Het nationale sportakkoord omvat een aantal thema's. De voortgang op het thema 'Vitale sport- en beweegaanbieders' wordt gemonitord aan de hand van onderstaande indicatoren:

 

Vitaliteit sportverenigingen

Vitale sportverenigingen

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Een kwart van de sportverenigingen is vitaal

In de winter van 2018/2019 was 25% van de Nederlandse sportverenigingen een vitale vereniging.  Vitale verenigingen zijn organisatiekrachtig en vervullen een maatschappelijke rol. Het aandeel sportverenigingen dat alleen als krachtig (43%) beschouwd kan worden ligt hoger dan voor alleen maatschappelijke verenigingen (11%). Eén op de vijf (21%) van de sportverenigingen kan gezien worden als kwetsbaar. Deze verenigingen hebben een minder krachtige organisatie en hebben nauwelijks oog voor een bredere maatschappelijke functie.

Meer informatie over vitale sportverenigingen in Nederland is beschikbaar in de vorm van een rapport en een factsheet

Landsdelen

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Aandeel vitale verenigingen relatief laag in Noord-Nederland

In de winter van 2018/2019 was het aandeel vitale sportverenigingen relatief laag in Noord-Nederland (15%). Het percentage lag hoger voor Oost-Nederland (29%) en Zuid-Nederland (28%).

 

 

 

 

 

Krimpstatus

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Het aandeel vitale verenigingen lager in topkrimpgebieden

In topkrimpgebieden was het aandeel vitale sportverenigingen het laagst met 20%. Het percentage was ongeveer gelijk voor anticipeergebieden (25%) en gebieden zonder krimpstatus (26%).

*Een krimpgebied is een gebied dat te maken heeft met bevolkingsdaling.  Een anticipeergebied is een regio waar in de toekomst krimp wordt verwacht.  De Nederlandse overheid hanteert een lijst met krimpgebieden en anticipeergebieden  welke daardoor extra aandacht krijgen (bv ontzien bij bezuinigingen).

Bron: Verenigingspanel winter 2018/2019, Mulier Instituut
Methode: De indicator vitaliteit van sportverenigingen is een combinatie van twee indexen: organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatieOrganisatiekracht bestaat uit vijf criteria: beleid, leden, kader (zoals bestuur, trainer en coaches), accommodatie en financiën. Elk criterium van organisatiekracht bestaat uit een aantal vragen van de Verenigingsmonitor waarop door verenigingen wordt gescoord. Een onvoldoende wordt gescoord wanneer een vereniging minder dan 40 procent van de punten in een criterium heeft gehaald. Een score ‘matig’ staat voor 40 tot en met 59 procent van het totaal aantal punten, een score ‘voldoende’ voor 60 tot en met 79 procent, en een score ‘goed’ voor 80 procent of meer van de punten. De totaalscores van alle vijf criteria bepaalt de totaalscore van organisatiekracht. Deze totaalscore wordt vervolgens opnieuw ingedeeld in onvoldoende, matig, voldoende en goed, volgens genoemde indeling. Ditzelfde geldt voor de index maatschappelijke oriëntatie. Een vereniging wordt als vitaal gedefinieerd bij een score van 'voldoende' of 'goed' op beide indexen. Een kwetsbare verenigingen scoort op beide indexen 'onvoldoende' of 'matig'. Lees hier over de scoringsmodellen die gebruikt worden om de vitaliteitsindex samen te stellen.

Nieuwe cijfers: 2021 

Open sportaanbieders

Open sportaanbieders

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

15% van de sportverenigingen is een open sportaanbieder

In Nederland was in de winter van 2018/2019 15% van de sportverenigingen een open sportaanbieder. Sportverenigingen scoren het hoogst op de dimensies Samenwerken (35%) en Vraaggericht (31%). Ondernemingszin (15%) en een Open cultuur (13%) zijn bij verenigingen minder aan de orde. 

Meer informatie over open sportaanbieders is hier te vinden.

Landsdelen

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Vergaand open sportaanbieders alleen in West-Nederland

In Nederland was in de winter van 2018/2019 15% van de sportverenigingen een open sportaanbieder. In West-Nederland (19%) lag dit percentage hoger dan in de andere landsdelen. Vergaand open sportaanbieders komen ook alleen in West-Nederland voor.

 

 

Krimpstatus

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

15% open sportaanbieders ongeacht krimpstatus

In de winter van 2018/2019 was 15% van de  sportvereniging in Nederland een open sportaanbieder. Dit percentage is nagenoeg gelijk voor gebieden met en zonder krimpstatus. Vergaand open sportaanbieders kwamen in topkrimpgebieden niet voor.

*Een krimpgebied is een gebied dat te maken heeft met bevolkingsdaling.  Een anticipeergebied is een regio waar in de toekomst krimp wordt verwacht.  De Nederlandse overheid hanteert een lijst met krimpgebieden en anticipeergebieden .

