Deze pagina beschrijft de resultaten van de horizonscan voor het thema sport- en beweeggedrag. Dit zijn uitkomsten van workshops met experts en stakeholders en burgers, aangevuld met literatuur.

De drie hoogst geprioriteerde maatschappelijke ontwikkelingen voor het thema sport- en beweeggedrag zijn: 

  1. Individualisering
  2. Verdeling welvaart
  3. Vergrijzing

Onderstaande paragrafen beschrijven per maatschappelijke ontwikkeling de in kaart gebrachte impact op sport- en beweeggedrag.

Invloed van individualisering

Individualisering heeft op verschillende manieren impact op sport- en beweeggedrag:

Individualisering komt tot uiting in het vaker kiezen voor zelfstandige activiteiten, waardoor mensen minder sociale contacten opdoen. Dit kan leiden tot gevoelens van eenzaamheid, wat op zijn beurt negatieve gevolgen kan hebben voor de gezondheid. Bij zelfstandig sporten en bewegen kan het ontbreken van sociale verplichting en gezamenlijke sportmomenten aanleiding zijn om minder te sport en bewegen, omdat de motivatie en routine wegvallen (Lindsay-Smith et al, 2017). Anderzijds kan de vrijheid van eigen keuzes en een flexibele planning voor sommige mensen betekenen dat zij juist vaker en gemakkelijker sporten, vooral bij individuele sportvormen (Teixeira et al, 2012). 

Individualisering zorgt ervoor dat mensen zich vaker in hun eigen bubbel bevinden en minder in contact komen met de waarden en normen van anderen (Putnam, 2000). Hierdoor ontstaat minder overeenstemming over wat ‘normaal’ of ‘acceptabel’ gedrag is binnen de samenleving. Dit kan ook gevolgen hebben voor de sportiviteit en ‘sportsmanship’ binnen (sport)-verenigingen en in (online) groepen die normen promoten, zoals ‘presteren ten koste van alles’ of ‘je eigen doelen zijn het belangrijkst, ook als die niet verbonden zijn met sport of bewegen’. Daarnaast stimuleert de aanwezigheid van een sociaal netwerk en vaste afspraken (zoals een training met een team) in veel gevallen voor regelmaat, positieve motivatie en accountability (verantwoordelijkheid jegens anderen). Zonder zo’n netwerk is het makkelijker om sport te laten vervallen als er andere prioriteiten zijn, zoals werk of gezinsleven, waardoor de ervaren beschikbare tijd voor sport afneemt. Dit heeft een negatief effect op het beweeggedrag van de bevolking en de indicatoren die hier een weergave van zijn.

Sporten binnen een vereniging of samen met anderen draagt bij aan het opbouwen van sociale contacten en versterkt het sociale vangnet/sociaal kapitaal dat kan helpen bij problemen zoals werkloosheid, ziekte of financiële moeilijkheden. Sportdeelname kan via deze weg leiden tot meer bestaanszekerheid. Individualisering anderzijds kan deze bestaanszekerheid negatief beïnvloeden als blijkt dat mensen met een minder uitgebreid sociaal netwerk ook minder snel gaan sporten. Op het moment dat de bestaanszekerheid onder druk komt te staan, heeft dat bovendien een negatief effect op het budget dat mensen kunnen besteden aan sport.

Binnen een geïndividualiseerde samenleving reageren mensen verschillend op een kwetsbare gezondheid. Zowel tijdens de expertsessie als tijdens de burgersessie werd benadrukt dat een kwetsbare gezondheid beurt kan leiden tot meer angst om intensief te sporten, uit vrees voor blessures of verergering van klachten. Voor sommige van deze mensen vormt dit juist een stimulans om actiever te gaan leven en meer te bewegen, maar dan niet competitief. Zij zien dagelijkse beweging, met name wandelen, als een manier om hun gezondheid te verbeteren of klachten te verminderen. Aangezien dit dagelijks bewegen in principe bijna gratis is, is het (negatieve) effect van bestaansonzekerheid hier veel geringer.

Invloed van verdeling van de welvaart

De verdeling van de welvaart heeft op verschillende manieren impact op sport- en beweeggedrag:

Een hogere mate van welvaart (hogere sociaaleconomische positie) en grotere bestaanszekerheid (vertrouwen in duurzame beschikbaarheid van basisbehoeften, zoals inkomen, huisvesting, voeding en zorg) gaan samen met meer beschikbare financiële middelen, meer controle over de eigen tijdsbesteding en betere fysieke en mentale gezondheid (Marmot, 2020). Wie financieel zekerder is kan doorgaans gemakkelijker lid worden van een vereniging, sportattributen aanschaffen of deelnemen aan activiteiten. Voor groepen met minder welvaart zijn de financiële drempels aanzienlijk hoger, is het aanbod beperkter en is als gevolg daarvan de sportdeelname lager.

