Deze pagina beschrijft de resultaten van de verkenning naar de invloed van maatschappelijke ontwikkelingen op sport en bewegen voor het thema sport- en beweegaanbieders. Ook worden aandachtspunten voor beleid gegeven. Dit is de integratie van de resultaten van het Toekomstig verloop van de kernindicatoren en de Horizonscan per thema. De uitkomsten van de analyse van het toekomstige verloop staan centraal. Daarnaast worden deze uitkomsten ondersteund en aangevuld met bevindingen uit de horizonscan en literatuur.
Het thema sport- en beweegaanbieders wordt hier omschreven als het aantal en type organisaties dat sport- en beweegactiviteiten aanbieden, hun kenmerken, en in welke vorm aanbod wordt afgenomen. Binnen dit thema worden twee kernindicatoren onafhankelijk van beleidsprogramma’s gevolgd over tijd:
- Clublidmaatschap: Het aandeel van de bevolking van 4 jaar en ouder dat lid is van een sportvereniging.
- Tevredenheid sport- en beweegaanbod: Het aandeel van de bevolking van 12 jaar en ouder, dat tevreden is met het sport en beweegaanbod in hun omgeving.
Zie voor meer informatie over de gebruikte methoden het methoderapport.
Invloed van maatschappelijke ontwikkelingen
De drie maatschappelijke ontwikkelingen die door experts en stakeholders werden benoemd als meest van invloed op sport- en beweegaanbieders waren een toename van de vergrijzing, toenemende druk op de zorg en toenemende individualisering.
De uitkomsten van de simulatie van het toekomstig verloop van de kernindicatoren laten zien dat vergrijzing inderdaad een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling is voor het thema sport- en beweegaanbieders. Een hoog clublidmaatschap hangt samen met een relatief jonge bevolkingsopbouw en lage waarden van clublidmaatschap hangen samen met vergrijzing. Voor tevredenheid met het sport- en beweegaanbod geldt dat hoge waarden vooral optreden in scenario’s met een relatief jonge bevolkingsopbouw en dat lage tevredenheid met het sport- en beweegaanbod samenhangt met vergrijzing.
De horizonscan geeft hierop verdieping. In de expertsessies is benadrukt dat vergrijzing niet alleen druk zet op bestaande verenigingsstructuren, maar ook leidt tot meer vraag naar laagdrempelig, aangepast en sociaal georiënteerd aanbod.
In de burgersessies kwam daarnaast naar voren dat vooral ouderen behoefte kunnen hebben aan activiteiten waarin bewegen, ontmoeting en plezier worden gecombineerd, zoals wandelgroepen, fietstochten, yoga of spelvormen. Daarmee krijgen sport- en beweegaanbieders niet alleen betekenis als organisator van activiteiten, maar ook als voorziening voor sociale ontmoeting, gezondheid en lokale samenhang.
In de expertsessies van de horizonscan werd ook nog genoemd dat vergrijzing naar verwachting ook tot gevolg zal hebben dat het aantal ouderen dat vrijwilligerswerk kan doen stijgt.
Daarnaast blijkt uit de simulatie dat hoge tevredenheid met het sport- en beweegaanbod samenhangt met continuïteit of groei in gemeentelijke sportuitgaven. Deze ontwikkeling werd in de horizonscan niet als belangrijkste invloed genoemd. Dat gemeentelijke uitgaven aan sport belangrijk zijn blijkt wel uit onderzoek van het Mulier Instituut naar de tevredenheid over sportaccommodaties. Hieruit blijkt dat Nederlanders het belangrijk vinden dat de overheid zorgt voor betaalbare (74%), kwalitatief goede (71%), bereikbare (72%) en toegankelijke (73%) sportaccommodaties (Mulier Instituut, 2025). Een andere maatschappelijke ontwikkeling die vanuit het model van belang bleek was migratie. Een beperkte instroom van jongeren hangt samen met lage waarden voor clublidmaatschap.
