31% van de bevolking van 6 jaar en ouder is lid van een sportvereniging

Het aandeel van de bevolking van 6 jaar en ouder dat lid is van een sportvereniging

 

Bron: Vrijetijdsomnibus (VTO), Sociaal en Cultureel Planbureau (SCPSociaal Cultureel Planbureau ) in samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek
Meetjaar: 2016
Nieuwe cijfers: 2019

Overzicht

Clublidmaatschap is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoeveel Nederlanders zijn er lid van een sportvereniging? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd. Clublidmaatschap wordt ook voor verschillende groepen in de bevolking beschreven. Daarnaast wordt er een internationale vergelijking gemaakt en een korte toelichting op het huidige sport- en beweegbeleid in relatie tot de kernindicator gegeven.

Heden, verleden en toekomst

nationaal

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Eén op de drie Nederlanders is lid van een sportvereniging

In 2016 gaf 31% van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder aan lid te zijn van een sportvereniging. Dit komt overeen met cijfers uit 2012 en 2014.

In de Sport Toekomstverkenning is geconcludeerd dat clublidmaatschap in de komende jaren zal afnemen. Dit heeft vooral te maken met de vergrijzing, het toenemend aantal migranten en de individualisering. Door de toename in gebruik van social media kunnen individuen zich gemakkelijker zelf organiseren en kennis uitwisselen.

Bron: Vrijetijdsomnibus (VTO) Sociaal en Cultureel Planbureau (SCPSociaal Cultureel Planbureau ) in samenwerking met het CBSCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de StatistiekCentraal Bureau voor de Statistiek, 2012 - 2016

Methode: Lid zijn van een club is nagevraagd in de VTO. Het doel van de VTO is om ontwikkelingen van sport- en cultuurparticipatie in Nederland vast te stellen. De VTO wordt elke twee jaar uitgezet onder een nationaal representatieve steekproef van Nederlanders vanaf 6 jaar en ouder. Meer informatie over de VTO is hier te vinden. Aan de respondenten is voor de drie sporten die zij het meest beoefende gevraagd of zij de sport beoefend als lid van een sportvereniging.

Clublidmaatschap voor verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mannen iets vaker lid dan vrouwen

In 2016 waren  Nederlandse mannen van 6 jaar en ouder (34%) iets vaker lid van een sportvereniging dan vrouwen (28%). Dit komt overeen met cijfers uit 2012 en 2014.

 

 

 

 

Leeftijd

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Jongeren vaker lid dan van ouderen

In 2016 is het percentage Nederlandse jongeren (< 20 jaar) dat lid is van een sportvereniging twee keer zo groot als het percentage volwassenen (20 jaar en ouder). Voor de groep 20 jaar en ouder komt dit beeld overeen met cijfers uit 2012 en 2014. In dezelfde periode is er voor 12 t/m 19 jarigen een afname in clublidmaatschap zichtbaar en voor de 6 t/m 11 jarigen een toename.

 

Opleidingsniveau

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Lageropgeleiden minder vaak lid van een sportvereniging

In 2016 was het aandeel hogeropgeleide Nederlanders van 25 jaar en ouder dat lid is van een sportvereniging twee keer zo groot dan het aandeel lageropgeleiden. Dit komt overeen met cijfers uit 2012 en 2014.

 

 

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Mensen met een aandoening of beperking zijn minder vaak lid van een sportvereniging

In 2016 was het percentage Nederlanders van 6 jaar en ouder met een chronische aandoening of lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) dat lid is van een sportvereniging lager dan het percentage mensen zonder chronische aandoening of beperking. Dit percentage is stabiel ten opzichte van 2012 en 2014.

 

Overig

Download de overige uitsplitsingen

Lidmaatschap van een sportvereniging is ook uitgesplitst  naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Gemeentegrootte
  • Ervaren gezondheid

Deze cijfers zijn te vinden in het Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

Internationale vergelijking

Nederland heeft het hoogste aandeel leden bij sportverenigingen

In een Europees onderzoek is bij alle EUEuropese unie lidstaten nagevraagd of hun inwoners aan sport doen en of dit bij een sportclub gedaan wordt. Deze vraag was onderdeel van de Eurobarometer over sport en bewegen waarin ongeveer 1000 personen per lidstaat zijn bevraagd.  Van de Europeanen is gemiddeld 12% lid van een sportvereniging. In Nederland zijn van alle lidstaten de meeste mensen lid van een sportvereniging met 27%. Gevolgd door Duitsland en Denemarken met beide 23%. Volgens de Eurobarometer is in de meeste EU landen de voornaamste reden om te sporten, gezond te zijn of om de conditie te verbeteren. Nederland is het enige land waar het hebben van plezier tijdens sport ook als één van de belangrijke factoren wordt gezien door de meerderheid van de bevraagde personen.

Beleid

Hockey op grasveld

Nieuwe uitdagingen voor sportverenigingen

Op 29 juni 2018 werd het Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland ondertekend. Dit akkoord heeft een looptijd tot en met 31 december 2021. In het akkoord wordt benoemd dat er voor verenigingen een uitdaging ligt om het aanbod en de lidmaatschap structuren beter te laten aansluiten op de veranderde behoefte van sporters. Doelen die worden genoemd zijn: groei behalen van het verenigingskader, innovatie van het aanbod en andere vormen van lidmaatschap, en een hogere kwaliteit van verenigingsondersteuning.

Meer informatie

A. Tiessen-Raaphorst (SCPSociaal Cultureel Planbureau )