Het nationale sportakkoord omvat een aantal thema's. De voortgang op het thema 'Vitale sport- en beweegaanbieders' wordt gemonitord aan de hand van onderstaande indicatoren:

Vitaliteit sportverenigingen

Vitale sportverenigingen

Sla de grafiek Vitaliteitsindex sportverenigingen in Nederland over en ga naar de datatabel

Minder sportverenigingen vitaal

In februari 2021 was 20% van de Nederlandse sportverenigingen een vitale vereniging te noemen. Vitale verenigingen zijn organisatiekrachtig en vervullen een maatschappelijke rol. 29% van de sportverenigingen kan gezien worden als kwetsbaar. Deze verenigingen hebben een minder krachtige organisatie en hebben nauwelijks oog voor een bredere maatschappelijke functie. Ten opzichte van de meting in winter 2018/2019 is het percentage vitale verenigingen lager en kwetsbare verenigingen hoger. Het coronajaar 2020 is ongetwijfeld van invloed op de cijfers uit de meting van begin 2021.
Meer informatie over vitale sportverenigingen in Nederland is beschikbaar in de vorm van een rapport en een factsheet

Landsdelen

Sla de grafiek Het aandeel vitale sportverenigingen naar landsdelen over en ga naar de datatabel

Aandeel vitale verenigingen relatief hoog in Zuid-Nederland

In februari 2021 was het aandeel vitale sportverenigingen het hoogst in Zuid-Nederland (24%). In Noord-Nederland is een lichte stijging van het aandeel vitale verenigingen te zien in februari 2021, ten opzichte van winter 2018/2019. In de andere landsdelen is er een daling.

 

Krimpstatus

Sla de grafiek Het aandeel vitale sportverenigingen naar krimpstatus* over en ga naar de datatabel

Het aandeel vitale verenigingen lager in topkrimpgebieden

Het aandeel vitale sportverenigingen is vergelijkbaar voor topkrimpgebieden en anticipeergebieden (repectievelijk 22% en 21%).  In vergelijking met het meetmoment van winter 2018/2019 (26%) is het aandeel vitale sportverenigingen in februari 2021 lager voor gebieden zonder krimpstatus (19%). 

*Een krimpgebied is een gebied dat te maken heeft met bevolkingsdaling. Een anticipeergebied is een regio waar in de toekomst krimp wordt verwacht. De Nederlandse overheid hanteert een lijst met krimpgebieden en anticipeergebieden  welke daardoor extra aandacht krijgen (bv ontzien bij bezuinigingen).

Bron: Verenigingspanel winter 2018/2019 en februari 2021, Mulier Instituut
Methode: De indicator vitaliteit van sportverenigingen is een combinatie van twee indexen: organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatieOrganisatiekracht bestaat uit vijf criteria: beleid, leden, kader (zoals bestuur, trainer en coaches), accommodatie en financiën. Elk criterium van organisatiekracht bestaat uit een aantal vragen van de Verenigingsmonitor waarop door verenigingen wordt gescoord. Een onvoldoende wordt gescoord wanneer een vereniging minder dan 40 procent van de punten in een criterium heeft gehaald. Een score ‘matig’ staat voor 40 tot en met 59 procent van het totaal aantal punten, een score ‘voldoende’ voor 60 tot en met 79 procent, en een score ‘goed’ voor 80 procent of meer van de punten. De totaalscores van alle vijf criteria bepaalt de totaalscore van organisatiekracht. Deze totaalscore wordt vervolgens opnieuw ingedeeld in onvoldoende, matig, voldoende en goed, volgens genoemde indeling. Ditzelfde geldt voor de index maatschappelijke oriëntatie. Een vereniging wordt als vitaal gedefinieerd bij een score van 'voldoende' of 'goed' op beide indexen. Een kwetsbare verenigingen scoort op beide indexen 'onvoldoende' of 'matig'. Lees hier over de scoringsmodellen die gebruikt worden om de vitaliteitsindex samen te stellen.

