Het aandeel van de bevolking van 12 jaar en ouder dat maandelijks of vaker actief is als vrijwilliger in de sport

 

Bron: Vrijetijdsomnibus (VTO) Sociaal en Cultureel Planbureau (SCPSociaal Cultureel Planbureau ) in samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek
Meetjaar: 2018
Nieuwe cijfers: 2021

Overzicht

Vrijwilligerswerk in de sport is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoeveel Nederlanders zijn vrijwilliger in de sport? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Deze worden voor verschillende groepen in de bevolking beschreven.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Een op de tien Nederlanders actief als vrijwilliger in de sport

In 2018 was 9% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder maandelijks of vaker actief als vrijwilliger in de sport. Dit beeld komt overeen met cijfers uit eerdere jaren.

De Sport Toekomstverkenning concludeert dat het aandeel van de Nederlanders dat vrijwilligerswerk doet in de sport de komende jaren gelijk zal blijven of licht dalen. Dit heeft vooral te maken met demografische ontwikkelingen, individualisering, het toenemende belang van flexibiliteit onder potentiële vrijwilligers en de vraag naar vrijwilligers op andere gebieden.

Landsdeel

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Geen verschil tussen landsdelen in vrijwilligerswerk in de sport

In 2018 waren er geen verschillen tussen landsdelen in het percentage vrijwilligers in de sport. Dit komt overeen met eerdere meetjaren. 

Tussen 2012 en 2018 is de trend in het percentage vrijwilligers in de sport stabiel voor alle gewesten.

 

 

 

*NB: de cijfers van 2012, 2014 en 2016 zijn aangepast vanwege een nieuwe weging. Meer informatie is hier te vinden.

Bron: Vrijetijdsomnibus (VTO), Sociaal en Cultureel Planbureau (SCPSociaal Cultureel Planbureau ) in samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek, 2012 - 2016

Methode: Het maandelijks doen van vrijwilligerswerk is nagevraagd in de VTO. Het doel van de VTO is om ontwikkelingen van sport- en cultuurparticipatie in Nederland vast te stellen. De VTO wordt elke twee jaar uitgezet onder een nationaal representatieve steekproef van Nederlanders vanaf 6 jaar en ouder. Meer informatie over de VTO is hier te vinden.  Aan de respondenten is gevraagd hoe vaak zij in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk hebben gedaan in de sport. Zij konden antwoorden met één van de volgende categorieën: dagelijks, eens per week of vaker, eens per maand of vaker, enkele keren in de afgelopen 12 maanden of niet in de afgelopen 12 maanden.

Vrijwilligerswerk in de sport door verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mannen iets vaker actief als vrijwilliger in de sport dan vrouwen

In 2018 waren Nederlandse mannen van 12 jaar en ouder (11%) iets vaker actief als vrijwilliger in de sport dan vrouwen (7%). Dit verschil is kleiner geworden over de jaren.

 

 

 

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Verschillende leeftijdsgroepen actief als vrijwilliger in de sport

In 2018 waren Nederlandse 35 t/m 54 jarigen (13%) het meest maandelijks of vaker actief als vrijwilliger in de sport, gevolgd door 12 t/m 19 jarigen (10%).  Het percentage 12 t/m 19 jarigen dat actief is als vrijwilliger lijkt iets te zijn afgenomen tussen 2012 en 2018. Voor de andere leeftijdsgroepen komt het beeld min of meer overeen met cijfers uit eerdere meetjaren.

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Hogeropgeleiden iets vaker actief als vrijwilliger in de sport

In 2018 waren Nederlandse hoger opgeleiden van 25 jaar en ouder iets vaker actief als vrijwilligers in de sport dan de lager opgeleiden (11% versus 6%). Dit beeld is vergelijkbaar met cijfers uit eerdere jaren.

 

 

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met een aandoening/ beperking iets minder vaak actief als vrijwilliger

In 2018 waren mensen met een chronische aandoening en/of een lichamelijke beperking iets minder vaak actief als vrijwilliger  in de sport (4% tot 7%) dan mensen zonder een aandoening of beperking (10%). Dit beeld varieert tussen de meetjaren.

