Op deze pagina wordt het toekomstig verloop beschreven van de kernindicator Voldoen aan de Beweegrichtlijnen. Dit zijn de uitkomsten van een simulatie waarbij is gekeken naar de toekomstige effecten van maatschappelijke ontwikkelingen op deze kernindicator. Deze pagina beschrijft wat er in de grafiek te zien is en wat de belangrijkste factoren (maatschappelijke ontwikkelingen of andere parameters die van belang zijn) zijn die er het meest voor zorgen dat de kernindicator zich in een goede (kansen) of juist minder goede (dreigingen) richting ontwikkelt.

Over de kernindicator

De Beweegrichtlijnen zijn in 2017 gedefinieerd door de Gezondheidsraad. Iemand voldoet aan de Beweegrichtlijnen door zowel voldoende matig en/of zwaar intensieve activiteiten als spier- en botversterkende activiteiten te doen. De definitie van de kernindicator is: Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat voldoet aan de Beweegrichtlijnen.

Het voldoen aan de Beweegrichtlijnen wordt jaarlijks nagevraagd in de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor (CBS en (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)). De kernindicator voldoen aan de Beweegrichtlijnen is vastgesteld met de SQUASH-vragenlijst waarmee naar het gebruikelijke sport- en beweeggedrag wordt gevraagd.

Zie voor meer informatie over Voldoen aan Beweegrichtlijnen de Kernindicatorpagina.


Bron: Gezondheidsenquête/ Leefstijlmonitor (CBS en RIVM), 2001 - 2024 en berekeningen RIVM, 2024 - 2040.

Uitleg bij de grafiek

De zwarte lijn geeft de historische trend in het voldoen aan de Beweegrichtlijnen weer. In 2024 voldeed 45% van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder aan de Beweegrichtlijnen. Tussen 2001 en 2020 is er een lichte stijging te zien in het percentage Nederlanders dat voldoet aan de Beweegrichtlijnen. Na 2020 is er een lichte daling te zien, maar vanaf 2023 is er weer een lichte stijging zichtbaar. Er zijn verschillen in het voldoen aan de Beweegrichtlijnen te zien tussen groepen in de samenleving.

Het gekleurde gebied na 2024 geeft de toekomstscenario’s weer. Deze grafiek toont het resultaat van de analyse van 10.000 scenario’s. Met drie kleuren zijn clusters van scenario’s weergegeven. Het paarse gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s weer met de hoogste waarden. Het blauwe gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s met de laagste waarden. 80% van de scenario’s leidt tot een waarde van de kernindicator in het grijze gebied.

Belangrijkste factoren die bijdragen aan hoogste en laagste scenario's

Kansen (hoogste 10%)

De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de hoogste percentages mensen die voldoen aan de Beweegrichtlijnen:

  • Meer fietsen: De beschikbaarheid en het gebruik van fietsen nemen toe, waardoor mensen vaker fietsen voor vervoer en/of in hun vrije tijd. Deze extra beweegtijd telt mee voor het halen van de Beweegrichtlijnen.
  • Meer beweegtijd bij onvoldoende bewegers: De gemiddelde beweegtijd neemt toe, en die toename zit relatief sterk bij mensen die de Beweegrichtlijnen nog niet halen. Daardoor schuiven veel mensen net over de drempel en stijgt het totale percentage dat voldoet.
  • Vergrijzing laag - Relatief jonge bevolkingsopbouw: In scenario’s met meer kinderen en jongvolwassenen is het aandeel mensen dat de Beweegrichtlijnen haalt hoger, omdat jongere groepen vaker aan de richtlijn voldoen dan ouderen.

Dreigingen (laagste 10%)

De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de laagste percentages mensen die voldoen aan de beweegrichtlijnen:

  • Minder fietsen: De groei van het aantal gebruikte fietsen is beperkt, waardoor er minder wordt gefietst naar werk, school en in de vrije tijd. Dit verlaagt de totale beweegtijd en daarmee het percentage mensen dat de Beweegrichtlijnen haalt.
  • Minder beweegtijd: De gemiddelde tijd die mensen per dag of week bewegen daalt. Als dit breder in de bevolking optreedt, neemt het aandeel dat de Beweegrichtlijn haalt merkbaar af.
  • Vergrijzing hoog - Vergrijzende bevolking: In scenario’s met veel ouderen en weinig aanvulling door jongeren neemt het percentage mensen dat de Beweegrichtlijnen haalt af, omdat ouderen gemiddeld minder bewegen dan kinderen en volwassenen.