Een toenemende druk op de zorg en toenemende individualisering werden wel geprioriteerd in de horizonscan, maar kwamen uit het model niet naar voren als belangrijkste ontwikkelingen voor het thema sport- en beweegaanbieders. In de expertsessies van de horizonscan is gewezen op de kwetsbaarheid van het vrijwillig kader, onder meer door een toenemende druk op de zorg waardoor meer mantelzorg nodig is, langer doorwerken en individualisering. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat individualisering ervoor zorgt dat belangen en eisen van sportbonden en verenigingen minder belangrijk worden en dat mensen minder bijdrage willen leveren als vrijwilliger (Mulier Instituut, 2024).
Ook werd door experts en stakeholders een verschuiving voorzien naar flexibelere organisatie- en aanbiedingsvormen. Daarbij werd de kanttekening gemaakt dat niet iedereen evenredig voordeel zal hebben van het bredere sport- en beweegaanbod. De financieel minder draagkrachtige mensen zijn voor een belangrijk deel ook afhankelijk van openbare voorzieningen, zoals de directe leefomgeving.
Een ander aspect dat werd benoemd in de expertsessies van de horizonscan is dat een groeiende druk op de zorg aanleiding is om meer aandacht te besteden aan preventie en gezond gedrag, waaronder ook sport en bewegen. Dit leidt tot een groeiende vraag naar passend en op gezondheidspreventie gericht sport- en beweegaanbod dat in toenemende mate ook wordt aangeboden (en gefinancierd) vanuit andere (beleids)domeinen, zoals zorg en welzijn.
Andere invloeden
Naast maatschappelijke invloeden op sport- en beweegaanbieders gaven de uitkomsten van de simulatie van het toekomstig verloop van de kernindicatoren ook inzicht in andere factoren die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van de kernindicatoren binnen het thema sport- en beweeggedrag.
Clublidmaatschap
De uitkomsten van het model laten zien dat een hoog clublidmaatschap samenhangt met een grotere doorstroom van sportdeelname naar verenigingssport en een hoge vitaliteit van sportaanbieders. Daarbij is vooral de beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers en een deskundig kader van belang. Lage waarden van clublidmaatschap hangen samen met minder doorstroom naar verenigingssport en een afnemende vitaliteit van verenigingen. Het belang van vrijwilligers voor de vitaliteit van sportverenigingen is ook terug te vinden in de literatuur. Zo zijn vrijwilligers essentieel voor het realiseren en borgen van een positieve sportcultuur (Mulier Instituut, 2024). Ook leidt een tekort aan vrijwilligers ertoe dat de maatschappelijke intentie van verenigingen afneemt, omdat ze meer gericht zijn op hun corebusiness (Mulier Instituut, 2023).
Tevredenheid sport- en beweegaanbod
Voor tevredenheid met het sport- en beweegaanbod geldt dat hoge waarden vooral optreden in scenario’s met positief gewaardeerde investeringen en een goede bereikbaarheid van voorzieningen. Lage tevredenheid met het sport- en beweegaanbod hangt samen met beperkte of negatief gewaardeerde investeringen, en een afnemende beschikbaarheid van vrijwilligers.
Aandachtspunten voor beleid
Op basis van deze verkenning zijn een aantal aandachtspunten geïdentificeerd of bevestigd voor (toekomstig) sport- en beweegbeleid:
- Continuïteit of groei in de gemeentelijke uitgaven aan sport hangen samen met een hogere tevredenheid met het sport- en beweegaanbod.
- Vergrijzing hangt samen met minder leden van sportclubs en een lagere tevredenheid met het sport- en beweegaanbod.
- Een hoger aandeel vitale sportaanbieders heeft een gunstige werking op clublidmaatschap.
- Migratie, specifiek de instroom van jongeren in de maatschappij heeft een gunstige werking op clublidmaatschap.