Deze pagina beschrijft de resultaten van de horizonscan voor het thema sport- en beweegomgeving. Dit zijn uitkomsten van workshops met experts en stakeholders en burgers, aangevuld met literatuur.
De drie hoogst geprioriteerde maatschappelijke ontwikkelingen voor het thema sport- en beweegomgeving zijn:
- Verstedelijking
- Vergrijzing
- Toename diversiteit
Onderstaande paragrafen beschrijven per maatschappelijke ontwikkeling de in kaart gebrachte impact op sport- en beweegomgeving.
Zie voor meer informatie over de gebruikte methoden het methoderapport.
Invloed van verstedelijking
Verstedelijking heeft op verschillende manieren impact op sport- en beweegomgeving:
Verstedelijking leidt in stedelijk gebied tot een groeiende ruimtedruk en een daarmee samenhangende stijging van de grondprijs per vierkante meter (PBL, 2021). Sportvoorzieningen concurreren met andere maatschappelijke functies en vormen van ruimtegebruik, zoals vastgoed en woningbouw, waardoor ook zij geconfronteerd worden met beperkte beschikbare ruimte en stijgende kosten voor bouw en renovatie van voorzieningen. Hoe dit effect zich in landelijk gebied zal manifesteren is vooralsnog minder duidelijk (Hoekman et al, 2024).
Meer verdichting kan ertoe leiden dat de gemiddelde afstand van bewoners tot een sport- of speelplek afneemt, maar geldt alleen als die verdichting niet ten koste gaat van dergelijke voorzieningen (PBL, 2021). Tegelijkertijd zegt deze afstandsmaat niets over de feitelijke gebruikswaarde en de toegankelijkheid van sport- en beweegplekken. Verdere verstedelijking kan er juist ook toe leiden dat sportvoorzieningen naar de randen van de stad of het stedelijk gebied worden verdrongen, waardoor de gemiddelde afstand tot deze voorzieningen juist toeneemt. Dit kan resulteren in een veranderde ruimtelijke verdeling van het sportaanbod: grootschalige, ruimte-intensieve sportvoorzieningen aan de stadsrand en meer individuele (binnen)sporten geconcentreerd binnen de stad. Het is niet eenduidig welke van deze ontwikkelingen de overhand heeft en dus of per saldo sport- en speelvoorzieningen dichter bij of verder van bewoners komen te liggen.
Verstedelijking lijkt samen te gaan met een toename en grotere variatie in het aanbod van sport- en beweegfaciliteiten en -activiteiten van private aanbieders, zoals fitnesscentra, commerciële indoorvoorzieningen en trainingen in de openbare ruimte (Schadenberg, 2025). In stedelijke gebieden is het commerciële sportaanbod doorgaans groter en dichter bij de bewoners gesitueerd dan in minder verstedelijkte gebieden. Het gaat dan om intensief gebruikte sport- en beweegvoorzieningen, zoals bij fitness, padel, boulderen, bootcamp of yoga. Hierdoor neemt de hoeveelheid én diversiteit aan sportvoorzieningen en beweegactiviteiten per bewoner toe.
Verstedelijking gaat vaak gepaard met een afname en versnippering van recreatief groen en blauw – zoals parken, natuur- en watergebieden – doordat de beschikbare ruimte hiervoor onder druk komt te staan. Dit kan ertoe leiden dat het openbare beweegaanbod in deze groene en blauwe ruimtes (wandelen, hardlopen, fietsen, spelen, watersport) in kwantiteit en kwaliteit afneemt of minder toegankelijk wordt.
Invloed van vergrijzing
Vergrijzing heeft op verschillende manieren impact op sport- en beweegomgeving:
Vergrijzing leidt tot meer behoefte aan veilige, toegankelijke fiets- en wandelpaden, onder andere omdat ouderen door zorg- en beleidsorganisaties worden gestimuleerd om te blijven bewegen voor hun gezondheid, zelfstandigheid en sociale contacten. Zeker als ouderen in de toekomst fitter en gezonder zijn zal de vraag naar een beweegvriendelijke infrastructuur toenemen (VTV, 2024). Dit kan leiden tot de aanleg van meer wandel- en fietspaden, maar ook tot intensiever gebruik ervan.
Door vergrijzing neemt het aandeel mensen toe dat minder ver wil of kan reizen, waardoor zij meer aangewezen zijn op voorzieningen dicht bij huis. Daarnaast willen ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen en functioneren in hun eigen wijk, wat de behoefte vergroot aan een fijnmazig netwerk van nabije voorzieningen die te voet of per (elektrische) fiets bereikbaar zijn. Het gaat daarbij zowel om sport- en beweegvoorzieningen als om voorzieningen die belangrijk zijn m.b.t. de beweegvriendelijkheid van een buurt, zoals winkels, medische zorg, maatschappelijke voorzieningen (ontmoetingsplekken, bibliotheken etc.) en openbaar vervoer.
De behoefte aan aangepaste accommodaties (bijvoorbeeld kleinere voetbalvelden) en andere activiteiten, zoals “walking voetbal”, wandelgroepen, stoelyoga of beweegtuinen, kan toenemen.
Invloed van toename aan sociaal-culturele diversiteit in bevolking
Een toename aan sociaal-culturele diversiteit heeft op verschillende manieren impact op sport- en beweegomgeving:
Door verschillen in onder andere leeftijd, sociaaleconomische positie en culturele achtergrond maken mensen op uiteenlopende manieren gebruik van de leefomgeving om te sporten en bewegen, van wandelen en fietsen tot georganiseerde sport of informele activiteiten in de openbare ruimte (Elling & van den Dool, 2023). Door deze sociaal-culturele diversiteit – met verschillende voorkeuren voor vormen van bewegen, tijdstippen, locaties en mate van samen of alleen sporten – wordt het vormgeven van een sport- en beweegvriendelijke leefomgeving steeds meer kwestie van maatwerk.
Meer maatwerk kan betekenen dat plekken nadrukkelijk worden ontworpen voor bepaalde doelgroepen (bijvoorbeeld jongeren, specifieke culturele groepen, mensen met een beperking). Dat leidt ertoe dat anderen die voorzieningen als “niet voor mij bedoeld” kunnen ervaren – door de vormgeving, programmering, sfeer, gebruikte taal of sociale codes – en ze daardoor minder toegankelijk of uitnodigend vinden. Het is daarom belangrijk om rekening te houden met de inclusiviteit van voorzieningen: bij het ontwerp, beheer en aanbod moet dam bewust worden gekeken hoe verschillende groepen zich welkom kunnen voelen en de plek veilig en prettig kunnen gebruiken.
Een meer diverse bevolking vraagt om betere onderlinge afstemming tussen betrokken partijen en beleidsterreinen. Goede samenwerking tussen deze beleidsterreinen vergroot de kansen om de sport- en beweegomgeving zowel aan te laten sluiten bij de behoeften van specifieke doelgroepen als ook de brede toegankelijkheid te borgen.