Op deze pagina wordt het toekomstig verloop beschreven van de kernindicator Clublidmaatschap. Dit zijn de uitkomsten van een simulatie waarbij is gekeken naar de toekomstige effecten van maatschappelijke ontwikkelingen op deze kernindicator. Deze pagina beschrijft wat er in de grafiek te zien is en wat de belangrijkste factoren (maatschappelijke ontwikkelingen of andere parameters die van belang zijn) zijn die er het meest voor zorgen dat de kernindicator zich in een goede (kansen) of juist minder goede (dreigingen) richting ontwikkelt.

Over de kernindicator

Het aandeel van de bevolking van 4 jaar en ouder dat lid is van een sportvereniging wordt jaarlijks nagevraagd in de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor (CBS en (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)). Clublidmaatschap wordt gemonitord met twee indicatoren:

  • Lid van een sportvereniging: het aandeel van de bevolking van 4 jaar en ouder dat lid is van een sportvereniging.
  • Abonnement om te sporten: het aandeel van de bevolking van 4 jaar en ouder dat een abonnement heeft om te sporten, bijvoorbeeld bij een fitnesscentrum of zwembad.

Zie voor meer informatie over Clublidmaatschap de Kernindicatorpagina.


Bron: Gezondheidsenquête/ Leefstijlmonitor (CBS en RIVM), 2016 - 2024 en berekeningen RIVM, 2024 - 2040.

Uitleg bij de grafiek

De zwarte lijn geeft de historische trend in clublidmaatschap weer. In 2024 was 23% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder lid van een sportvereniging. Ook had 24% van de bevolking een abonnement om te sporten, bijvoorbeeld voor een fitnesscentrum of zwembad. De verschillen over de tijd van 2016 tot 2024 zijn klein. Voor het aandeel mensen dat lid is van een sportvereniging is het percentage min of meer gelijk gebleven. Voor het aandeel mensen met een abonnement om te sporten is een licht stijgende trend zichtbaar tussen 2016 en 2020, die in 2021 en 2022 werd onderbroken. Sinds 2023 is het cijfer weer vergelijkbaar met 2020. Er zijn verschillen in het percentage dat lid is van een sportvereniging en/of een abonnement heeft om te sporten te zien tussen groepen in de samenleving.

Het gekleurde gebied na 2024 geeft de toekomstscenario’s weer. Deze grafiek toont het resultaat van de analyse van 10.000 scenario’s. Met drie kleuren zijn clusters van scenario’s weergegeven. Het paarse gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s weer met de hoogste waarden. Het blauwe gebied in de grafiek geeft de 10% scenario’s met de laagste waarden. 80% van de scenario’s leidt tot een waarde van de kernindicator in het grijze gebied.

Belangrijkste factoren die bijdragen aan hoogste en laagste scenario’s

Kansen (hoogste 10%)

De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de hoogste percentages mensen met een clublidmaatschap:

  • Migratie hoog - Jongere bevolking, mede door migratie: Jongere groepen zijn vaker lid van een sportvereniging. Een jongere bevolkingsopbouw zorgt daarom voor meer clubleden.
  • Meer sportactiviteiten die tot lidmaatschap leiden: Als extra sportdeelname vaker plaatsvindt binnen sportverenigingen, groeit het aantal clubleden.
  • Vitaliteit van sportaanbieders: Verenigingen met voldoende vrijwilligers en goed sportkader zijn aantrekkelijker en kunnen meer leden aantrekken, wat een zelfversterkend effect op clublidmaatschap geeft.

Dreigingen (laagste 10%)

De volgende factoren leiden gezamenlijk tot de toekomstscenario’s met de laagste percentages mensen met een clublidmaatschap:

  • Vergrijzing hoog - Weinig instroom van jongeren: Een ouder wordende bevolking met weinig instroom van jongeren leidt tot minder clubleden, omdat ouderen minder vaak lid zijn van een sportvereniging.
  • Minder effectieve sportactiviteiten: Als veranderingen in sportactiviteiten minder vaak leiden tot toetreding tot een sportvereniging, daalt het aantal clubleden.
  • Teruglopende vitaliteit van verenigingen: als sportverenigingen minder vitaal worden door een beperkte kwaliteit en kwantiteit van vrijwilligers en daardoor minder aantrekkelijk zijn voor nieuwe leden, leidt dat tot verdere daling van de vitaliteit, doordat er te weinig nieuwe vrijwilligers meekomen. Dit is een zelfversterkend effect dat tot een soort negatieve sfeer kan leiden waarbij sporten en sportlidmaatschap veel minder populair worden onder een breed deel van de bevolking.