Op deze pagina wordt het toekomstig verloop beschreven van de kernindicator Tevredenheid met sport- en beweegaanbod. Dit zijn de uitkomsten van een simulatie waarbij is gekeken naar de toekomstige effecten van maatschappelijke ontwikkelingen op deze kernindicator. Deze pagina beschrijft wat er in de grafiek te zien is en wat de belangrijkste factoren (maatschappelijke ontwikkelingen of andere parameters die van belang zijn) zijn die er het meest voor zorgen dat de kernindicator zich in een goede (kansen) of juist minder goede (dreigingen) richting ontwikkelt.
Zie voor meer informatie over de gebruikte methoden het methoderapport.
Over de kernindicator
Het aandeel van de bevolking van 12 jaar en ouder, dat tevreden is met het sport- en beweegaanbod in hun omgeving wordt tweejaarlijks nagevraagd in de Vrijetijdsomnibus (CBS en Mulier Instituut). Tevredenheid over het sport- en beweegaanbod bestaat uit drie onderliggende indicatoren:
- In mijn omgeving zijn voldoende sportaccommodaties aanwezig
- Ik heb voldoende keuze uit verschillende sporten in mijn buurt
- In mijn buurt zijn voldoende wandel- en fietspaden of andere openbare plekken om te bewegen.
Zie voor meer informatie over Tevredenheid sport- en beweegaanbod de Kernindicatorpagina.
Bron: Vrijetijdsomnibus (CBS, bewerking: Mulier Instituut), 2012 - 2024 en berekeningen RIVM, 2024 - 2040.
Uitleg bij de grafiek
De zwarte lijn geeft de historische trend in tevredenheid sport- en beweegaanbod weer. In 2024 was 84% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder (zeer) tevreden met de mogelijkheden om te sporten en te bewegen in hun woonomgeving. De trend over tijd is stabiel (2018-2024). Het percentage Nederlanders dat vond dat er voldoende sportaccommodaties aanwezig zijn en dat er voldoende keuze is in sporten lag in 2024 lager dan in de periode 2012 t/m 2018. Tussen groepen in de samenleving zijn weinig verschillen te zien in tevredenheid met het sport- en beweegaanbod.
Het gekleurde gebied na 2024 geeft de toekomstscenario’s weer. Deze grafiek toont het resultaat van de analyse van 10.000 scenario’s. Met drie kleuren zijn clusters van scenario’s weergegeven. Het paarse gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s weer met de hoogste waarden. Het blauwe gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s met de laagste waarden. 80% van de scenario’s leidt tot een waarde van de kernindicator in het grijze gebied.
Belangrijkste factoren die bijdragen aan hoogste en laagste scenario’s
Kansen (hoogste 10%)
De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de hoogste tevredenheid sport- en beweegaanbod:
- Decentralisatie hoog - Investeringen die positief worden gewaardeerd: Wanneer veranderingen in het aanbod en de investeringen door bewoners als positief worden ervaren, neemt het aandeel tevreden inwoners toe.
- Decentralisatie hoog - Continuïteit en groei in gemeentelijke sportuitgaven: Gemeenten die blijven investeren in lokale sportfaciliteiten en (buurt)aanbod, creëren meer en beter passende voorzieningen, wat bijdraagt aan tevredenheid.
- Vergrijzing laag - Jongere bevolking en meer vrijwilligers: Meer sportende jeugd levert meer vrijwilligers en betrokkenheid bij clubs op, wat de vitaliteit van sportvoorzieningen vergroot en de tevredenheid verhoogt.
- Verstedelijking hoog - Meer verstedelijking en betere bereikbaarheid: Bij bevolkingsgroei en verstedelijking komen sportvoorzieningen vaak dichterbij te liggen voor veel inwoners, wat de ervaren bereikbaarheid en tevredenheid verhoogt.
Dreigingen (laagste 10%)
De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de laagste tevredenheid sport- en beweegaanbod:
- Decentralisatie laag - Investeringen die niet of negatief worden gewaardeerd: Als inwoners veranderingen in het sport- en beweegaanbod niet passend of zelfs negatief vinden, daalt het aandeel mensen dat tevreden is.
- Decentralisatie laag - Beperkte gemeentelijke sportuitgaven: Weinig of geen extra investeringen leidt tot verouderde of onvoldoende voorzieningen, wat de tevredenheid drukt.
- Vergrijzing hoog - Verouderende bevolking en minder vrijwilligers: Minder jeugd en minder vrijwilligers bij clubs betekent lagere vitaliteit van voorzieningen en afnemende tevredenheid.