In 2022 sportte 71% van de Nederlandse bevolking 12x per jaar of vaker

Het aandeel van de bevolking van 6 jaar en ouder dat 12 keer per jaar of vaker sport

 

Bron: CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) Vrijetijdsomnibus (VTO) CBS, 2012-2018 (SCP Sociaal Cultureel Planbureau (Sociaal Cultureel Planbureau)), 2020-2022 (Mulier Instituut)
Meetjaar: 2022
Nieuwe cijfers: 2025

Overzicht

Sportdeelname 12 keer per jaar is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Hoeveel Nederlanders sporten er minimaal 12 keer per jaar? Op deze pagina worden de nationale cijfers gepresenteerd en cijfers voor  verschillende groepen in de bevolking beschreven.

Heden, verleden en toekomst

Nationaal

Sla de grafiek Sportdeelname minimaal 12 keer per jaar 2012-2022* over en ga naar de datatabel

7 op de 10 Nederlanders sport minstens 12 keer per jaar

In 2022 deed 71% van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder minstens 12 keer per jaar aan sport. Dit percentage is relatief stabiel over de tijd. 

De Sport Toekomstverkenning concludeert dat tot 2030 de sportdeelname ongeveer gelijk zal blijven. Wel zal er een verschuiving plaatsvinden naar andere typen sport dan nu populair zijn, voornamelijk naar meer individuele sporten.

 

Landsdeel

Sla de grafiek Sportdeelname minimaal 12 keer per jaar 2022 over en ga naar de datatabel

Laagste sportdeelname in Zuid-Nederland 

In 2022 deed 67% van de Zuid-Nederlanders van 6 jaar en ouder minstens 12 keer per jaar aan sport. Dit is lager dan voor de andere landsdelen (71%-72%). 

In Zuid-Nederland is het percentage in 2022 iets lager dan in voorgaande jaren, in Noord-Nederland daarentegen iets hoger. In Oost- en West-Nederland is het percentage van 2022 vergelijkbaar met eerdere jaren.

*NB: de cijfers van 2012, 2014 en 2016 zijn aangepast vanwege een nieuwe weging. Daarnaast is in 2020 door de coronacrisis het veldwerk anders verlopen dan normaal. Hierdoor zijn er minder face-to-face interviews afgenomen. Het is onbekend of deze aanpassingen de vergelijkbaarheid met eerdere metingen hebben beïnvloed. Door een wat tegenvallende respons van de face-to-face interviews in 2022 zijn extra respondenten benaderd voor de interviews. Een en ander had tot gevolg dat het veldwerk voor een kleine groep later plaatsvond (maart-mei 2023).

Bron: CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) Vrijetijdsomnibus (VTO). 2012-2018, SCP Sociaal Cultureel Planbureau (Sociaal Cultureel Planbureau) in samenwerking met het CBS. De VTO-metingen van 2020-2022 zijn tot stand gekomen via een samenwerking van de Boekmanstichting (namens OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen)) en het Mulier Instituut (namens VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)) met het CBS. 

Methode: Sportdeelname 12 keer per jaar is nagevraagd in de VTO. Aan de respondenten is gevraagd welke sporten zij in de afgelopen 12 maanden hebben beoefend en hoe vaak zij in totaal hebben gesport. Meer informatie over de methode is te vinden op de methode pagina van de (kern)indicatoren.

Sportdeelname 12 keer per jaar door verschillende groepen in de bevolking

Geslacht

Sla de grafiek Sportdeelname minimaal 12 keer per jaar 2012-2022 over en ga naar de datatabel

Geen verschil in sportdeelname tussen mannen en vrouwen

In 2022 deden Nederlandse mannen van 6 jaar en ouder ongeveer even vaak minimaal 12 keer per jaar aan sport dan vrouwen (72% versus 69%).  Dit beeld komt overeen met cijfers uit 2018 en 2020. In de jaren 2012 t/m 2016 was het aandeel mannen dat minimaal 12x per jaar sportte iets hoger dan onder vrouwen. 

Over de tijd zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen afgenomen.

 

Leeftijd

Sla de grafiek Sportdeelname minimaal 12 keer per jaar 2012-2022 over en ga naar de datatabel

Sportdeelname van jongeren hoger dan van ouderen

In 2022 nam het percentage Nederlanders van 6 jaar en ouder dat minstens 12 keer per jaar sport af met het toenemen van de leeftijd. Dit is voor alle meetjaren het geval. 

