Wijziging Welzijnswet (1994)

Wijziging Welzijnswet (1994)

Referentie

Welzijnswet, Staatsblad 1994

Web-link

https://wetten.overheid.nl/BWBR0006705/2006-03-08

Korte omschrijving/doelstelling

Bij de wijziging van de Welzijnswet in 1994 is het sportbeleid onder de werking van

deze wet gebracht.

Welzijnsnota 1995-1998 Naar eigen vermogen (1994)

Welzijnsnota 1995-1998 Naar eigen vermogen (1994)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Referentie

VWS (1994). Welzijnsnota 1995-1998. Naar eigen vermogen. Rijswijk: ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dossiernummer 23900 XVI.

Web-link

 

Kamerstuk Tweede Kamer 1994-1995, kamerstuknummer 23900 XVI, ondernummer 22.

http://resolver.kb.nl/resolve?urn=sgd%3Ampeg21%3A19941995%3A0001752

Korte omschrijving/doelstelling

In deze Welzijnsnota worden de hoofdlijnen gepresenteerd van het in de komende vier jaar door de rijksoverheid te voeren welzijnsbeleid; een en ander conform artikel 8 van de Welzijnswet 1994.

Nota Gezond en Wel, kader van het volksgezondheidsbeleid 1995-1998 (1995)

Nota Gezond en Wel, kader van het volksgezondheidsbeleid 1995-1998 (1995)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Referentie

VWS (1995). Gezond en Wel, kader van het volksgezondheidsbeleid 1995-1998. Rijswijk: ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dossiernummer 24126.

Web-link

 

Nota:

Kamerstuk Tweede Kamer 1994-1995, kamerstuknummer 24126, ondernummer 2.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24126-2.html

Begeleidende brief:

Kamerstuk Tweede Kamer 1994-1995, kamerstuknummer 24126, ondernummer 1.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24126-1.html

Brief minister:

Kamerstuk Tweede Kamer 1995-1996, kamerstuknummer 24126, ondernummer 6.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24126-6.html

Korte omschrijving/doelstelling

Deze nota presenteert de beleidsvoornemens voor de volksgezondheid van het kabinet. Er zal worden gestreefd naar een beperking van de gezondheidsschade door omgevingsfactoren dat tot uitdrukking komt in een aantal prioriteiten in preventie: ontmoediging van het tabaksgebruik, verbetering van de voeding, stimuleren van gezonde lichaamsbeweging, vergroten van de veiligheid privé, op het werk en op straat. Verder worden enige specifieke maatregelen getroffen ter versterking van de preventie van chronische ziekten en van de uitvoering van preventieactiviteiten in de eerste-lijns-zorg. Dit integrale kabinetsbeleid komt tot uiting in het beleid van meerdere ministeries.

In het regeerakkoord is aangegeven dat de groei van de uitgaven in het kader van de volksgezondheid binnen verantwoorde grenzen dient te blijven. Dat verplicht tot een kritische beoordeling van de doelmatigheid van de bestaande hulpverlening en tot een zorgvuldige aanwending van de beschikbare middelen. Een gerichte beleidsinspanning tot het verhogen van de doelmatigheid in nauwe afstemming met de beroepsbeoefenaren en de gebruikers, vormt dan ook een noodzakelijk onderdeel van dit beleidsprogramma.

Ter ondersteuning van deze beleidsvoornemens treft het kabinet ook maatregelen op een aantal aangrenzende onderwerpen: een thematische aansturing van het beleid onderbouwende onderzoek; een verbetering van de informatievoorziening van het Ministerie van VWS; de ontwikkeling van een FOZ-breed ramingsmodel van gebruik en kosten van de zorg; een scherpere scheiding tussen advisering en overleg; en een Nederlandse inbreng in internationale organen die gericht is op meer samenhang en onderlinge samenwerking.

In de vorm van specifieke beleidsnota’s worden de hoofdlijnen van deze nota uitgewerkt.

Brief staatssecretarissen over de bevordering van 'life-time' deelname aan sport en bewegingsactiviteiten (1995)

Brief staatssecretarissen over de bevordering van 'life-time' deelname aan sport en bewegingsactiviteiten (1995)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen)

Referentie

tk (1995/1996). Rijksbegroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 1996; Brief staatssecretarissen Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de bevordering van 'life-time' deelname aan sport en bewegingsactiviteiten. Tweede Kamer, vergaderjaar 1995/1996, 24400-XVI nr. 11.

