Deze pagina beschrijft de resultaten van de horizonscan voor het thema sport- en beweegaanbieders. Dit zijn uitkomsten van workshops met experts en stakeholders en burgers, aangevuld met literatuur.

De drie hoogst geprioriteerde maatschappelijke ontwikkelingen voor het thema sport- en beweegaanbieders zijn: 

  1. Vergrijzing
  2. Druk op zorg
  3. Individualisering

Onderstaande paragrafen beschrijven per maatschappelijke ontwikkeling de in kaart gebrachte impact op sport- en beweegaanbieders.

Invloed van vergrijzing

Vergrijzing heeft op verschillende manieren impact op sport- en beweegaanbieders:

De samenleving vergrijst vooral doordat de groep vitale ouderen groeit (VTV, 2024). Deze ouderen hebben andere behoeften op het gebied van sport- en beweegaanbod, met meer nadruk op sociale- en gezondheidsaspecten (van den Dool & Heijnen, 2022). Tijdens de burgersessies werd genoemd dat zij meer geïnteresseerd zijn in activiteiten zoals wandelgroepen, dammen of het combineren van bewegen met een (sociale) spelelement, zoals dammen tijdens het wandelen (‘walking dammen’), jeu de boules, fietstochten, yoga of dansactiviteiten.

Door de vergrijzing van de bevolking neemt de groep oudere sporters en bewegers toe, met eigen voorkeuren en behoeften op het gebied van sport en lichamelijke activiteit (VTV, 2024; van den Dool & Heijnen, 2022). Op basis van deze ontwikkeling ligt het voor de hand dat het huidige aanbod van sport- en beweegaanbieders zich zal aanpassen en dat nieuwe initiatieven en aanbieders ontstaan die zich specifiek richten op ouderen en age‑friendly vormen van bewegen.

Vitale ouderen zijn in 2040 in toenemende mate maatschappelijk actief, bijvoorbeeld door meer mantelzorg te verlenen, actief zijn als vrijwilliger, langer (betaald of onbetaald) te blijven werken of door als oppas voor kleinkinderen fungeren (VTV, 2024). De capaciteit van oudere mantelzorgers is echter beperkt, waardoor niet alles onderling geregeld kan worden (VTV, 2024; SCP, 2026) Het ligt daarom voor de hand dat ook de jongere bevolking meer tijd aan mantelzorg zal besteden of deze taak uitbesteden. Daardoor komt voor zowel ouderen als jongeren minder tijd en/of budget beschikbaar voor sport en bewegen. Dit gaat ten koste van de kwantiteit en kwaliteit van het vrijwillige sportkader (trainers, scheidsrechters, coaches en bestuursfuncties).

Tegelijkertijd zorgt de groei van het aantal gepensioneerden voor een groter potentieel aan vrijwilligers dat actief kan worden in (sport)verenigingen en andere maatschappelijke organisaties.

Invloed van de toenemende druk op de zorg

Tijdens de workshop met stakeholders en experts is de toenemende druk op de zorg als een relevante ontwikkeling voor sport en bewegen geprioriteerd. Deze ontwikkeling stond oorspronkelijk niet op de lijst met DESTEP-ontwikkelingen (zie Tabel 3.2 in methoderapport) en is daarom aanvullend opgenomen in het model.

De druk op het Nederlandse zorgsysteem neemt toe, onder meer door een stijgende en complexere zorgvraag, gecombineerd met mogelijk toenemende tekorten van zorgpersoneel en toenemende zorguitgaven. Hierdoor komt de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg onder druk te staan (VTV-2024).

De toenemende druk op de zorg heeft op verschillende manieren impact op sport- en beweegaanbieders:

Door druk op de zorg groeit het besef dat het behandelen van ziektes een aandoeningen tot steeds langere wachtlijsten leidt, en dat dit deels voorkomen kan worden met het bevorderen van gezondheid en het voorkómen van ziekte (VTV, 2024; WRR, 2021). Dit zorgt ervoor dat er meer nadruk komt op preventie, waarbij het stimuleren van sport en bewegen cruciaal is. Zo ontstaat een grote opgave voor reeds bestaande en nieuwe sport- en beweegaanbieders, vooral gericht op het behouden van een gezonde bevolking. Dat groeiende aanbod kan worden verzorgd door zowel publieke- als private aanbieders, deels gefinancierd via publieke middelen en zorgverzekeraars.

Een op preventie gericht aanbod (m.n. maar niet uitsluitend voor een vergrijzende bevolking) zal meer aandacht besteden aan dagelijks bewegen, het stimuleren van gezonde leefgewoonten, het voorkómen van chronische aandoeningen en het bevorderen van mentaal welzijn (GR, 2017). Dit vraagt om andere faciliteiten en om aanvullende kennis en vaardigheden binnen het sport- en beweegkader (Collard & Gutter, 2023).

