Deze pagina beschrijft de resultaten van de verkenning naar de invloed van maatschappelijke ontwikkelingen op sport en bewegen voor het thema sport- en beweeggedrag. Ook worden aandachtspunten voor beleid gegeven. Dit is de integratie van de resultaten van het Toekomstig verloop van de kernindicatoren en de Horizonscan per thema. De uitkomsten van de analyse van het toekomstige verloop staan centraal. Daarnaast worden deze uitkomsten ondersteund en aangevuld met bevindingen uit de horizonscan en aanvullende literatuur.

Het thema sport- en beweeggedrag wordt hier omschreven als de mate waarin mensen sporten, bewegen en zitten, welke activiteiten ze doen en of ze de intentie hebben om dit gedrag te veranderen. Binnen dit thema worden vier kernindicatoren onafhankelijk van beleidsprogramma’s gevolgd over tijd:

  • Beweegrichtlijnen: Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijnen.
  • Sportdeelname wekelijks: Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat één keer per week of vaker sport.
  • Zitgedrag: Aantal uren dat Nederlanders van 4 jaar en ouder zitten op een gemiddelde dag in de week.
  • Niet Bewegen: Het aandeel van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder dat niet beweegt.

Invloed van maatschappelijke ontwikkelingen

De drie maatschappelijke ontwikkelingen die door experts en stakeholders werden benoemd als meest van invloed op sport- en beweeggedrag waren: een toenemende individualisering, een steeds ongelijkere verdeling van de welvaart en een toenemende vergrijzing.

De uitkomsten van de simulatie van het toekomstig verloop van de kernindicatoren lieten echter zien dat vooral een jongere leeftijdsopbouw doorwerkt in gunstige uitkomsten voor voldoen aan de beweegrichtlijnen en wekelijkse sportdeelname, een lager aandeel niet-bewegers en minder zitten. Een sterke vergrijzing werkt door in minder bewegen, minder sporten, meer mensen die niet bewegen en meer zitten. In de expertsessies van de horizonscan werd dit ook genoemd. Daarbij werd ook opgemerkt dat het deels ook om anders bewegen zal gaan, misschien niet meer zoveel sporten maar minder intensief en dagelijks bewegen. Vooral bij dit dagelijks bewegen werd ook de link gelegd met een leefomgeving die veilig is en uitnodigt tot bewegen. In de expertsessies werd ook genoemd dat vergrijzing samen zal gaan met een toename van de groep kwetsbare ouderen met een hogere zorgvraag en ook een andere behoefte aan sport en bewegen. Kwetsbaarheid is geen onderdeel van het model dat voor de verkenning is gebouwd en kon daarom niet worden meegenomen in de simulatie.

De invloed van de bevolkingsontwikkeling op sportdeelname, waaronder de invloed van vergrijzing is recent doorgerekend door het Mulier Instituut (Mulier Instituut, 2025). Hierin werd de verwachting uitgesproken dat in aanloop op het jaar 2050 vooral 45-54-jarigen en 65-74-jarigen steeds vaker deelnemen aan sport. Tegelijkertijd zal het huidige beeld dat de oudste groepen ouderen minder actief zijn dan de jongste groepen ouderen blijven bestaan. Deze uitkomsten zijn in lijn met de uitkomsten van de simulatie waarin rekening is gehouden met een positieve trend in sport en bewegen onder ouderen en waarbij vergrijzing bleek samen te hangen met minder sport en bewegen.

Daarnaast bleek uit de simulatie dat een beheersbare druk op de zorg doorwerkt in minder mensen die niet-bewegen. Digitalisering bleek samen te hangen met zitgedrag. Lage waarden voor zitgedrag hangen samen met minder gebruik van sociale media onder jongeren. Hoge waarden van zitgedrag treden juist op bij intensief schermgebruik. Dit is deels inherent aan de opbouw van de indicator zitgedrag waar schermtijd een onderdeel van is (RIVM, 2022). Een beperkte klimaatverandering bleek door te werken in minder zitten en meer tropische dagen in meer zitten.

Individualisering en de verdeling van de welvaart kwamen in de simulatie niet naar voren als belangrijkste factoren voor sport- en beweeggedrag, mogelijk doordat de gebruikte indicatoren voor de maatschappelijke ontwikkelingen slechts een beperkte afspiegeling vormen van het bredere concept van individualisering. In de expertsessies van de horizonscan werd wel gewezen op het belang van welvaart en bestaanszekerheid, omdat deze medebepalen of mensen over tijd, geld, energie en een stimulerende omgeving beschikken om actief te zijn. Vooral individualisering werd gezien als een zeer belangrijke ontwikkeling, die zowel kansen als risico’s met zich meebrengt: meer individuele vrijheid kan bewegen vergemakkelijken, maar het wegvallen van sociale structuren kan ook juist leiden tot minder sport en bewegen.