Web-link

Kamerstuk Tweede Kamer 1995-1996, kamerstuknummer 24400-XVI, ondernummer 11.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XVI-11.html

Korte omschrijving/doelstelling

 

Een actieplan lichamelijke opvoeding en sport kan een waardevolle bijdrage leveren aan de bevordering van 'life-time' deelname aan sport en bewegingsactiviteiten. In deze brief wordt aangekondigd hoe op korte termijn gekomen kan worden tot het brede plan van aanpak “Jeugd in Beweging”. De doelstelling van het beleid is door het stimuleren van de ontwikkeling van een levenslange bewegingsgerichte attitude bij jongeren de gezondheid, de maatschappelijke betrokkenheid en het maatschappelijk welbevinden te verbeteren. De realisering van deze doelstellingen kan alleen succesvol zijn als de verschillende beleidsactoren (scholen, onderwijsondersteunende organisaties, sport(stimulerings)organisaties, organisaties in de preventieve gezondheidszorg, gemeenten, provincies, ministeries) betrokken zijn bij de ontwikkeling van het actieplan. Een meerjarig project “Jeugd in Beweging” wordt gerealiseerd dat vanaf september 1996 tot uitvoering zal worden gebracht. Het meerjarenprogramma zal ten minste 4 jaar gaan duren en worden afgesloten met een evaluatie. Daartoe zal voor het einde van het jaar 1995 een projectgroep worden ingesteld.

Brief staatssecretarissen over beleid rondom jeugd en lichamelijke opvoeding (1996)

Brief staatssecretarissen over beleid rondom jeugd en lichamelijke opvoeding (1996)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen)

Referentie

tk (1995/1996). Rijksbegroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 1996; Brief staatssecretarissen Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over beleid rondom jeugd en lichamelijke opvoeding. Tweede Kamer, vergaderjaar 1995/1996, 24400-XVI, nr 59.

Web-link

Kamerstuk Tweede Kamer 1995-1996, kamerstuknummer 24400-XVI, ondernummer 59.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XVI-59.html

Korte omschrijving/doelstelling

 

In deze brief wordt een richtinggevend kader geschetst aan de hand van de doelstellingen van het beleid. Dat kader zal door de ingestelde projectgroep “Jeugd in Beweging” uitgewerkt worden.

Het richtinggevend kader van het toekomstig beleid omvat vier pijlers. De eerste pijler bestaat uit het bevorderen van de kwaliteit van sport en lichamelijke opvoeding, met als resultaat dat jongeren meer gemotiveerd worden om aan bewegingsactiviteiten deel te nemen. De tweede pijler richt zich op het actief betrekken van de jongeren bij de keuze, opzet en organisatie van sport en bewegingsactiviteiten. In de derde pijler wordt een relatie gelegd tussen sport en bewegen en een gezonde leefstijl. In de vierde pijler wordt sport als middel gekozen om jongeren die om de één of andere reden maatschappelijk aan de zijlijn staan bij de samenleving te betrekken.

Nota Wat sport beweegt. Contouren en speerpunten voor het sportbeleid van de rijksoverheid (1996)

Nota Wat sport beweegt. Contouren en speerpunten voor het sportbeleid van de rijksoverheid (1996)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Referentie

VWS (1996) Wat sport beweegt. Rijswijk: ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dossiernummer 25125.

Web-link

 

Nota:

Kamerstuk Tweede Kamer 1996-1997, kamerstuknummer 25125, ondernummer 2.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25125-2.html

Begeleidende brief:

Kamerstuk Tweede Kamer 1996-1997, kamerstuknummer 25125, ondernummer 1.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25125-1.html

Brief plan van aanpak implementatie:

Kamerstuk Tweede Kamer 1997-1998, kamerstuknummer 25125, ondernummer 6.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25125-6.html

Korte omschrijving/doelstelling

 

Deze integrale interdepartementale sportnota is opgesteld vanuit het uitgangspunt dat sport unieke kansen biedt voor een evenwichtige ontwikkeling van de hedendaagse samenleving. De centrale beleidsdoelstelling in de nota is dan ook “Het, met inachtneming van de intrinsieke waarde, optimaal benutten van de positieve maatschappelijke waarde van sport door:

  • het veilig stellen en (waar nodig) verbeteren van de kwaliteit van de sportbeoefening;
  • het versterken van de kwaliteit van de sportinfrastructuur;
  • het verbeteren van de samenhang van het (mede) op sport betrekking hebbende beleid.”
Beleidsnotitie Sport in ontwikkeling: samenspel scoort! (1998)

Beleidsnotitie Sport in ontwikkeling: samenspel scoort! (1998)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ)

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Referentie

tk (1998). Sport en ontwikkelingssamenwerking – Brief van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met beleidsnotitie "Sport in ontwikkeling: samenspel scoort!". Tweede Kamer, vergaderjaar 1997/1998, 26030, nr 1.