Er ontstaat meer behoefte aan intensievere samenwerking tussen het sport- en beweegdomein en andere sectoren, zoals zorg en welzijn. De mate waarin sport- en beweegaanbod aansluit bij de zorg- en gezondheidsbehoefte van mensen speelt daarbij een belangrijke rol. Door de toenemende zorgdruk zal de vraag naar preventieve activiteiten, zoals beweegprogramma’s voor mensen met diabetes, toenemen. Een deel hiervan kan door sport- en beweegaanbieders worden aangeboden (Gutter & Collard, 2022).

Of dit leidt tot meer aanbieders of grotere aanbieders met meer deelnemers, hangt af van de lokale context. Factoren zoals samenwerking tussen zorg, welzijn en sport, de beschikbaarheid van faciliteiten en de betrokkenheid van de gemeenten en andere partners spelen hierin een belangrijke rol.

Naast de toenemende aandacht voor leefstijlgerichte preventie wordt bij verschillende gezondheidsproblemen ook gezocht naar farmacologische behandelopties. Deze medicamenteuze behandelingen kunnen – afhankelijk van het type en het gebruik – zowel concurreren met als aanvullend zijn op leefstijlinterventies. Medicatie die (mede) leidt tot gewichtsverlies bij mensen met obesitas kan eraan bijdragen dat meer mensen in staat zijn de beweegrichtlijnen te halen. Bij afname van lichaamsgewicht nemen vaak gewrichtsklachten af en verbetert de cardiovasculaire belastbaarheid. Hierdoor verbetert de fysieke fitheid en vergroten de mogelijkheden én de kans om regelmatig lichamelijk actief te zijn. 

Medicatie kan echter ook een tegenovergesteld effect hebben als mensen het gevoel krijgen dat medicatie een substitutie is voor een gezonde leefstijl.

Invloed van individualisering

Individualisering heeft op verschillende manieren impact op sport- en beweegaanbieders:

Door individualisering verschuift de aandacht naar meer individuele sporten, zoals fitness en hardlopen, terwijl de belangstelling voor verenigings- of teamsporten relatief gezien afneemt (Van der Poel, 2024). Het bijbehorende aanbod wordt flexibeler en sluit beter aan op bij de individuele wensen en mogelijkheden. Ook in een meer individualistische samenleving blijft de behoefte aan sociaal contact, gezelligheid en binding groot, waardoor sportverenigingen steeds vaker zullen proberen hun aanbod te flexibiliseren en beter af te stemmen op individuele wensen (bijvoorbeeld door vrijere inlooptijden, recreatieve vormen en kortdurende trajecten). In hoeverre deze ontwikkelingen leiden tot meer of minder sport en beweging verschilt per persoon en hangt af van factoren, zoals motivatie, financiële ruimte, gezondheidsstatus en de steun vanuit sociale netwerk (Van den Dool, 2019).

Omdat plichtsbesef en traditie minder vaak als belangrijke drijfveren worden ervaren, verandert de betrokkenheid bij verenigingen of aanbieders, zowel als het gaat om langjarig lidmaatschap als ook bij het vrijwilligerswerk (SCP, 2024). Dit betekent niet per se dat er minder vrijwilligers komen, maar wel dat zij flexibeler ingezet willen worden. Dit kan bovendien verschillen tussen leeftijdsgroepen, mensen met een migratieachtergrond, en opleidingsniveaus. Tegelijkertijd kunnen nieuwe, meer informele vormen van sociale betrokkenheid ontstaan, binnen en buiten de sport (SCP, 2024). Dit vraagt om een verenigingsbeleid dat inspeelt op uiteenlopende behoeften en dat actief ruimte maakt voor nieuwe, informele vormen van sociale betrokkenheid.

Als gevolg van de individualisering ontstaan er kansen voor losse en flexibele formats en nieuwe organisatievormen, bijvoorbeeld gebruik makend van technologische ontwikkelingen (NL Sportraad, 2020). Door digitalisering en het gebruik van big data ontstaan nieuwe kansen voor verenigingen: van gerichte werving en slimme matching van vrijwilligers tot data‑gedreven beleid, efficiëntere organisatie, digitale communities en meer maatwerk in betrokkenheid voor diverse doelgroepen. Zo ontstaat ruimte voor een persoonlijker, flexibel en vaak informeler sport- en beweegaanbod, dat minder draait om vaste lidmaatschappen en meer om tijdelijke, (hybride) zelfgekozen betrokkenheid.