De werkgelegenheid in de (De definitie van sporteconomie omvat het sporten zelf, de goederen en diensten die nodig zijn om te kunnen sporten (bijvoorbeeld sportkleding) én datgene dat voortvloeit uit het bestaan van het fenomeen sport (bijvoorbeeld sportuitzendingen op televisie).) uitgedrukt in voltijdbanen is
130.000 fte
Definitie: De werkgelegenheid in de (De definitie van sporteconomie omvat het sporten zelf, de goederen en diensten die nodig zijn om te kunnen sporten (bijvoorbeeld sportkleding) én datgene dat voortvloeit uit het bestaan van het fenomeen sport (bijvoorbeeld sportuitzendingen op televisie).) uitgedrukt in fte (voltijdbanen) en de bijdrage aan de totale werkgelegenheid in Nederland.
Bron: Satellietrekening sport, door het CBS
Meetjaar: 2025
Nieuwe cijfers verwacht: 2027
Heden, verleden en toekomst
Heden
1,6% van de totale werkgelegenheid is gerelateerd aan sport
In 2025 werkten 180.000 mensen (1,7% van het totaal aantal werkzame personen) in omgerekend 130.000 voltijdbanen in de sporteconomie. Dit kwam neer op 1,6% van het totaal aantal voltijdbanen in Nederland in dat jaar.
Zie voor meer informatie het rapport over de Nederlandse sporteconomie 2006-2022 en de tabel over de Nederlandse sporteconomie 2022-2025.
Trend
Sla de grafiek 'Werkgelegenheid in de sporteconomie, 2006-2025*' over en ga naar de datatabelAandeel (De definitie van sporteconomie omvat het sporten zelf, de goederen en diensten die nodig zijn om te kunnen sporten (bijvoorbeeld sportkleding) én datgene dat voortvloeit uit het bestaan van het fenomeen sport (bijvoorbeeld sportuitzendingen op televisie).) in werkgelegenheid is stabiel
Het aandeel van de sporteconomie in de werkgelegenheid is tussen 2006 en 2025 min of meer stabiel gebleven. Uitgedrukt in absolute aantallen is het aantal fte’s wel toegenomen tussen 2006 (110.000 fte) en 2025 (130.000 fte).
Voor andere Kernindicatoren zijn verkenningen tot 2040 gedaan. Zie hiervoor de Verkenning sport en bewegen 2025-2040.
* Met ingang van meetjaar 2022 heeft het (Centraal Bureau voor de Statistiek) jaarlijks cijfers beschikbaar over de sporteconomie. Vanaf het meetjaar 2023 zijn de cijfers berekend met een nieuwe methode, zie de methodepagina.
Bron: CBS, Satellietrekening sport 2006-2022 en Sporteconomie flashraming 2022-2025
Methode: Naast de bedrijfstak sport (waaronder aanbieders van sport- en fitnessdiensten) zijn ook andere bedrijfstakken actief in het produceren van sportactiviteiten en allerlei aanvullende goederen en diensten die voor sport en sportbeoefening nodig zijn of hieruit voortvloeien. Deze definitie van de (De definitie van sporteconomie omvat het sporten zelf, de goederen en diensten die nodig zijn om te kunnen sporten (bijvoorbeeld sportkleding) én datgene dat voortvloeit uit het bestaan van het fenomeen sport (bijvoorbeeld sportuitzendingen op televisie).) omvat bijvoorbeeld ook de lessen lichamelijke opvoeding binnen het onderwijs en productie en consumptie van sportkleding en -artikelen. Bovenstaande, aangevuld met datgene wat voortvloeit uit het 'bestaan' van sport in een samenleving zoals sportbijlagen in kranten, sportuitzendingen op tv, gezondheidszorg gerelateerd aan sportblessures en horeca-uitgaven van sporters en bezoekers van sportevenementen, vormt de meest brede definitie van de sporteconomie.
Alleen de aan sport gerelateerde productie die bestemd is voor finale besteding wordt meegerekend in de Satellietrekening sport. Goederen en diensten die dienen als input in het productieproces voor andere sportproducten (het zogenaamde intermediair verbruik) tellen niet mee; bijvoorbeeld materialen die onderdeel zijn van de uiteindelijke sportschoen of -fiets.
Zie voor een uitgebreide bron- en methodebeschrijving de methodepagina.
Werkgelegenheid in de sporteconomie naar dienstverband
grafiek werknemers en zelfstandigen
Sla de grafiek 'Werkgelegenheid in de sporteconomie in voltijdbanen, 2006-2025*' over en ga naar de datatabelAandeel zelfstandigen is stabiel
Van de totale werkgelegenheid in de (De definitie van sporteconomie omvat het sporten zelf, de goederen en diensten die nodig zijn om te kunnen sporten (bijvoorbeeld sportkleding) én datgene dat voortvloeit uit het bestaan van het fenomeen sport (bijvoorbeeld sportuitzendingen op televisie).) werkten in 2025, uitgedrukt in voltijdbanen, zelfstandigen (waaronder zzp'ers) 20.000 fte's en werknemers in loondienst 110.000 fte's. Het aandeel van zelfstandigen is dus relatief klein en is de laatste jaren stabiel gebleven. De arbeidsinzet van vrijwilligers wordt niet tot de werkgelegenheid gerekend.
* Met ingang van meetjaar 2022 heeft het (Centraal Bureau voor de Statistiek) jaarlijks cijfers beschikbaar over de sporteconomie. Vanaf het meetjaar 2023 zijn de cijfers berekend met een nieuwe methode, zie de methodepagina.
A.A. Boerdam (CBS)