Web-link

 

Kamerstuk Tweede Kamer 1997-1998, kamerstuknummer 26030, ondernummer 1.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26030-1.html

Korte omschrijving/doelstelling

 

De doelstellingen van het Nederlands ontwikkelingssamenwerkingsbeleid en het sportbeleid bieden duidelijke aanknopingspunten om te komen tot een gezamenlijk beleidskader voor sport in ontwikkelingssamenwerking. Het doel van dit beleid is “het bevorderen van een optimale inzet van lichamelijke opvoeding, sport, spel en bewegingsactiviteiten in ontwikkelingslanden met als doel het welzijn, de gezondheid en de ontwikkeling van individuen te verbeteren en de cohesie en ontwikkeling van de samenleving te verhogen”. Binnen het Nederlands beleid zal dat op twee manieren worden uitgevoerd:

1. Via ondersteuning van zogenoemde ‘sport-plus’-activiteiten gericht op sport en lichamelijke opvoeding zelf waarbij de maatschappelijke effecten van deze activiteiten zo optimaal mogelijk benut worden.

2. Door het toevoegen van sport en bewegingsactiviteiten aan andere activiteiten, zoals plattelandsontwikkelingsprojecten, straatkinderenprogramma's, vrouwenprojecten of in vluchtelingenkampen, de zogenoemde ‘plus-sport’ activiteiten.

Om tot een goede invulling van het beleid te komen wordt de inzet van middelen gericht op de uitbreiding van de bilaterale samenwerking met landen in Afrika en de DOV-landen Costa Rica, Benin en Bhutan. Ook op multilateraal niveau wordt aandacht gevraagd voor de inzet van sportactiviteiten. Een extra impuls wordt gegeven aan het bevorderen van deskundigheid en kwaliteit zodat de inzet van sport en vergelijkbare activiteiten een hoger maatschappelijk rendement krijgt. Tevens worden meer onderzoek, voor een verdere onderbouwing van de activiteiten, en voorlichtings- en bewustwordingsactiviteiten in Nederland gestimuleerd.

Brief minister met beleidsreactie op het rapport "Sport en Bewegen: Kiezen voor de Toekomst" (1999)

Brief minister met beleidsreactie op het rapport "Sport en Bewegen: Kiezen voor de Toekomst" (1999)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen)

Referentie

OCW (1999) Brief minister met beleidsreactie op het rapport "Sport en Bewegen: Kiezen voor de Toekomst". Tweede Kamer, vergaderjaar 1998/1999, 25125, nr 9.

Web-link

 

Kamerstuk Tweede Kamer 1998-1999, kamerstuknummer 25125, ondernummer 9.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25125-9.html

Korte omschrijving/doelstelling

 

Het rapport “Sport en Bewegen: Kiezen voor de Toekomst” geeft een overzicht van de verworvenheden en tekortkomingen van de sporttechnische opleidingen en schetst de samenhang met de lerarenopleiding lichamelijke opvoeding. Voor een discussie over de reële mogelijkheden van de geschetste alternatieve beleidsscenario’s biedt het rapport nog onvoldoende basis. Het wordt van belang geacht dat per segment de verschillende veldorganisaties (werknemers, werkgevers en vakorganisaties) een rol spelen bij de ontwikkeling van opleidingen en het vaststellen van eindtermen. Daartoe wordt een proces begeleidende actor voorgesteld die vanuit de optiek van kennis over kwalificatiestructuren op het gebied van de sportopleidingen, richting kan geven aan dit interactieve proces. De volgende deelactiviteiten worden onderscheiden:

1. Aanvullende verkenningen:

Dit betreft een nadere verkenning van de arbeidsmarkt van sport en bewegen, een onderzoek naar de mogelijkheid van een betere positionering van de sociale partners bij de ontwikkeling en vernieuwing van opleidingen binnen de kaders van de WEB/WHW en het in kaart brengen van de kwaliteitszorg rondom de huidige opleidingen.

2. Primaire afstemming

Uitgaande van de huidige structuur van opleidingen is het wenselijk dat afstemming plaatsvindt tussen beroeps- en functieprofielen die in alle betreffende opleidingen gehanteerd worden en dat eindtermen op elkaar afgestemd worden. Eveneens zal aandacht moeten worden besteed aan de stimulering van mogelijke samenwerking en afstemming van modules en uitvoering van onderwijs.