In de periode 2012-2022 lijkt het aandeel 20 t/m 34 jarigen dat minstens 12 keer per jaar sport af te nemen. Voor 80 plussers is  dit percentage juist  toegenomen. Voor de overige leeftijdsgroepen zijn er in de afgelopen jaren geen duidelijke verandering te zien. 

Opleidingsniveau

Sla de grafiek Sportdeelname minimaal 12 keer per jaar 2012-2022 over en ga naar de datatabel

Hogeropgeleiden sporten vaker minstens 12 keer per jaar

In 2022 sportte 82% van de hogeropgeleide Nederlanders van 25 jaar en ouder minstens 12 keer per jaar terwijl dit onder de lageropgeleiden 48% was. De sportdeelname van middelbaar opgeleiden ligt daar tussen in (62%). Dit beeld komt overeen met cijfers uit eerdere meetjaren.

Het percentage lager, middelbaar en hogeropgeleiden dat 12 keer per jaar of vaker sport is min of meer stabiel tussen 2012 en 2022.

Chronische aandoening/beperking

Sla de grafiek Sportdeelname minimaal 12 keer per jaar 2012-2022 over en ga naar de datatabel

Mensen met een aandoening of beperking sporten minder vaak

In 2022 was het percentage Nederlanders van 6 jaar en ouder met een chronische aandoening en/of lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) dat minstens 12 keer per jaar sport lager dan mensen zonder chronische aandoening of beperking.  Dit beeld komt overeen met eerdere jaren. Het aandeel Nederlanders met en zonder  een aandoening en/of beperking dat minimaal 12x per jaar sport is min of meer stabiel in de periode 2012 en 2022, met uitzondering van het meetjaar 2014.

Meer informatie over het beweeg- en sportgedrag van mensen met een chronische aandoening en lichamelijke beperking is te vinden in dit RIVM rapport.

Overig

Download de overige uitsplitsingen

De kernindicator sportdeelname 12 keer per jaar is ook uitgesplitst  naar:

  • Herkomst
  • Burgerlijke staat
  • Huishoudsamenstelling
  • Maatschappelijke arbeidspositie
  • Mate van verstedelijking
  • Gemeentegrootte
  • Ervaren gezondheid
  • Lichamelijke beperking
  • Huishoudinkomen
  • Geaardheid
  • Landsdeel

Deze cijfers zijn te vinden in een Excelbestand dat hieronder te downloaden is.

Motieven voor sportdeelname

Totale populatie

Sla de grafiek Belangrijke redenen om te sporten 2022 over en ga naar de datatabel

Plezier, gezondheid en conditie belangrijk

In 2022 sportte 9 op 10 personen van 6 jaar en ouder dat minimaal 12 keer per jaar sport voor hun plezier of voor hun gezondheid en/of conditie. Ook werden sociale contacten door 61% genoemd als belangrijke reden om te sporten.

Sportlocatie en sportverband

Sportlocatie

Sla de grafiek Locatie waar wordt gesport 2012-2022* over en ga naar de datatabel

Vaak sporten bij een overdekte sportaccommodatie en op de openbare weg of in de natuur 

In 2022 werd door personen van 6 jaar en ouder die minimaal 12 keer per jaar sporten het vaakst gesport bij een overdekte sportaccommodatie, zoals een sporthal, gymzaal, zwembad of fitnesscentrum, en op de openbare weg of in de natuur, zoals een park, bos, strand of meer. Tot en met 2018 werd er het vaakst in een overdekte sportaccommodatie gesport en minder vaak op de openbare weg of in natuur. In 2020 werd er daarnaast ook vaker thuis gesport.

Sportverband

Sla de grafiek Sportverband, 2012-2022 over en ga naar de datatabel

Het vaakst ongeorganiseerd gesport

In 2022 werd door personen van 6 jaar en ouder die minstens 12 keer per jaar sporten het vaakst alleen, ongeorganiseerd gesport (meerdere antwoorden per persoon mogelijk). Daarnaast werd er vaak in groepsverband of als lid van een sportvereniging of van een fitnesscentrum / commerciële sportaanbieder gesport. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Meer informatie over sportverband naar achtergrondkenmerken is hier te vinden.

Meer informatie

G.C.W. Wendel-Vos (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))