Met de stijging van het gemiddelde opleidingsniveau in Nederland, stijgt ook de kans dat deze mensen betaald werk vinden en dit zorgt voor een afname van het aantal mensen dat in armoede leeft. Deze daling verloopt relatief geleidelijk en vertoont weinig schommelingen (CBS, 2025). Minder armoede en met name ook hogere opleidingsniveau werken doorgaans gunstig uit op de volksgezondheid en de sport- en beweegdeelname (Stuij & Pulles, 2023; van den Dool et al, 2023).

Het belang van de directe sociale omgeving (o.a. familie, vrienden, school en werk) voor het overdragen van gewoontegedrag is groot, ook bij kwetsbare groepen (Mendonça et al, 2014). Een toename van de verschillen in welvaart en bestaanszekerheid zal voor mensen die moeite hebben om rond te komen waarschijnlijk niet alleen leiden tot minder sportdeelname maar zal ook invloed hebben op de sociale norm rond bewegen. Als in de sociale omgeving sporten en bewegen geen gewoonte is dan wordt sporten en bewegen minder gezien als iets vanzelfsprekends of wenselijks, waardoor de kans kleiner is dat mensen dit gedrag overnemen of volhouden.

In de burgersessie werd benadrukt dat het realiseren van veilige, beweegvriendelijke leefomgevingen – in het bijzonder voor vrouwen en kinderen – en het door werkgevers faciliteren en normaliseren van een wandelpauze tijdens de werkdag belangrijke voorwaarden zijn voor het bevorderen van dagelijkse lichamelijke activiteit. 

Invloed van vergrijzing

Vergrijzing heeft op verschillende manieren impact op sport- en beweeggedrag:

Door blessures neem het aantal sporters af vanaf het veertigste levensjaar, omdat herstel na deze leeftijd langer duurt en de angst om geblesseerd te raken toeneemt. Een deel van deze mensen zullen als gevolg hiervan een minder intensieve sport kiezen (zoals wandelen, zwemmen of padel), maar er is ook een direct negatief effect op sportdeelname, met name in verenigingsverband.

Aangezien ouderen gemiddeld langer fit blijven, is het negatieve effect van vergrijzing op dagelijks lichamelijke activiteit beperkt. De huidige generatie ouderen heeft bovendien vaker sportervaring dan eerdere generaties, waardoor zij ook op latere leeftijd relatief vaak actief blijven, zij het vaak in andere, minder intensieve vormen van sport en bewegen. Deze groep is zich bovendien in toenemende mate bewust van het belang van bewegen voor gezondheid, waardoor bewegen tot op hogere leeftijd een normaal onderdeel van het dagelijks leven blijft, mits zij daartoe fysiek in staat zijn (van den Dool, 2022).

Door vergrijzing stijgt het aandeel mensen dat minder en/of minder intensief sport. Tegelijkertijd groeit de groep ouderen die actief in beweging blijft, onder andere via ‘seniorensporten’ (zoals wandelvarianten van voetbal, hockey of tennis), golf, wandelgroepen, fietsgroepen, zwemmen of aangepaste fitness en meer individueel ondernomen dagelijkse beweging. De wijze van sport- en bewegen verandert dus, maar de sport- en beweegdeelname blijft redelijk stabiel (van den Dool, 2022).

Een vergrijzende samenleving vraagt laagdrempelige sportvoorzieningen en een inrichting van de openbare ruimte die is afgestemd op de behoeften van ouderen. Het betreft onder meer veilige wandelroutes, voldoende bankjes en andere rustplekken en obstakelvrije stoepen en voorzieningen. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, ontstaat een belangrijke basis voor een gezond ouder wordende samenleving.

Door de aanzienlijke groei van de groep ouderen zal de zorgvraag toenemen, omdat de gezondheidstoestand van deze groep onvermijdelijk achteruitgaat. Voorbeeld is een grotere gevoeligheid voor blessures door verminderde spierkracht, balans of botdichtheid wat kan leiden tot angst om te bewegen. Dit kan ouderen ervan weerhouden om te bewegen, tenzij er een laagdrempelig, veilig en begeleid aanbod is.

Vooral bij ouderen die alleen wonen kan sprake zijn van meer eenzaamheid (CBS, 2025). Deelname aan sport- en beweegactiviteiten kan een belangrijke rol spelen bij het verminderen van die eenzaamheid en het versterken van sociale contacten (Sebastião, 2021).

Ouderen maken doorgaans minder gebruik van digitale apps en online platforms, al verandert dit langzaam. Digitalisering kan juist helpen om bewegen te stimuleren (Alley et al,2024), bijvoorbeeld via beweegapps en online communities die mensen bij elkaar brengen zoals Klup of Vitality Club.