3. Advisering

Advies van de procesbegeleider over de verdere voortang van het project, of en zo ja hoe, uitgaande van de bevindingen, de verder onderzochte knelpunten kunnen worden opgelost en of daarvoor wijzigingen in wetgeving, institutionalisering of financiering noodzakelijk zijn.

Nota Kansen voor topsport (1999)

Nota Kansen voor topsport (1999)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Referentie

VWS (1999) Kansen voor topsport. Den Haag: ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dossiernummer 26429.

Web-link

Nota:

Kamerstuk Tweede Kamer 1998-1999, kamerstuknummer 26429, ondernummer 2.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26429-2.html

Brief:

Kamerstuk Tweede Kamer 1998-1999, kamerstuknummer 26429, ondernummer 1.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26429-1.html

Brief staatssecretaris met nadere informatie over beleid tegen doping in sport en standpunt rapp.'Opsporing overtredingen wet geneesmiddelen':

Kamerstuk Tweede Kamer 1998-1999, kamerstuknummer 26429, ondernummer 8.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26429-8.html

Brief staatssecretaris over de inhoud, vorm en uitvoering van de structurele stipendiumregeling:

Kamerstuk Tweede Kamer 1999-2000, kamerstuknummer 26429, ondernummer 9.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26429-9.html

Brief staatssecretaris over de besteding van de extra middelen voor het topsportevenementen- en accomodatiebeleid:

Kamerstuk Tweede Kamer 2001-2002, kamerstuknummer 26429, ondernummer 11.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26429-11.html

Brief staatssecretaris ter aanbieding van de verruimde subsidieregeling voor A- en B-topsportaccommodaties:

Kamerstuk Tweede Kamer 2002-2003, kamerstuknummer 26429, ondernummer 12.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26429-12.html

Brief staatssecretaris bij het aanbieden van het rapport inzake de evaluatie van de stipendium regeling voor A-topsporters:

Kamerstuk Tweede Kamer 2004-2005, kamerstuknummer 26429, ondernummer 15.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26429-15.html

Evaluatie Stipendiumregeling A-sporters:

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26429-15-b1

Korte omschrijving/doelstelling

Een belangrijke achtergrond voor de doelstelling van het topsportbeleid van de rijksoverheid is een zo groot mogelijke kans te geven aan de positieve kant en het zoveel mogelijk terug dringen van negatieve zaken. De rijksoverheid ondersteunt de sportbonden en NOC*NSF Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie in de ontwikkeling van topsport en het topsportbeleid en houdt zich bezig met het scheppen van voorwaarden voor een goed topsportklimaat. In deze nota worden de volgende beleidsvoornemens voor het topsportbeleid van de rijksoverheid gepresenteerd:

1. De maatschappelijke positie van de topsporter

a) Talentherkenning; versterking van de talentherkenning via bijdragen aan de landelijke sportorganisaties gericht ondersteunen.

b) Talentontwikkeling; het streven is erop gericht dat meer bonden talentontwikkelingsprogramma's gaan ontwikkelen en dat de bestaande programma's verder worden uitgebreid en geprofessionaliseerd.

c) Topsporter zijn; het kabinet is voorstander van een verdere flexibilisering van studieduur en -financiering, waardoor het combineren van studie met topsport beter mogelijk wordt.

d) Afbouw van de topsportcarrière; de rijksoverheid wil voorkomen dat ex-topsporters in een ‘zwart gat’ vallen door ondersteuning via voorlichting en financiering vanuit relevante (NOC*NSF) programma's.

2. Topsportinfrastructuur

a) Sportbonden en topsportbeleidsplannen; het kabinet stelt voor de topsportinfrastructuur van sportbonden de komende jaren meer geld beschikbaar.

b) Sportmedisch; de ondersteuning van sportbonden voor de (para)medische begeleiding van topselecties wordt gecontinueerd en waar nodig geïntensiveerd.

c) Wetenschappelijke ondersteuning en onderzoek; er worden meer middelen voor sportwetenschappelijke ondersteuning beschikbaar gesteld.

d) Topsportaccommodaties; het bestaande beleid voor topsportaccommodaties wordt in grote lijn voortgezet.

e) Topsportevenementen en internationale bestuurders; het kabinet wil sportbonden stimuleren belangrijke internationale topsportevenementen naar Nederland te halen.

f) Deskundigheidsbevordering; het kabinet wil initiatieven van NOC*NSF en sportorganisaties steunen om het huidige opleidingensysteem aan te vullen met (experimentele) modules of specifieke methodes.

