We willen een paar kanttekeningen bij de gevolgde methode maken, vertaald in adviezen voor het uitleggen van de resultaten of voor activiteiten voor de toekomst.

Trendscenario en kernindicatoren: belang van toekomstige dataverzameling

In deze toekomstverkenning zijn de kernindicatoren sport en bewegen als uitgangspunt gebruikt om trends naar de toekomst in beeld te brengen (zie trendscenario). Voor alle kernindicatoren sport en bewegen hebben we de trend in de toekomst gebaseerd op meningen van experts (zie methoden en verantwoording). Van slechts vier kernindicatoren kon een kwantitatieve projectie gemaakt worden. Voor andere indicatoren gingen de achterliggende data niet ver genoeg terug in de tijd (zie methoden en verantwoording). Om in de toekomst voor meer, zo niet voor alle kernindicatoren een kwantitatieve aanpak te kunnen toepassen, is het van belang dat de dataverzamelingen voortgezet worden.

De huidige set van kernindicatoren bleek daarnaast niet voldoende dekkend voor het invullen van de vier perspectieven (Door Vriendschap Verenigd, Voel je fit, Naar de top en Leef mee) en daarmee voor de totale breedte van de sport. Er was bijvoorbeeld geen kernindicator die inzicht gaf in de maatschappelijke rol van de sportvereniging. Dit is opgelost door aan de Sport Toekomstverkenning de indicator ‘vitale sportvereniging’ toe te voegen. Een ander voorbeeld is dat in de kernindicator voor sportbezoek het bezoek aan topsportwedstrijden niet goed te scheiden is van bezoek aan sportwedstrijden van de eigen kinderen en andere familieleden.

Daarnaast werd duidelijk dat financiële inkomsten en uitgaven in de vier perspectieven onvoldoende gekwantificeerd konden worden, wat overigens ook van belang kan zijn voor toekomstige sportsatellietrekeningen. Bij het uitvoeren van de Sport Toekomstverkenning zijn deze inzichten al op hoofdlijnen gedeeld met het Netwerk Kernindicatoren Sport en bewegen, en we raden aan om bij het afronden van deze verkenning deze inzichten gedetailleerder te bespreken om het belang en het doel van de verschillende kernindicatoren voor (toekomstig) beleid te verduidelijken.

Betrokkenheid experts en stakeholders uit sportsector: voldoende afstand?

Bij de verkenning waren veel experts en stakeholders vanuit de sportwereld betrokken, die wij hier willen bedanken voor hun tijd en inzet. Voor de workshops hebben we ook experts en stakeholders van buiten de sportsector uitgenodigd, zodat hun (mogelijk kritische?) blik op sport mee zou gaan wegen in de resultaten. Het bleek in veel gevallen lastig om deze experts daadwerkelijk te laten komen. Blijkbaar is de sport wel belangrijk, maar ook nog vaak bijzaak voor de mensen die er niet direct bij betrokken zijn. Mogelijk gevolg is dat we de sportwereld in deze verkenning vooral van binnenuit hebben beschreven. Op de Sport Toekomstverkenning zal een beleidsdiscussie volgen tijdens het opstellen van het nieuwe sportbeleid van het ministerie van VWS. Uit deze discussie zal blijken of het een daadwerkelijk gemis oplevert.

Tijdens het proces hebben we vooral positieve reacties uit het werkveld op deze vorm van kenniscreatie en -deling ontvangen. Hoewel uit sportonderzoek al decennialang bekend is dat er binnen de sportwereld zeer verschillende beelden bestaan van wat sport is en waar het voor dient, is men binnen de sportwereld niet gewend daar expliciet over te praten. Voor veel deelnemers hebben de STV-perspectieven de ogen geopend voor verschillen van inzicht die meestal onbesproken blijven. Op het oog heldere termen als ‘sport’ of ‘sportwereld’ hebben per perspectief namelijk een andere betekenis. Zo is sport binnen het perspectief Voel je fit niet beperkt tot de georganiseerde sport ( NOC*NSF, de sportbonden en de verenigingen), maar vallen wandelen en bedrijfsfitness er ook onder. Volgens Leef mee zijn e-sports ook sport, terwijl dat voor Voel je fit zeker niet zo is. De perspectieven kunnen helpen om zulke impliciete beelden van sport te verhelderen en zo misverstanden te voorkomen.

Perspectieven voor de toekomst?

Wanneer men al langere tijd in de sportsector werkt, komen de vier perspectieven vertrouwd over (zie VWS 2009; NWO 2012). Enerzijds roept dit de vraag op in hoeverre deze verkenning bestaande indelingen tegen het licht houdt. Zou er uit een verkenning van de toekomst niet juist iets heel anders, iets revolutionairs moeten komen? Anderzijds kan het ook opgevat worden als een bevestiging van het bestaande inzicht: de sportsector is op deze wijze goed in te delen, dit zijn de geldende perspectieven op de toekomst van sport voor dit moment.

Nieuw is dat Leef mee in deze STV als een zelfstandig perspectief op sport wordt gezien; als een van de vier beschrijvingen van wat bedoeld wordt met ‘sport als doel’. In het sportonderzoek en het overheidsbeleid werd het beleven van sportevenementen tot nu toe vooral als een economisch gevolg van topsport beschreven en gekwantificeerd. De nadruk lag op sportbeleving als middel voor economische groei. We pleiten ervoor om meer sportonderzoek te doen naar de drijfveren van de twaalfde man, door écht in de huid van de kijker en volger te kruipen. Dit geldt ook voor het toekomstige sportbeleid: misschien is het wel een idee om aan de trouwe supporter ook een keer een sportnota te wijden?

Sportbeleving zal de komende jaren verder toenemen, live en in de media. Het zal dan vrijwel onmogelijk worden om grote sportevenementen te missen. Daarmee ontstaat ook steeds meer verdringing en overlast. Het is zeker niet denkbeeldig dat als over vijftien jaar een nieuwe sport toekomst verkenning wordt uitgevoerd, er een extra perspectief moet worden toegevoegd: dat van de mensen voor wie vooral de overlast door sportevenementen overheerst. Mensen die regelmatig verzuchten: ‘Ik kan geen sport meer zien.’