Nieuwe cijfers: 2023

Open sportaanbieders

Open sportaanbieders

Sla de grafiek Het aandeel verenigingen als open sportaanbieders over en ga naar de datatabel

11% van de sportverenigingen is een open sportaanbieder

In Nederland was in februari 2021 11% van de sportverenigingen een grotendeels open sportaanbieder. Sportverenigingen scoren het hoogst op de dimensies Samenwerken (35%) en Vraaggericht (32%). Ondernemingszin (11%) en een Open cultuur (8%) zijn bij verenigingen minder aan de orde. Bij de meting in de winter van 2018/2019 lagen de totale cijfers en cijfrs voor Open cultuur en Ondernemerszin iets lager.

Meer informatie over open sportaanbieders is in deze publicatie van het Mulier instituut te vinden.

Landsdelen

Sla de grafiek Het aandeel verenigingen als open sportaanbieder naar landsdelen over en ga naar de datatabel

Open sportaanbieders met name in Zuid-Nederland

In Nederland was in februari 2021 11% van de sportverenigingen een grotendeels open sportaanbieder. Het aandeel open sportaanbieders in West-Nederland was lager in februari 2021 in vergelijking met de peiling van winter 2018/2019.

 

 

Krimpstatus

Sla de grafiek Het aandeel verenigingen als open sportaanbieder naar gebieden* over en ga naar de datatabel

11% van de sportverenigingen is een open sportaanbieder

In Nederland was in februari 2021 11% van de sportverenigingen een grotendeels open sportaanbieder. Er zijn geen opvallende verschillen tussen verenigingen in gebieden zonder krimpstatus en met krimpstatus.

*Een krimpgebied is een gebied dat te maken heeft met bevolkingsdaling.  Een anticipeergebied is een regio waar in de toekomst krimp wordt verwacht.  De Nederlandse overheid hanteert een lijst met krimpgebieden en anticipeergebieden .

Bron: Verenigingspanel winter 2018/2019 en februari 2021, Mulier Instituut
Methode: De indicator Open Sportaanbieders is gebaseerd op de index ‘Open club’.  Binnen deze index worden vier dimensies onderscheiden: Open cultuur, Ondernemerszin, Vraaggerichtheid en Samenwerking. Elke dimensie bestaat uit een aantal vragen waarop verenigingen scoren. De score op een dimensie wordt bepaald door het percentage punten dat is behaald binnen een dimensie. Op basis van de totaalscore op deze vier dimensies wordt een vereniging ingedeeld naar de mate van openheid. Een vereniging is niet of nauwelijks open wanneer een vereniging minder dan 40 procent van de punten in een criterium heeft gehaald. Een score ‘enigszins open’ staat voor 40 tot en met 59 procent van het totaal aantal punten, een score ‘grotendeels open’ voor 60 tot en met 79 procent, en een score ‘vergaand open’ voor 80 procent of meer van de punten. Een vereniging wordt als 'Open sportaanbieder" gedefinieerd  bij een score 'grotendeels open' of 'vergaand open'.
Nieuwe cijfers: 2023

Omvang vrijwillig kader

Voldoende vrijwilligers

Sla de grafiek Het aandeel sportverenigingen met voldoende vrijwilligers over en ga naar de datatabel

5 op de 6 verenigingen beschikt over voldoende vrijwilligers

In februari 2021 beschikte 85% van de sportvrenigingen over voldoende vrijwilligers. Dit percentage is vergelijkbaar met het meetmoment in winter 2018/2019.

Meer informatie over beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers bij sportvereningingen over de tijd is hier te vinden.

 

Landsdelen

Sla de grafiek Het aandeel sportverenigingen met voldoende vrijwilligers over en ga naar de datatabel

Verenigingen in West-Nederland het vaakst voldoende vrijwilligers 

In West-Nederland beschikte 89% van de sportverenigingen over voldoende vrijwilligers terwijl dit aandeel in Zuid-Nederland een stuk lager lag (80%). Het aandeel verenigingen met voldoende vrijwilligers ligt ten opzichte van de vorige meting in de winter van 2018/2019 hoger voor West- Nederland en lager voor Oost-Nederland.

