Op deze pagina wordt het toekomstig verloop beschreven van de kernindicator Zitgedrag. Dit zijn de uitkomsten van een simulatie waarbij is gekeken naar de toekomstige effecten van maatschappelijke ontwikkelingen op deze kernindicator. Deze pagina beschrijft wat er in de grafiek te zien is en wat de belangrijkste factoren (maatschappelijke ontwikkelingen of andere parameters die van belang zijn) zijn die er het meest voor zorgen dat de kernindicator zich in een goede (kansen) of juist minder goede (dreigingen) richting ontwikkelt.
Zie voor meer informatie over de gebruikte methoden het methoderapport.
Over de kernindicator
De kernindicator zitgedrag geeft het gemiddeld aantal uren zittende en (half)liggende activiteiten weer, waarbij weinig energie wordt verbruikt (≤1,5 MET) met uitzondering van slapen. Voorbeelden zijn tv-kijken, lezen, naaien, op de computer werken, zittend gamen of zitten tijdens transport. Dit wordt tweejaarlijks nagevraagd in de Aanvullende module Bewegen en Ongevallen van de Leefstijlmonitor (RIVM, VeiligheidNL en (Centraal Bureau voor de Statistiek)). De definitie van de kernindicator is: Aantal uren dat Nederlanders van 4 jaar en ouder zitten op een gemiddelde dag in de week.
Zie voor meer informatie over Zitgedrag de Kernindicatorpagina.
Bron: Leefstijlmonitor Aanvullende Module Bewegen en Ongevallen (CBS, RIVM en VeiligheidNL), 2001 - 2023 en berekeningen RIVM, 2024 - 2040.
Uitleg bij de grafiek
De zwarte lijn geeft de historische trend in zitgedrag weer. In 2023 brachten Nederlanders van 4 jaar en ouder dagelijks gemiddeld 9 uur en 8 minuten zittend door. In het weekend zitten Nederlanders gemiddeld ruim een uur minder per dag dan doordeweeks. Over de jaren is een licht stijgende trend te zien in het aantal uren zitten. Er zijn verschillen in het aantal uren zitten te zien tussen groepen in de samenleving.
Het gekleurde gebied na 2024 geeft de toekomstscenario’s weer. Deze grafiek toont het resultaat van de analyse van 10.000 scenario’s. Met drie kleuren zijn clusters van scenario’s weergegeven. Het paarse gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s weer met de hoogste waarden. Het blauwe gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s met de laagste waarden. 80% van de scenario’s leidt tot een waarde van de kernindicator in het grijze gebied.
Belangrijkste factoren die bijdragen aan hoogste en laagste scenario's
Kansen (laagste 10%)
De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de laagste aantallen uren zitten:
- Vergrijzing laag - Relatief jonge bevolkingsopbouw: Meer kinderen en jongvolwassenen in de bevolking, die gemiddeld minder lang achtereen zitten dan ouderen, drukken het gemiddelde aantal zituren per dag.
- Digitalisering laag - Minder socialemediagebruik bij jongeren: Veranderingen die ertoe leiden dat jongeren minder tijd achter schermen doorbrengen, verkleinen de totale zittijd.
- Klimaatverandering laag - Beperkte toename tropische dagen: Als de klimaatverandering gematigd blijft en het aantal dagen waarop buiten bewegen onaangenaam is beperkt blijft, kan buitensport en -bewegen makkelijker op peil blijven.
- Meer fietsen: Wanneer meer mensen de fiets gebruiken voor vervoer en vrijetijd, wordt een deel van de zittijd vervangen door actieve verplaatsing.
Dreigingen (hoogste 10%)
De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de hoogste aantallen uren zitten:
- Digitalisering hoog - Veel scherm- en socialemediagebruik: Onveranderd of toenemend socialemediagebruik stimuleert langdurig zitten bij groepen die anders relatief veel bewegen.
- Klimaatverandering hoog - Meer tropische dagen / klimaatverandering: Een warmer klimaat met meer extreem warme dagen remt buitensport en buiten bewegen. Bij hoge temperaturen wordt vaker binnen gebleven en gezeten.
- Minder fietsen: Als er weinig nieuwe fietsen bijkomen en minder wordt gefietst, neemt actieve verplaatsing af en wordt meer tijd zittend doorgebracht.