Bron: Verenigingspanel winter 2018/2019, Mulier Instituut
Methode: De indicator Open Sportaanbieders is gebaseerd op de index ‘Open club’.  Binnen deze index worden vier dimensies onderscheiden: Open cultuur, Ondernemerszin, Vraaggerichtheid en Samenwerking. Elke dimensie bestaat uit een aantal vragen waarop verenigingen scoren. De score op een dimensie wordt bepaald door het percentage punten dat is behaald binnen een dimensie. Op basis van de totaalscore op deze vier dimensies wordt een vereniging ingedeeld naar de mate van openheid. Een vereniging is niet of nauwelijks open wanneer een vereniging minder dan 40 procent van de punten in een criterium heeft gehaald. Een score ‘enigszins open’ staat voor 40 tot en met 59 procent van het totaal aantal punten, een score ‘grotendeels open’ voor 60 tot en met 79 procent, en een score ‘vergaand open’ voor 80 procent of meer van de punten. Een vereniging wordt als 'Open sportaanbieder" gedefinieerd  bij een score 'grotendeels open' of 'vergaand open'.
Nieuwe cijfers: 2021

Omvang vrijwillig kader

Landsdelen

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

4 op de 5 verenigingen beschikt over voldoende vrijwilligers

In de winter van 2018/2019 beschikte 82% van sportverenigingen over voldoende vrijwilligers. In Oost-Nederland beschikte 89% van de sportverenigingen over voldoende vrijwilligers terwijl dit aandeel in West-Nederland een stuk lager lag (77%). 

 

Meer informatie over beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers bij sportvereningingen over de tijd is hier te vinden.

Krimpstatus

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Verenigingen in anticipeergebieden beschikken minder vaak over voldoende vrijwilligers

In de winter van 2018/2019 beschikte 83% van sportverenigingen in gebieden zonder krimpstatus over voldoende vrijwillig kader. In topkrimgbieden (87%) lag het aandeel hoger in verglijking met anticipeergebieden (77%). 

*Een krimpgebied is een gebied dat te maken heeft met bevolkingsdaling.  Een anticipeergebied is een regio waar in de toekomst krimp wordt verwacht.  De Nederlandse overheid hanteert een lijst met krimpgebieden en anticipeergebieden.

Bron: Verenigingspanel winter 2018/2019, Mulier Instituut
Methode: Aan de sportverenigingen in het verenigingspanel is gevraagd of zij over voldoende vrijwillig kader beschikken. Op deze vragen waren er drie antwoordopties mogelijk; 'ja, we zijn niet op zoek naar vrijwilligers', 'ja, maar we zijn ook nog op zoek naar vrijwilligers' of 'Nee'.  Meer informatie over het verenigingspanel is hier te vinden.
Nieuwe cijfers: 2021

Samenwerking sportaanbieders onderling en met gemeente

Landsdelen

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Het merendeel van de verenigingen werkt samen met gemeente

In de winter van 2018/2019 werkte 57% van de sportverenigingen samen met de gemeente. In Zuid-Nederland lag dit percentage het hoogste (63%). Tussen Noord-, Oost-, en West-Nederland waren weinig verschillen te zien.

Meer informatie over maatschappelijk orientatie van sportverenigingen is hier te vinden.

 

Krimpstatus

Sla de grafiek over en ga naar de datatabel

Het meerendeel van de verenigingen werkt samen met gemeente

In de winter van 2018/2019 werkte 59% van de sportverenigingen in gebieden zonder krimpstatus samen met gemeente. In de topkrimpgebieden werkte de minste sportverenigingen samen met gemeente (46%).

*Een krimpgebied is een gebied dat te maken heeft met bevolkingsdaling.  Een anticipeergebied is een regio waar in de toekomst krimp wordt verwacht.  De Nederlandse overheid hanteert een lijst met krimpgebieden en anticipeergebieden.

Bron: Verenigingspanel winter 2018/2019, Mulier Instituut
Methode: Aan de sportverenigingen in het verenigingspanel is gevraagd of zij met organisaties hebben samengewerkt in het afgelopen jaar. Hierbij konden zij aanvinken of zij wel/niet met verschillende organisaties hebben samengewerkt, waaronder: andere sportverenigingen, sportschool/fitnesscentrum en gemeente. Meer informatie over het verenigingspanel is hier te vinden.
Nieuwe cijfers: Verenigingenspanel in 2021
                                 Panel zwembaden, maneges en fitness in 2020

Inzet buurtsportcoaches voor vitale verenigingen

Cijfers verwacht medio januari 2020

Bron: Buurtsportcoachpanel, Mulier Instituut
              BSC-werkgeverspanel, Mulier Instituut
              VSG-gemeentepanel, VSG