Op deze pagina wordt het toekomstig verloop beschreven van de kernindicator Niet bewegen. Dit zijn de uitkomsten van een simulatie waarbij is gekeken naar de toekomstige effecten van maatschappelijke ontwikkelingen op deze kernindicator. Deze pagina beschrijft wat er in de grafiek te zien is en wat de belangrijkste factoren (maatschappelijke ontwikkelingen of andere parameters die van belang zijn) zijn die er het meest voor zorgen dat de kernindicator zich in een goede (kansen) of juist minder goede (dreigingen) richting ontwikkelt.
Zie voor meer informatie over de gebruikte methoden het methoderapport.
Over de kernindicator
Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat niet beweegt wordt jaarlijks nagevraagd in de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor (CBS en (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)). Volwassenen (18 jaar of ouder) zijn niet-bewegers wanneer zij minder dan 30 minuten per week minimaal licht-intensief bewegen (MET ≥1,6). Kinderen (4 t/m 17 jaar) zijn niet-bewegers wanneer zij minder dan 30 minuten per dag minimaal licht-intensief bewegen.
Zie voor meer informatie over Niet bewegen de Kernindicatorpagina.
Bron: Gezondheidsenquête/ Leefstijlmonitor (CBS en RIVM), 2016 - 2024 en berekeningen RIVM, 2024 - 2040.
Uitleg bij de grafiek
De zwarte lijn geeft de historische trend in niet bewegen weer. In 2024 was 1,7% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder niet-beweger. Het aandeel niet-bewegers is over de tijd weinig veranderd. Sinds 2016 is een zeer lichte daling waarneembaar. Er zijn verschillen in het percentage niet-bewegers te zien tussen groepen in de samenleving.
Het gekleurde gebied na 2024 geeft de toekomstscenario’s weer. Deze grafiek toont het resultaat van de analyse van 10.000 scenario’s. Met drie kleuren zijn clusters van scenario’s weergegeven. Het paarse gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s weer met de hoogste waarden. Het blauwe gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s met de laagste waarden. 80% van de scenario’s leidt tot een waarde van de kernindicator in het grijze gebied.
Belangrijkste factoren die bijdragen aan hoogste en laagste scenario's
Kansen (laagste10%)
De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de laagste percentages mensen die niet bewegen:
- Vergrijzing laag - Jongere bevolkingsopbouw: Meer jongere personen in de bevolking zorgt voor een lagere gemiddelde leeftijd. Jongeren bewegen vaker, waardoor het percentage dat niet beweegt afneemt.
- Meer beweegtijd bij huidige niet‑ of zeer weinig bewegers: Als juist in deze groep de beweegtijd toeneemt, verschuiven mensen uit de categorie ‘niet bewegen’ naar ‘wel (een beetje) bewegen’.
- Druk op zorg laag - Verbeterde gezondheidstoestand: Wanneer de gezondheidsstatus van mensen verbetert, kunnen meer mensen die voorheen niet kónden bewegen, dit wel doen. Dat verkleint de groep niet‑bewegers.
- Druk op zorg laag - Beheersbare druk op de zorg: Scenario’s waarin de druk op het zorgsysteem niet leidt tot verslechtering van de gezondheid ondersteunen een daling in het aandeel mensen dat niet beweegt.
- Meer fietsen: Een toename in fietsgebruik zorgt voor extra dagelijkse beweging – ook voor groepen die weinig sporten – en kan het aandeel niet‑bewegers verkleinen.
Dreigingen (hoogste 10%)
De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de hoogste percentages mensen die niet bewegen:
- Minder fietsen: Wanneer er weinig nieuwe fietsen bijkomen en het fietsgebruik afneemt, verdwijnt een deel van de dagelijkse beweegmomenten. Dat vergroot de groep mensen die vrijwel niet beweegt.
- Minder beweegtijd bij mensen die al weinig bewegen: Als vooral mensen die nu al weinig actief zijn nóg minder gaan bewegen, schuiven zij naar de categorie ‘niet bewegen’. Dit kan een domino-effect geven op het totale percentage niet‑bewegers.
- Vergrijzing hoog - Vergrijzing: Een oudere bevolkingsopbouw leidt tot meer mensen die vanwege leeftijd en gezondheid weinig of niet bewegen. Dit vergroot de groep niet‑bewegers.