 

Krimpstatus

Sla de grafiek Het aandeel sportverenigingen met voldoende vrijwilligers* over en ga naar de datatabel

Verenigingen in anticipeergebieden beschikken minder vaak over voldoende vrijwilligers

In februari 2021 beschikte 85% van sportverenigingen in gebieden zonder krimpstatus over voldoende vrijwillig kader. In topkrimgbieden (93%) lag het aandeel hoger in vergelijking met anticipeergebieden (75%). Dit verschil is ook te zien in meetjaar 2018. 

*Een krimpgebied is een gebied dat te maken heeft met bevolkingsdaling.  Een anticipeergebied is een regio waar in de toekomst krimp wordt verwacht. De Nederlandse overheid hanteert een lijst met krimpgebieden en anticipeergebieden.

Bron: Verenigingspanel winter 2018/2019 en februari 2021, Mulier Instituut
Methode: Aan de sportverenigingen in het verenigingspanel is gevraagd of zij over voldoende vrijwillig kader beschikken. Op deze vragen waren er drie antwoordopties mogelijk; 'ja, we zijn niet op zoek naar vrijwilligers', 'ja, maar we zijn ook nog op zoek naar vrijwilligers' of 'Nee'.  Meer informatie over het verenigingspanel is hier te vinden.
Nieuwe cijfers: 2023

Samenwerking sportaanbieders onderling en met gemeente

Samenwerkingen

Sla de grafiek Het aandeel sportverenigingen in samenwerking met gemeente, andere verenigingen en sportscholen over en ga naar de datatabel

Ruim de helft van de verenigingen werkt samen met gemeente en andere verenigingen

In februari 2021 werkte 58% van de sportverenigingen samen met de gemeente en 51% met andere sportverenigingen. Daarnaast werkte 6% van de verenigingen met sportscholen en fitnesscentra samen. Het aandeel verenigingen dat samenwerkt met andere sportverenigingen was hoger bij het meetmoment in de winter van 2018/2019. 

Landsdelen

Sla de grafiek Het aandeel sportverenigingen in samenwerking met gemeente over en ga naar de datatabel

Ruim de helft van de verenigingen werkt samen met gemeente

In februari 2021 werkte 58% van de sportverenigingen samen met de gemeente. In Oost-Nederland lag dit percentage het hoogste met 62%. Het aandeel sportverenigingen dat samenwerkt met gemeenten lag lager in West- en Zuid-Nederland (beide 57%). 

Meer informatie over maatschappelijk orientatie van sportverenigingen is hier te vinden.

Krimpstatus

Sla de grafiek Het aandeel sportverenigingen in samenwerking met gemeente* over en ga naar de datatabel

Sportverenigingen in topkrimpgebieden werken minder vaak samen met gemeente

Sportverenigingen in topkrimpgebieden werken, in vergelijking met andere gebieden, minder vaak samen met de gemeente (48%). Dit is ook terug te zien in het meetmoment van winter 2018/2019. 

*Een krimpgebied is een gebied dat te maken heeft met bevolkingsdaling.  Een anticipeergebied is een regio waar in de toekomst krimp wordt verwacht. De Nederlandse overheid hanteert een lijst met krimpgebieden en anticipeergebieden.

Bron: Verenigingspanel winter 2018/2019 en februari 2021, Mulier Instituut
Methode: Aan de sportverenigingen in het verenigingspanel is gevraagd of zij met organisaties hebben samengewerkt in het afgelopen jaar. Hierbij konden zij aanvinken of zij wel/niet met verschillende organisaties hebben samengewerkt, waaronder: andere sportverenigingen, sportschool/fitnesscentrum en gemeente. Meer informatie over het verenigingspanel is hier te vinden.
Nieuwe cijfers: 2023

Samenwerking onderling en met gemeente

Sla de grafiek Het aandeel ondernemende sportaanbieders* in samenwerking met verschillende organisaties over en ga naar de datatabel

Ruim de helft van de sportaanbieders werkt samen met gemeente

In 2019 werkten 56% van de ondernemende sportaanbieders samen met de gemeente. Ook werkte ondernemende sportaanbieders regelmatig samen met sportaanbieders uit dezelfde branche (44%) of een sportvereniging (42%).

