ouder. Meer informatie over de VTO is hier te vinden.  Aan de respondenten is gevraagd hoe vaak zij in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk hebben gedaan in de sport. Zij konden antwoorden met één van de volgende categorieën: dagelijks, eens per week of vaker, eens per maand of vaker, enkele keren in de afgelopen 12 maanden of niet in de afgelopen 12 maanden.

Vrijwilligerswerk in de sport door verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mannen vaker actief als vrijwilliger in de sport dan vrouwen

In 2016 waren Nederlandse mannen van 12 jaar en ouder (13%) vaker actief als vrijwilliger in de sport dan vrouwen (7%). Dit beeld komt overeen met cijfers uit 2012 en 2014.

 

 

 

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Verschillende leeftijdsgroepen actief als vrijwilliger in de sport

In 2016 waren Nederlandse 35 t/m 54 jarigen (14%), 12 t/m 19 jarigen en 65 t/m 79 jarigen (beide 10%) het meest maandelijks of vaker actief als vrijwilliger in de sport. De groep 12 t/m 19 jarigen laten een daling zien in 2016 en de 55 t/m 64 jarigen een stijging voor 2014 gevolgd door een daling in 2016. Voor de andere leeftijdsgroepen komt het beeld overeen met cijfers uit 2012 en 2014.

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Hogeropgeleiden vaker actief als vrijwilliger in de sport

In 2016 was in Nederland het aandeel hogeropgeleiden  van 25 jaar en ouder dat maandelijks of vaker actief is als vrijwilliger in de sport twee keer zo groot als het aandeel lageropgeleiden. Dit komt overeen met cijfers uit 2012 en 2014.

 

 

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met een chronische aandoening iets minder vaak actief als vrijwilliger in de sport

In 2016 waren mensen met een fysieke beperking (11%) nagenoeg even vaak actief als vrijwilliger in de sport als mensen zonder aandoening of fysieke beperking (10%). Mensen met een chronische aandoening lijken iets minder vaak actief  te zijn op dit gebied (8%). Dit beeld komt overeen met cijfers uit 2012 en 2014. 

 

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Vrijwilligerswerk in de sport is ook uitgesplitst  naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Gemeentegrootte
  • Ervaren gezondheid

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

Internationale vergelijking

Nederlanders doen relatief veel vrijwilligerswerk in sport 

Om een internationale vergelijking te kunnen maken is gebruik gemaakt van gegevens uit de Eurobarometer 2017. Hieruit blijkt dat gemiddeld 6% van de inwoners van de EUEuropese unie Europese unie -landen aan vrijwilligerswerk doet in de sport. In dit onderzoek gaf 19% van de Nederlanders aan dit te doen. Hiermee staan we op een gelijke eerste plaats met Zweden.

In het EU-project 'Social Inclusion and Volunteering in Sports Clubs in Europe' (SIVSCE) zijn tien Europese landen betrokken (Nederland, België, Denemarken, Engeland, Duitsland, Hongarije, Noorwegen, Polen, Spanje en Zwitserland). In deze landen zijn vragenlijsten over vrijwilligerswerk uitgezet bij minimaal 30 sportclubs per land. In 2017 heeft het project resultaten gepubliceerd over de betrokkenheid en inzet van vrijwilligers bij sportclubs. In de tien landen samen heeft 42% van de vrijwilligers aangegeven eens per week of vaker aan vrijwilligerswerk te doen in de sport. In Nederland geldt dit volgens het rapport voor ruim de helft van de vrijwilligers (55%).

Beleid

Verandering gewenst in het vrijwilligersbeleid bij sportverenigingen

De prognose is dat het aantal vrijwilligers in de sport mogelijk terug loopt de komende jaren, met name op structurele taken. Een deel van de sportverenigingen kampt al met een te kort.  Vrijwilligerswerk in de sport is dan ook onderdeel van het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland dat in juni 2018 ondertekend is. Een doelstelling in het deelakkoord 'vitale sport- en beweegaanbieders' is om voor 2021 het vrijwilligersklimaat en beleid binnen sportverenigingen te verbeteren.

Meer informatie

A. Tiessen-Raaphorst (SCPSociaal Cultureel Planbureau )