Andere invloeden

Naast maatschappelijke invloeden op sport- en beweeggedrag gaven de uitkomsten van de simulatie ook inzicht in andere factoren die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van de kernindicatoren binnen het thema sport- en beweeggedrag. 

Beweegrichtlijnen

Gunstige uitkomsten voor het voldoen aan de beweegrichtlijnen blijken samen te hangen met meer fietsen en meer beweegtijd onder mensen die nu nog onvoldoende bewegen. Ongunstige uitkomsten hangen samen met minder fietsen en minder beweegtijd. Beweegtijd is een belangrijke component in het voldoen aan de beweegrichtlijnen dus dit is in lijn met de verwachting (RIVM, 2022). Dat fietsgebruik belangrijk is voor het voldoen aan de beweegrichtlijnen komt ook uit eerder onderzoek van het RIVM. Hieruit blijkt dat fietsen, naast wandelen en sporten, één van de belangrijkste activiteiten is waardoor mensen voldoen aan de beweegrichtlijnen (RIVM, 2023). Een aandachtspunt rondom fietsgebruik is de opkomst van de elektrische fiets. De analyses in deze verkenning gaan uit van de traditionele fiets. Er is nog veel onduidelijk over het gemiddelde inspanningsniveau bij elektrisch fietsen als gevolg van de mate van ondersteuning die wordt gebruikt. Dit maakt dat meer elektrisch fietsen niet per definitie een gunstige ontwikkeling is in relatie tot het voldoen aan de beweegrichtlijnen (RIVM, 2026).

In de burgersessies van de horizonscan werd benoemd dat sportbeleving mensen kan aanzetten tot bewegen, vooral wanneer die beleving aansluit bij de eigen mogelijkheden, interesses en leefwereld.

Sportdeelname wekelijks

Een hogere wekelijkse sportdeelname bleek samen te hangen met meer tijd voor sport en vitale sportaanbieders. Een lagere wekelijkse sportdeelname met minder tijd voor sport en een teruglopende vitaliteit van verenigingen.

Niet-bewegen

Een laag aandeel niet-bewegers bleek samen te hangen met meer beweegtijd onder weinig actieve groepen en meer fietsen. Hogere waarden voor deze kernindicator ontstaan juist bij minder fietsen, minder beweegtijd. Deze uitkomsten zijn inherent aan de definitie van de kernindicator, dat wil zeggen: minder dan 30 minuten per week minimaal licht intensief bewegen. 

Tijdens de expertsessies van de horizonscan werd benoemd dat het belangrijk is om vanuit beleid oog te hebben voor de kwaliteit, veiligheid en sociale betekenis van de leefomgeving (bijvoorbeeld veilige routes voor vrouwen en kinderen, banken en rustplekken voor ouderen, sociale ontmoetingsfuncties). Hiervan werd verwacht dat het ondersteunend is bij het bevorderen van bewegen.

In de burgersessies kwam naar voren dat voor mensen die niet gewend zijn te sporten en/of regelmatig te bewegen dagelijkse, laagdrempelige vormen van bewegen, zoals wandelen, betekenisvoller en haalbaarder zijn dan sport. Ook werd benadrukt dat een veilige en beweegvriendelijke leefomgeving, steun vanuit de sociale omgeving en aandacht voor gezondheid belangrijke voorwaarden zijn om bewegen vol te houden.

Zitgedrag

Voor zitgedrag hangen lage waarden samen met meer fietsen en hoge waarden treden juist op bij intensief schermgebruik. Dit is deels inherent aan de opbouw van de kernindicator en deels het gevolg van het feit dat het model rekening houdt met de beschikbare tijd per dag voor activiteiten.

Aandachtspunten voor beleid

Op basis van deze verkenning zijn een aantal aandachtspunten geïdentificeerd of bevestigd voor (toekomstig) sport- en beweegbeleid:

  • Toenemende vergrijzing zal naar verwachting leiden tot minder en ook anders sporten en bewegen.
  • Toenemende digitalisering zal naar verwachting leiden tot meer schermgebruik en meer zitten.
  • Klimaatverandering met meer tropische dagen zal naar verwachting leiden tot meer zitten.
  • Wanneer de druk op de zorg beheersbaar blijft, zal dit naar verwachting zorgen voor minder mensen die niet bewegen.
  • Meer fietsgebruik bevordert bewegen.