29% van de bevolking van 6 jaar en ouder is lid van een sportvereniging

Het aandeel van de bevolking van 6 jaar en ouder dat lid is van een sportvereniging

 

Bron: CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) Vrijetijdsomnibus (VTO) CBS, 2012-2018 ( SCP Sociaal Cultureel Planbureau (Sociaal Cultureel Planbureau )), 2020 (Mulier Instituut)Centraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek
Meetjaar: 2020
Nieuwe cijfers: 2023

Overzicht

Clublidmaatschap is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoeveel Nederlanders zijn er lid van een sportvereniging? Clublidmaatschap is afhankelijk van sportdeelname. Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Clublidmaatschap wordt ook voor verschillende groepen in de bevolking beschreven. Daarnaast wordt er een internationale vergelijking gemaakt en een korte toelichting op het huidige sport- en beweegbeleid in relatie tot de kernindicator gegeven.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek Lidmaatschap sportvereniging 2012-2020* over en ga naar de datatabel

Drie op de 10 Nederlanders lid van een sportvereniging

In 2020 gaf 29% van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder aan lid te zijn van een sportvereniging. De verschillen over de tijd van 2012 tot 2020 zijn klein. 

In de Sport Toekomstverkenning is geconcludeerd dat clublidmaatschap in de komende jaren zal afnemen. Dit heeft vooral te maken met de vergrijzing, het toenemend aantal migranten en de individualisering. Door de toename in gebruik van social media kunnen individuen zich gemakkelijker zelf organiseren en kennis uitwisselen.

Landsdeel

Sla de grafiek Lidmaatschap sportvereniging 2020 over en ga naar de datatabel

Lidmaatschap hoogst in Oost-Nederland

In 2020 was het percentage mensen van 6 jaar en ouder dat lid is van een sportvereniging het hoogst in de Oost-Nederland (36%) en het laagst in Noord-Nederland (25%).

Tussen 2012 en 2020 is een dalende trend te zien in het percentage mensen dat lid is van een sportvereniging in Noord-, West- en Zuid-Nederland. In Oost-Nederland is het percentage tussen 2018 en 2020 gestegen.

*NB: de cijfers van 2012, 2014 en 2016 zijn aangepast vanwege een nieuwe weging. Daarnaast is in 2020 door de coronacrisis het veldwerk anders verlopen dan normaal. Hierdoor zijn er minder face-to-face interviews afgenomen. Het is onbekend of deze aanpassingen de vergelijkbaarheid met eerdere metingen hebben beïnvloed.

Bron: CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) Vrijetijdsomnibus (VTO). 2012-2018, SCP Sociaal Cultureel Planbureau (Sociaal Cultureel Planbureau ) in samenwerking met het CBS. De VTO-meting van 2020 is tot stand gekomen via een samenwerking van de Boekmanstichting (namens  OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen)) en het Mulier Instituut (namens  VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)) met het CBS.

Methode: De kernindicator clublidmaatschap is nagevraagd in de VTO. Aan de respondenten is gevraagd welke sporten zij het meest beoefenden in de afgelopen 12 maanden. Per sport die zij aangaven is gevraagd of zij de sport beoefende als lid van een sportvereniging. Meer informatie over de methode is te vinden op de methode pagina van de (kern)indicatoren.

Clublidmaatschap voor verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek Lidmaatschap sportverenigingen naar geslacht 2012-2020 over en ga naar de datatabel

Mannen iets vaker lid dan vrouwen

In 2020 waren  Nederlandse mannen van 6 jaar en ouder  iets vaker lid van een sportvereniging dan vrouwen. Dit beeld komt overeen met eerdere jaren.

Tussen 2012 en 2020  is er een licht dalende trend te zien in met name het percentage mannen dat lid is van een sportvereniging, maar de verschillen over de tijd zijn klein.


 

Leeftijd

Sla de grafiek Lidmaatschap sportvereniging naar leeftijd 2012-2020 over en ga naar de datatabel

Jongeren vaker lid dan ouderen

In 2020 is het percentage Nederlandse jongeren (<20 jaar) dat lid is van een sportvereniging twee keer zo groot als het percentage volwassenen (20 jaar en ouder).  Dit beeld komt overeen met eerdere jaren. Tussen 2012 en 2020 is er een dalende trend te zien voor de leeftijdsgroep 12 t/m 19. Het percentage  dat lid is van een sportvereniging is in deze groepen met 10% afgenomen. Voor de overige leeftijdsgroepen was deze trend min of meer stabiel.