 

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Vrijwilligerswerk in de sport is ook uitgesplitst  naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Gemeentegrootte
  • Ervaren gezondheid
  • Lichamelijke beperking
  • Huishoudinkomen
  • Geaardheid
  • Landsdeel
  • Provincie

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

Type vrijwilligerswerk en naar sporttak

Type vrijwilligerswerk

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Vaak een rol als trainer, coach of begeleider van sporters

In 2018 werd vrijwilligerswerk in de sport met name gedaan als trainer, coach of begeleider van sporters (43%). Daarnaast draaiden vrijwilligers bardiensten (38%) en zitten zij in een commissie of vervullen organisatorische zaken (24%), dan wel bij specifieke evenenementen (22%). Een kleiner deel van de vrijwilligers vervult een taak als official of scheidsrechter (19%), verzorgd onderhoud van accommodatie of sportmaterialen (13%) of zit in het bestuur (12%).

Sporttak

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Meeste vrijwilligerswerk wordt gedaan in veldvoetbal

In 2016 werd het meeste vrijwilligerswerk door Nederlanders van 12 jaar en ouder gedaan in de veldvoetbal (32%). Voor de andere sporttakken ligt dit percentage een stuk lager. In de tennis werd door 8% van de vrijwilligers in de sport werk gedaan. In de hockey 7% en in de paardensport en volleybal was dit beide 4%. Deze cijfers zijn niet beschikbaar voor het meetjaar 2018.

 

Vergelijking met andere kernindicatoren

Vrijwilligerswerk naar clublid

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Kwart leden sportvereniging doet vrijwilligerswerk

In 2018 deed van de Nederlanders van 12 jaar en ouder die lid zijn van een sportvereniging 23% aan vrijwilligerswerk. Dit hoeft niet bij dezelfde vereniging te zijn als waar zij een lidmaatschap hebben. Van de Nederlanders die geen lid zijn van een sportvereniging deed 4% aan vrijwilligerswerk in de sport.  

Meer informatie over de kernindicator 'clublidmaatschap' is hier te vinden.

Internationale vergelijking

Nederlanders doen relatief veel vrijwilligerswerk in sport 

Om een internationale vergelijking te kunnen maken is gebruik gemaakt van gegevens uit de Eurobarometer 2017. Hieruit blijkt dat gemiddeld 6% van de inwoners van de EUEuropese unie Europese unie -landen aan vrijwilligerswerk doet in de sport. In dit onderzoek gaf 19% van de Nederlanders aan dit te doen. Hiermee staan we op een gelijke eerste plaats met Zweden.

In het EU-project 'Social Inclusion and Volunteering in Sports Clubs in Europe' (SIVSCE) zijn tien Europese landen betrokken (Nederland, België, Denemarken, Engeland, Duitsland, Hongarije, Noorwegen, Polen, Spanje en Zwitserland). In deze landen zijn vragenlijsten over vrijwilligerswerk uitgezet bij minimaal 30 sportclubs per land. In 2017 heeft het project resultaten gepubliceerd over de betrokkenheid en inzet van vrijwilligers bij sportclubs. In de tien landen samen heeft 42% van de vrijwilligers aangegeven eens per week of vaker aan vrijwilligerswerk te doen in de sport. In Nederland geldt dit volgens het rapport voor ruim de helft van de vrijwilligers (55%).

Beleid

Verandering gewenst in het vrijwilligersbeleid bij sportverenigingen

De prognose is dat het aantal vrijwilligers in de sport mogelijk terug loopt de komende jaren, met name op structurele taken. Een deel van de sportverenigingen kampt al met een te kort.  Vrijwilligerswerk in de sport is dan ook onderdeel van het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland dat in juni 2018 ondertekend is. Een doelstelling in het deelakkoord 'vitale sport- en beweegaanbieders' is om voor 2021 het vrijwilligersklimaat en beleid binnen sportverenigingen te verbeteren.

Meer informatie

G.C.W. Wendel-Vos  (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)