3. Doping; het kabinet wil bevorderen dat er met organisaties in andere landen concrete afspraken worden gemaakt over het controleren van elkaars topsporters.

Welzijnsnota 1999–2002 ‘Werken aan sociale kwaliteit’ (1999)

Welzijnsnota 1999–2002 ‘Werken aan sociale kwaliteit’ (1999)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Referentie

VWS (1999). Werken aan sociale kwaliteit. Welzijnsnota 1999-2002. Den Haag: ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dossiernummer 26477.

Web-link

 

Nota:

Kamerstuk Tweede Kamer 1998-1999, kamerstuknummer 26477, ondernummer 2.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26477-2.html

Brief:

Kamerstuk Tweede Kamer 1998-1999, kamerstuknummer 26477, ondernummer 1.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26477-1.html

Brief staatssecretaris bij de uitwerking van de 5 programmalijnen:

Kamerstuk Tweede Kamer 1999-2000, kamerstuknummer 26477, ondernummer 5.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26477-5.html

Brief staatssecretaris met een reactie op het advies "Alert op vrijwilligers" van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling:

Kamerstuk Tweede Kamer 2000-2001, kamerstuknummer 26477, ondernummer 7.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26477-7.html

Korte omschrijving/doelstelling

In de welzijnsnota worden de hoofdlijnen van het welzijnsbeleid voor de komende periode geschetst. Uitgangspunt daarbij is de verantwoordelijkheidsverdeling zoals deze in de Welzijnswet 1994 is neergelegd. Het rijk is verantwoordelijk voor het beleid inzake de landelijke functie die in de wet is omschreven. Onderdeel daarvan vormt de het zorgdragen voor een landelijke infrastructuur, waaronder landelijke organisaties. 

Na het verschijnen van de welzijnsnota is de uitwerking van de vijf programmalijnen ter hand genomen. De programmalijnen zullen de komende jaren dienen als beoordelingskader voor het verstrekken van instellings- en projectsubsidies. In de programmalijnen is mede om die reden ook het reeds lopende beleid beschreven. Beleidsterreinen als voor- en vroegschoolsbeleid, brede school, sociale activering, breedtesport en dergelijke zullen immers de komende jaren nog veel inspanningen op landelijk niveau vergen: bundeling van kennis, werkontwikkeling en onderzoek.

 

Er wordt fors ingezet om de breedtesport te versterken – zoals aangekondigd in de Welzijnsnota en het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl – teneinde de bijdrage van de sport aan de maatschappelijke participatie aanzienlijk te vergroten. Doelen van deze breedtesportimpuls zijn het versterken van de lokale (sport)infrastructuur, de inzet van sport als middel om oplossingen voor lokale maatschappelijke problemen te vinden, en het leggen van dwarsverbanden tussen de sportaanbieders onderling en tussen sportaanbieders en sectoren als onderwijs, welzijn en gezondheid.

Tenslotte is het doel om gericht beleid te voeren voor groepen die achterblijven in de deelname als actief sportbeoefenaar of bij de vervulling van kaderfuncties. Te denken valt aan ouderen, etnische minderheden, gehandicapten, vrouwen, homosporters en chronisch zieken.

Brief staatssecretaris "Breedtesport" (1999)

Brief staatssecretaris "Breedtesport" (1999)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Referentie

tk (1999). Breedtesport; Brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Tweede Kamer, vergaderjaar 1998/1999, 26632, nr 1.

Web-link

 

Kamerstuk Tweede Kamer 1998-1999, kamerstuknummer 26632, ondernummer 1.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26632-1.html

Korte omschrijving/doelstelling

 

In de Beleidsbrief Breedtesport wordt gesteld dat een breedtesportimpuls noodzakelijk is om de bijdrage van sport aan ‘een algemeen lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden’ nog te vergroten. Het doel van de Breedtesportimpuls is dat gemeenten en lokale organisaties (verdere) initiatieven ontplooien die bijdragen aan een duurzame verbetering van het lokale sportaanbod, indien mogelijk in samenwerking met andere sectoren. Tevens wordt bevorderd dat sportactiviteiten optimaal benut worden in het kader van andersoortige maatschappelijke projecten. Tot de speerpunten van de Breedtesportimpuls behoren: de versterking van de lokale sportinfrastructuur, met name van de sportverenigingen; het vanuit een integrale benadering inzetten van sport als middel om bij te dragen aan oplossingen voor maatschappelijke lokale ‘problemen’ en ter versterking van de algemene lokale sociale infrastructuur; en het leggen van lokale dwarsverbanden tussen diverse sportaanbieders en met andere aan de sport gerelateerde sectoren, zoals het onderwijs, de recreatie, het welzijnswerk en de gezondheidszorg.