*De ondernemende sportaanbieders in dit onderzoek zijn fitnessaanbieders, paardensportaanbieders en zwemaanbieders. 

Bron: Peiling ondernemende sportaanbieders 2019, Mulier Instituut
Methode: Deze resultaten zijn afkomstig uit een online peiling in december 2019 onder 468 ondernemende sportaanbieders: fitnessondernemers (n=125), paardensportaanbieders (n=139) en zwemaanbieders (zwembaden en -scholen; n=204). Meer informatie over de peiling onder ondernemende sportaanbieders uit december 2019 is hier te vinden .
Nieuwe cijfers: najaar 2021

Inzet buurtsportcoaches

Buurtsportcoaches, combinatiefunctionarissen en cultuurcoaches maken onderdeel uit van de Brede Regeling Combinatiefuncties. Ze stimuleren sporten, bewegen en/of deelnemen aan cultuur en verbinden verschillende sectoren. In 2020 waren er in 350 (van de 355) gemeenten buurtsportcoaches werkzaam. In totaal gaat het om 3.468 fte. Buurtsportcoaches hebben een rol in de uitvoering van de ambities binnen de thema's van het Nationaal Sportakkoord.

Informatie over de inzet van buurtsportcoaches is afkomstig uit drie bronnen:

  • Een panel van buurtsportcoaches (het panel Wij Buurtsportcoaches)
  • Een panel van Nederlandse gemeenten (het VSG gemeentepanel)
  • Een panel van werkgevers van buurtsportcoaches (het VSG werkgeverspanel)

Onderstaande informatie is ook terug te vinden in het factsheet 'De inzet van buurtsportcoaches voor het nationaal sportakkoord' uit 2019 van het Mulier instituut. Meer informatie over de inzet van buurtsportcoaches op de zes thema’s (‘deelakkoorden’) van het Nationaal Sportakkoord uit de peilingen in het voorjaar van 2021 is terug te vinden in een het factsheet 'De inzet van buurtsportcoaches voor lokale sportakkoorden'.

2021

Sla de grafiek Werkzaamheden waarmee buurtsportcoaches bijdragen aan de ambitie van het deelakkoord vitale sport- en beweegaanbieders, 2021 over en ga naar de datatabel

Lokale samenwerkingen en ondersteuning van verenigingen van belang

In 2021 leverde 78% van de ondervraagde buurtsportcoaches met hun werkzaamheden een bijdrage aan de ambities van het thema Vitale sport- en beweegaanbieders. Van de ondervraagde gemeenteambtenaren gaf  90% aan dat hun buurtsportcoaches een bijdrage leveren aan dit thema, van de ondervraagde werkgevers was dit 92%. Buurtsportcoaches richten zich met name op het verbeteren van de lokale samenwerking, ondersteuning aan verenigingen, het ontwikkelen van het sportaanbod en de ondersteuning van de organisatie van het sportaanbod.

2019

Sla de grafiek Werkzaamheden waarmee buurtsportcoaches bijdragen aan de ambitie van het deelakkoord vitale sport- en beweegaanbieders, 2019 over en ga naar de datatabel

Lokale samenwerkingen en ondersteuning van verenigingen van belang

In 2019 leverde 80% van de ondervraagde buurtsportcoaches met hun werkzaamheden een bijdrage aan de ambities van het thema Vitale sport- en beweegaanbieders. Van de ondervraagde gemeenteambtenaren gaf  87% aan dat hun buurtsportcoaches een bijdrage leveren aan dit thema. Buurtsportcoaches richten zich met name op het verbeteren van de lokale samenwerking, ondersteuning aan verenigingen, het ontwikkelen van het sportaanbod en de ondersteuning van de organisatie van het sportaanbod.

Bron: Mulier Instituut/VSG, VSG gemeentepanel, najaar 2019 en voorjaar 2021.
              Mulier Instituut, panel Wij Buurtsportcoaches, najaar 2019 en voorjaar 2021. 
              Mulier Instituut, VSG werkgeverspanel, voorjaar 2021.

Methode: De methode beschrijving is te vinden op de website van het Mulier instituut.
Nieuwe cijfers: 2023