Over de vraag wat de meest wenselijke toekomst is voor de sport bestaat geen overeenstemming. Het is afhankelijk van welke opgaven mensen het meest belangrijk vinden. De vier perspectieven maken deze verschillen in opvattingen duidelijk zichtbaar. Zo kunnen ze helpen bij het voeren van strategische discussies binnen en tussen verschillende partijen. In Naar een sportiever Nederland zijn we ingegaan op de mogelijke impact van de resultaten van de Sport Toekomstverkenning op het lokale en nationale sportbeleid. We denken dat de resultaten van deze verkenning ook goed bruikbaar kunnen zijn voor andere betrokkenen.

Gebruik maken van perspectieven

De perspectieven kunnen bijvoorbeeld helpen bij het beschrijven van een breed gedragen toekomstvisie. Dat kan op verschillende niveaus: bijvoorbeeld voor een gemeente, een accommodatie, een club of een bond. Door vanaf het begin expliciet ruimte te geven aan alle perspectieven, ontstaat minder snel een tunnelvisie waarbinnen vanuit een of twee perspectieven op sport wordt doorgeredeneerd.

De perspectieven maken de verschillen in wat men onder 'sport' verstaat inzichtelijk. In Door Vriendschap Verenigd gaat het vooral om georganiseerde sport in verenigingsverband, terwijl in het perspectief Voel je fit ook wandelen en bedrijfsfitness tot sport gerekend worden. Voor topsporters betekent sport je grenzen verleggen, terwijl volgens Voel je fit bewegen vooral leuk en gezond moet zijn. Gaming en e-sportAfkorting van electronic sports. Term die gebruikt wordt voor het competitief spelen van computerspellen. kunnen volgens Leef mee ook tot sport worden gerekend, terwijl dat bij de andere perspectieven nog wel vraagtekens oproept. Inzicht in deze verschillen kan misverstanden voorkomen.

Een misverstand ontstaat bijvoorbeeld in discussies over de professionalisering van sportverenigingen. Vanuit Door Vriendschap Verenigd denk je dan aan deskundigheidsbevordering van de bestaande bestuursleden en vrijwilligers (Van Hoye et al. 2016). Vanuit Voel je fit denk je bij professionalisering aan het vervangen van vrijwilligers door betaalde krachten – de professionals (Lucassen en Van Kalmthout 2015). Ook een woord als ‘meedoen’ is in sportdiscussies een allemansvriend, met in elk perspectief een andere betekenis.

De perspectieven – en hun onderlinge verbindingen – kunnen ook helpen bij het lezen en schrijven van beleidsnota’s over sport. Wanneer je met deze perspectieven in het achterhoofd recente gemeentelijke sportnota’s leest, zie je dat deze vooral zijn geschreven vanuit Door Vriendschap Verenigd (DVV) en Voel je fit. Alleen in de nota’s van de grotere steden is het perspectief Leef mee meegenomen.
Als schrijver van een sportnota kan het helpen om een concepttekst eens vanuit de vier verschillende perspectieven door te (laten) lezen. Dat verhoogt het draagvlak voor de nota en geeft beter aan waar keuzes, al dan niet bewust, gemaakt zijn. Daarmee levert de nota echt een bijdrage aan een sportiever Nederland.