Goud voor groen. Beleidskader Sport en Milieu 1999-2002 (1999)

Goud voor groen. Beleidskader Sport en Milieu 1999-2002 (1999)

Uitgevende instelling(en) (Ministerie(s))

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer)

Referentie

tk (1999). Goud voor groen: beleidskader sport en milieu 1999-2002. Den Haag: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dossiernummer 25125, ondernummer 10.

Web-link

Kamerstuk Tweede Kamer 1998-1999, kamerstuknummer 25125, ondernummer 10.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25125-10.html

Korte omschrijving/doelstelling

Dit beleidskader is een nadere uitwerking van het gelijknamige thema uit de kabinetsnota 'Wat sport beweegt' (november 1996). Het doel van dit beleidskader is de samenhang tussen het sport- en milieubeleid te verbeteren. Er wordt aangegeven hoe er op het terrein van de sport mede invulling kan worden gegeven aan de doelstellingen van het milieubeleid en omgekeerd, hoe vanuit het milieubeleid rekening kan worden gehouden met de specifieke waarden van de sport. De volgende strategische speerpunten en concrete beleidsvoornemens worden gepresenteerd:

Speerpunt 1. Leefomgeving:

Op rijksniveau zal worden gewerkt aan de ontwikkeling van milieu-inclusief sportbeleid en sport-inclusief milieubeleid.

Speerpunt 2. Milieurendement:

Er worden voor 1999 concrete voornemens benoemd betreffende duurzaam bouwen, energiebesparing, mobiliteit of – via een integrale benadering – meer thema's tegelijkertijd. In volgende jaren zal de aandacht uitgaan naar een verdere versmelting van het milieubeleid en het milieubeleidsinstrumentarium met het beleid zoals dit wordt gevoerd in de sportsector zelf, en dat van toepassing is op sportorganisaties, evenementen, sporters en supporters.

Speerpunt 3. Duurzame sportbeoefening:

Niet alleen het milieurendement van bestaande vormen van sportbeoefening staat centraal, maar ook het ontwikkelen van nieuwe, duurzame vormen van sportbeoefening.

Speerpunt 4. Maatschappelijk draagvlak:

Vanwege de maatschappelijke betekenis van sport en de sterke sociale infrastructuur is het een aantrekkelijke gedachte om maatschappelijk draagvlak voor het milieubeleid te winnen in en via de sport. De mogelijkheden om hierop beleid te voeren, zullen in 1999 en volgende jaren nader worden verkend.

Speerpunt 5. Sanering van knelpunten:

Door het opzetten van een systeem van monitoring (in 1999) kunnen knelpunten uit de praktijk in 2000 e.v. worden geïnventariseerd en gewogen. Situaties waarin spanning tussen sport en milieu blijft optreden, zullen nader worden beschouwd op hun mogelijkheden om de situatie te beheersen, kanaliseren en/of saneren.

Speerpunt 6. Versterking van de sector;

De rijksoverheid zal de uitvoering stimuleren en de sector hiertoe ondersteunen en professionaliseren. Voornemens worden beschreven betreffende kennisontwikkeling, kennisuitwisseling, deskundigheidsbevordering, de ontsluiting van bestaande financieringsregelingen en infrastructurele projecten.

 
Breedtesportimpuls (1999)

Breedtesportimpuls (1999)

Referentie

VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (1999). Stimuleringsregeling breedtesport. Staatscourant 1999, 229 pagina 6

Web-link

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1999-229-p6-SC21335.html

Wijzigingen:

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2001-165-p12-SC30673.html

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2001-246-p17-SC32320.html

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2002-66-p17-SC34036.html

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2004-21-p12-SC63545.html

Korte omschrijving/doelstelling

Het doel van de Breedtesportimpuls is dat gemeenten en lokale organisaties (verdere) initiatieven ontplooien die bijdragen aan een duurzame verbetering van het lokale sportaanbod, indien mogelijk in samenwerking met andere sectoren. Tevens wordt bevorderd dat sportactiviteiten optimaal benut worden in het kader van andersoortige maatschappelijke projecten.