Opleidingsniveau

Sla de grafiek Lidmaatschap sportvereniging naar hoogst voltooide opleiding 2012-2020 over en ga naar de datatabel

Hogeropgeleiden vaker lid van een sportvereniging

In 2020 was het aandeel hogeropgeleide Nederlanders van 25 jaar en ouder dat lid is van een sportvereniging ruim twee keer zo groot dan het aandeel lageropgeleiden. Dit beeld komt ook overeen met eerdere jaren. Tussen 2012 en 2020 is onder hoger- en lageropgeleiden een dalende trend te zien in het percentage dat lid is van een sportvereniging. Voor middelbaar opgeleiden is deze trend stabiel.

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek Lidmaatschap sportvereniging naar chronische aandoening/beperking 2012-2020 over en ga naar de datatabel

Mensen met een aandoening of beperking zijn minder vaak lid

In 2020 was het percentage Nederlanders van 6 jaar en ouder met een chronische aandoening en/of lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) dat lid is van een sportvereniging lager dan het percentage mensen zonder aandoening of beperking.  Dit beeld komt overeen met eerdere jaren. Tussen 2012 en 2020 is het aandeel mensen met een beperking en/of aandoening dat lid is van een sportvereniging redelijk stabiel. 

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Lidmaatschap van een sportvereniging is ook uitgesplitst  naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Gemeentegrootte
  • Ervaren gezondheid
  • Lichamelijke beperking
  • Huishoudinkomen
  • Geaardheid
  • Landsdeel

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

Clublidmaatschap en andere sportverbanden

Sportverbanden

Sla de grafiek Verband waarin wordt gesport 2020 over en ga naar de datatabel

Merendeel sporten vindt plaats in ongeorganiseerd verband

In 2020 sportte de meeste sporters van 6 jaar en ouder alleen, in ongeorganiseerd verband (42%). 14% sportte in groepsverband, zelf of door familie georganiseerd. 25% van de sporters van 6 jaar en ouder geeft aan dat ze lid zijn van een sportvereniging en 13% is abonnee of lid van een commerciële sportaanbieder. Tot slot sportte 7% in een ander verband, zoals via buitenschoolse opvang (BSO) of via bedrijfssport.

Meer informatie over sportverband voor de meest beoefende sporten is hier te vinden.

Sportverband naar achtergrondkenmerken 2012-2018

Vergelijking met andere kernindicatoren

Clublidmaatschap onder vrijwilligers

Sla de grafiek Vrijwilligerswerk in de sport naar lidmaatschap sportvereniging 2020 over en ga naar de datatabel

Kwart leden sportvereniging doet vrijwilligerswerk

In 2020 deed van de Nederlanders van 12 jaar en ouder die lid zijn van een sportvereniging 22% aan vrijwilligerswerk. Dit hoeft niet bij dezelfde vereniging te zijn als waar zij een lidmaatschap hebben. Van de Nederlanders die geen lid zijn van een sportvereniging deed 5% aan vrijwilligerswerk in de sport.  

Meer informatie over de kernindicator 'Vrijwilligerswerk in de sport' is hier te vinden. 

Internationale vergelijking

Nederland heeft het hoogste aandeel leden bij sportverenigingen

In een Europees onderzoek is bij alle EU Europese unie (Europese unie) lidstaten nagevraagd of hun inwoners aan sport doen en of dit bij een sportclub gedaan wordt. Deze vraag was onderdeel van de Eurobarometer over sport en bewegen in 2017 waarin ongeveer 1000 personen per lidstaat zijn bevraagd.  Van de Europeanen is gemiddeld 12% lid van een sportvereniging. In Nederland zijn van alle lidstaten de meeste mensen lid van een sportvereniging met 27%. Gevolgd door Duitsland en Denemarken met beide 23%. Volgens de Eurobarometer is in de meeste EU landen de voornaamste reden om te sporten, gezond te zijn of om de conditie te verbeteren. Nederland is het enige land waar het hebben van plezier tijdens sport ook als één van de belangrijke factoren wordt gezien door de meerderheid van de bevraagde personen.

Beleid

Hockey op grasveld

Nieuwe uitdagingen voor sportverenigingen

Op 29 juni 2018 werd het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland ondertekend. In het akkoord wordt benoemd dat er voor verenigingen een uitdaging ligt om het aanbod en de lidmaatschap structuren beter te laten aansluiten op de veranderde behoefte van sporters. Doelen die worden genoemd zijn: groei behalen van het verenigingskader, innovatie van het aanbod en andere vormen van lidmaatschap, en een hogere kwaliteit van verenigingsondersteuning.

Het historisch overzicht nationaal sportbeleid geeft een kijk in het Nederlandse sportbeleid van 1940 tot nu.

Meer informatie

  • Zie ook de factsheet Sportdeelname en lidmaatschap 2012-2020 van het Mulier Instituut
  • Lees meer over de waarden en effecten van clublidmaatschappen
  • De Nederlandse Sportraad heeft een rapport laten opstellen over de huidige staat van de sportbranche in Nederland en de ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar (2019). Dit Brancherapport Sport is hier te downloaden.

G.C.W. Wendel-Vos ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))