Op deze pagina wordt het sport- en beweeggedrag van Nederlandse kinderen en jongeren van 4 tot en met 17 jaar uiteengezet. Hierbij wordt specifiek ingezoomd op jongens en meisjes uit gezinnen met een laag huishoudinkomen. Deze cijfers zijn ter ondersteuning aan de infographics kinderen en jongeren van het Kenniscentrum Sport & Bewegen.
Voor de cijfers op deze pagina zijn de data samengenomen uit de meetjaren 2021 en 2023 van de Aanvullende Module Bewegen en Ongevallen van de Leefstijlmonitor (LSM-A Bewegen en Ongevallen), RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), VeiligheidNL en CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). Verschillen worden benoemd wanneer deze significant zijn, namelijk wanneer de 95%-betrouwbaarheidsintervallen niet overlappen.
>Beweegrichtlijnen
>Wekelijks sporten
>Zitgedrag
>Download overige cijfers en betrouwbaarheidsintervallen
4 t/m 11 jaar
Toelichting cijfers
Toelichting cijfers
Van de kinderen van 4 tot en met 11 jaar oud voldoet 56,6% aan de Beweegrichtlijnen. Er zijn geen significante verschillen tussen jongens (59,1%) en meisjes (53,9%) of tussen inkomensgroepen.
Zie Achtergrond voor meer informatie over de Beweegrichtlijnen.
Toelichting cijfers
Toelichting cijfers
Kinderen spelen gemiddeld 12,5 uur per week buiten. Hierbij zijn er geen verschillen tussen inkomensgroepen. Kinderen uit de hoogste inkomensgroep fietsen wel vaker in hun vrije tijd dan kinderen uit de laagste inkomensgroep (76,6% versus 66,5%).
Kinderen uit verschillende inkomensgroepen wandelen daarnaast ongeveer even vaak wekelijks, maar kinderen uit de laagste inkomensgroep besteden hier gemiddeld wel meer tijd aan dan kinderen uit de hoogste inkomensgroep (2,4 uur per week tegenover 1,3 uur per week). Meisjes lopen in hun vrije tijd vaker dan jongens (68,9% versus 62,7%).
Zie Exceldocument voor meer inkomensgroepen en de tijd besteed aan activiteiten.
12 t/m 17 jaar
Toelichting cijfers
Toelichting cijfers
Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar voldoet 37,3% aan de Beweegrichtlijnen. Meisjes voldoen minder vaak aan deze richtlijn (32,9%) dan jongens (41,6%). Jongeren uit gezinnen met een laag huishoudinkomen lijken minder vaak aan de Beweegrichtlijn te voldoen dan jongeren uit gezinnen met een hoog huishoudinkomen (31% versus 41%), maar dit verschil is niet significant.
Zie Achtergrond voor meer informatie over de Beweegrichtlijnen.
Toelichting cijfers
Toelichting cijfers
Jongeren uit gezinnen met een laag huishoudinkomen gaan minder vaak lopend of fietsend naar school (85,8%) dan jongeren uit gezinnen met een hoog huishoudinkomen (93,6%). Wel besteden zij in hun vrije tijd gemiddeld twee keer zoveel tijd aan wandelen dan jongeren uit de hoogste inkomensgroep (2,7 vs. 1,4 uur). Meisjes van 12 t/m 17 jaar lopen vaker in hun dan jongens (63,7% vs. 48,9%).
Daarnaast bewegen jongeren uit gezinnen met een laag huishoudinkomen meer dan twee keer zo veel in en rond het huis (huishouden, tuinieren, klussen). Dit was 4,1 uur gemiddeld per week voor jongeren in de laagste inkomensgroep ten opzichte van 1,8 uur door jongeren in de hoogste inkomensgroep.
Zie Excel voor meer inkomensgroepen en de tijd besteed aan activiteiten.
4 t/m 11 jaar
Toelichting cijfers
Toelichting cijfers
Van de kinderen van 4 tot en 11 jaar oud sport 63,0% wekelijks. Jongens en meisjes sporten ongeveer even vaak wekelijks (jongens: 63,4%; meisjes: 62,5%). Inkomenskwintiel 1, 3 en 5 verschillen significant van elkaar in wekelijkse sportdeelname. Kinderen die tenminste één ouder hebben die hoger opgeleid is, sporten vaker wekelijks (69,6% (BI 95%: 66,9%-72,3%)) dan kinderen waarvan minimaal één ouder middelbaar, maar niet hoogopgeleid is (55,4%). Bij kinderen in gezinnen waarvan beide ouders lager opgeleid zijn is de sportdeelname het laagste met 50,3% (BI 95%: 39,3%-61,3%).
Belemmeringen en plezier om te sporten
Toelichting cijfers
Toelichting cijfers
Een klein deel van de kinderen ervaart belemmeringen om te sporten (6,9%). Er lijkt een verschil te zijn tussen het laagste en hoogste inkomenskwintiel (4,0% vs. 9,7%), maar dit verschil is niet significant. Kinderen geven het plezier in sport een 8,4 (op een schaal van 10). Er zijn geen verschillen op basis van inkomen.
12 t/m 17 jaar
Wekelijks sporten
Toelichting cijfers
Toelichting cijfers
Binnen de groep 12- tot 17-jarigen sport 73,5% wekelijks. Jongens sporten vaker wekelijks (76,8%) dan meisjes (70,0%). Dit is met name te zien in de groep jongeren uit gezinnen met een laag huishoudinkomen (inkomenskwintiel 1 en 2). Meisjes van 12 t/m 17 jaar in inkomenskwintiel 1 sporten minder vaak dan jongens in deze gezinnen. Dit verschil tussen jongens en meisjes is niet significant bij de andere inkomenskwintielen.
Meisjes van 4 t/m 17 jaar in het laagste inkomenskwintiel met een migratie-achtergrond lijken minder deel te nemen aan sport (44,5%), dan meisjes zonder migratie-achtergrond (55,5%), maar dit verschil is niet significant.
Meest beoefende sporten, belemmeringen en plezier om te sporten
Toelichting cijfers
Toelichting cijfers
De meest beoefende sport door jongeren is voetbal (30,7%) gevolgd door fitness (25,9%). Jongeren in het hoogste huishoudkwintiel kiezen vaker voor hockey en tennis dan jongeren in het laagste kwintiel (respectievelijk, 19,2% en 9,7% vs. 3,8% en 2,6%).
Van de jongeren ervaart 14,3% belemmeringen om te sporten. Er is geen significant verschil tussen de inkomenskwintielen.
Jongeren geven het plezier in sport een 8,1 (op een schaal van 10). Jongens waarderen het plezier in sport hoger (8,3) dan meisjes (7,9). Jongeren in het laagste inkomenskwintiel waarderen het plezier in sport met een 7,6. Dit is significant lager dan het cijfer dat jongeren in het hoogste inkomenskwintiel geven, een 8,6. In het laagste inkomenskwintiel is het verschil tussen jongens en meisjes groter (8,2 vs. 7,0).
Toelichting cijfers
Toelichting cijfers
Kinderen van 4 tot en met 11 jaar zitten gemiddeld 7,3 uur per dag. Voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar is dit 10,1 uur per dag. Jongeren in de twee hoogste inkomenskwintielen zitten meer uren gedurende een gemiddelde dag dan jongeren in het laagste inkomenskwintiel (9,3 vs. 8,2 uur).